Allesvrezer op Falderaki

Vrijwel tegelijkertijd met de heruitgave van de reisverhalen van Bob den Uyl (besproken in Boeken, 02-07-04), verscheen bij uitgeverij Thomas Rap het romandebuut van Dirk Mulder. Geen toeval waarschijnlijk, want de 52-jarige reisjournalist doet met We zouden nog naar Noorwegen een verdienstelijke poging om in de voetsporen van Den Uyl te treden. Ook voor Mulders alter ego (`Ik houd niet van ontberingen, ik waardeer de voorspelbaarheid') is reizen een zinloze bezigheid. Den Uyls belangrijkste stelregel – `Alles is altijd nog weer erger dan je je had voorgesteld' – ligt hem op de lippen bestorven. En hij vertelt over zijn avonturen in Griekenland met dezelfde ironie, of liever `opgewekt gedragen berusting' die de verhalen van Den Uyl kenmerkt.

In We zouden nog naar Noorwegen wordt Mark, een in alle opzichten middelbare journalist van de stadsredactie, op reisreportage naar Thessaloniki gestuurd. Hij is een tobber, een allesvrezer en een stuntel, die de aansluiting met de moderne wereld van bellen met mobieltjes en ander assertief gedrag gemist heeft. Naar Griekenland heeft hij nooit gewild en tot overmaat van ramp moet hij ook nog samen reizen met een fotograaf die in alles zijn tegenpool lijkt: Jon is een vlotte jongen, die er hip uitziet (`Zijn kleren hadden iets vanzelfsprekends, alsof ze niet gekocht waren, maar op zijn lijf gegroeid') en die naar het vliegveld wordt gebracht door een knappe, hoogzwangere vriendin. `Die waren ter wereld gekomen met een onuitputtelijk tegoed aan zelfvertrouwen en twee levensrampbestendige koffers vol sociale vaardigheden', denkt Mark bij zichzelf. `Je moest de dingen gewoon bij de naam noemen, vonden ze [...] Maar soms hadden de dingen geen naam. Soms kon je behoedzaam tastend door het duister gaan en niet precies weten wat je voelde. Of je besloot dat je datgene wát je voelde, niet verder wilde ontdekken. Omdat je je afvroeg of het wel de moeite waard was. Omdat je dacht dat je best zonder kon.'

Wie dit leest, raadt al dat Marks leven in Griekenland door elkaar geschud gaat worden. Zijn eerste dagen, wanneer hij, geholpen door Jon, impressies probeert op te doen voor zijn verhaal, worden getekend door een onuitstaanbare hotelreceptionist en doelloze wandelingen door Thessaloniki. Ze zijn een wonder van voorspelbaarheid vergeleken bij de tijd die hij doorbrengt op een zonnig Aegeïsch eiland, waar hij in een opwelling naartoe gaat als Jon terugkeert naar Nederland omdat zijn vrouw veel eerder dan gedacht moet bevallen. Op het eiland (getooid met de woordspelige naam Falderaki) beleeft Mark een halfslachtige romance met een jonge rugzaktoerist.

Het eerste deel van We zouden nog naar Noorwegen, waarin Marks reisbelevenissen worden afgewisseld met flitsen uit zijn relatief gelukkige jeugd, is sterker dan het enigszins afgeraffelde verslag van het homoseksuele avontuurtje op Falderaki. Mulder verbindt de tobberigheid van Den Uyl met de laconieke zelfspot van een romanschrijver als Thomas Verbogt. Hij heeft een scherp oog voor de absurditeiten van het dagelijks leven, of het nu de pijnlijke macht-der-gewoonte-blunder is van een taxichauffeuse in een rouwstoet (`Zo heren, waar gaat de reis heen?') of de grootte van de rubberen peer aan een hotelsleutel met de tekst: `Finder: please drop this key in a letter-box.' Bovendien heeft Mulder met Mark een herkenbare en sympathieke figuur geschapen over wie je best meer dan 120 bladzijden zou willen lezen.

We zouden nog naar Noorwegen, dat zijn mooie ironische titel ontleent aan het laatste gesprek dat Mark met zijn geliefde vader had, is een roman die tegen het einde enigszins teleurstelt, omdat de lezer het gevoel krijgt dat er meer had ingezeten. Mulder manifesteert zich in zijn debuut als een tragikomisch stilist die het (nog) aan langere adem ontbreekt. Pas bij zijn tweede boek zal duidelijk worden of hij een toekomst tegemoet gaat als humoristisch romancier of als korte-verhalenschrijver die de fakkel overneemt van Bob den Uyl en Kees van Kooten.

Dirk Mulder: We zouden nog naar Noorwegen. Thomas Rap, 126 blz. €14,90.