`Afwijken van CAO moet in goed overleg kunnen'

De rechter bepaalde vandaag dat werknemers van Smead niet langer mogen werken dan de CAO voorschrijft. Ook al hadden ze daar zelf mee ingestemd.

Het lijkt niet onredelijk wat de Groningse fabrikant van kantoorartikelen Smead wilde. Om de moeilijke economische omstandigheden het hoofd te bieden stelde het bedrijf zijn werknemers voor om de loonkosten te beperken door voorlopig langer gaan werken tegen hetzelfde loon. Vrijwel alle werknemers van Smead stemden met het voorstel in, dus waarom eisten vakbonden CNV dienstenbond en FNV Bondgenoten deze week voor de rechter een verbod van de 40-urige werkweek?

Het eenvoudige antwoord is omdat de grafimedia-CAO een 36-urige werkweek voorschrijft én algemeen verbindend is verklaard. Smead is actief in de grafische sector en is dus gebonden aan deze CAO. Kortom, Smead moet zich gewoon aan de wet houden, en zo heeft de rechter ook beslist vandaag. Maar juist omdat Smead en zijn werknemers (waarvan meer dan de helft vakbondslid is) het onderling eens waren over de arbeidstijdverlenging, verdient ook de vraag welk achterliggend belang de bonden dienen met hun vordering, beantwoording. ,,Dat is het belang bij het systeem van algemeen verbindendverklaringen (AVV) zelf. Het voorkomen van ongewenste concurrentie op loon- en arbeidsvoorwaarden'', zegt FNV-bestuurder Agnes Jongerius.

Het systeem van collectieve arbeidsovereenkomsten die bindend aan hele sectoren worden opgelegd, bestaat in Nederland al meer dan een halve eeuw en wordt geroemd omdat het arbeidsrust brengt, en evenwicht in de arbeidsverhoudingen tussen werknemers en werkgevers. Maar het rigide systeem beperkt bedrijven en werknemers in de mogelijkheden om de arbeidsomstandigheden aan te passen aan de specifieke omstandigheden van het bedrijf. De roep van bedrijven om maatwerk in

CAO's klinkt steeds luider, in economische omstandigheden die bedrijven meer dan vroeger dwingen zich snel aan te passen. Minister De Geus (Sociale Zaken) wakkerde de discussie aan door eind juni te verkondigden dat hij van plan is

CAO's waarin sterke loonsverhogingen worden afgesproken, niet algemeen verbindend te verklaren.

Ondernemingsvereniging VNO-NCW verzet zich tegen het plan van De Geus, maar bepleit wel grotere flexibiliteit bij afspraken over arbeidsvoorwaarden. ,,Bedrijven moeten in overleg met werknemers kunnen afwijken van CAO-afspraken'', zegt algemeen directeur Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW. ,,Dat geldt vooral bij bedrijven in moeilijkheden zoals Smead. Die moeten kunnen concurreren op loonkosten.'' De houding van de vakbonden betekent volgens hem dat zij werknemers niet serieus nemen. ,,De vakbond zegt in feite tegen het personeel van Smead: jullie weten niet wat jullie doen. Jullie zijn onmondig.''

VNO-NCW pleit voor een systeem van raam-CAO's. Afspraken op hoofdlijnen over pensioenvoorzieningen en bijvoorbeeld een bandbreedte voor het loonniveau. Bovendien moeten ondernemingen daarvan kunnen afwijken als het personeel ermee instemt. Voorzitter Jacques Schraven noemde het ,,onvermijdelijk'' dat in Nederland arbeidsvoorwaarden in toenemde mate op het niveau van het bedrijf, bijvoorbeeld tussen werkgevers en ondernemingsraden worden afgesproken. ,,Goed opgeleide werknemers hebben een stevige onderhandelingspositie. Waarom zou in Nederland niet kunnen wat in de VS en Engeland wel kan?''

Volgens hoogleraar arbeidsrecht Jaap van Sloten wordt in Nederland de laatste jaren al geëxperimenteerd met CAO's die per bedrijf kunnen worden ingevuld. ,,De grafimedia-CAO waar dit conflict over gaat is juist de eerste belangrijke CAO die bedrijven keuzevrijheid geeft.'' Volgens hem is er veel discussie over de manier waarop dat moet, maar de trend is onmiskenbaar. Dat beaamt Jongerius van de FNV. De vakcentrale is ook niet tegen flexibele CAO's. Maar volgens haar moeten op het punt van loonkosten wel sectorale afspraken worden gemaakt. ,,Om te voorkomen dat bedrijven naar het makkelijkste middel van de platte loonconcurrentie grijpen.'' De rechter, die voorlopig het laatste woord heeft, geeft haar gelijk. ,,Gelet op de ongelijke posities is op bedrijfniveau de werknemer immers veelal niet als een serieuze onderhandelingspartner aan te merken.''