Zalmsnip per 1 januari afgeschaft

Gemeenten mogen vanaf 1 januari 2005 geen inkomensbeleid meer voeren met de zogenoemde Zalmsnip. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken) heeft een wetsvoorstel dat de afschaffing van het belastingvoordeel regelt naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Zalmsnip – 45,38 euro, eerder: 100 gulden, ingevoerd in 1998 – was bedoeld om gezinnen jaarlijks een belastingvoordeel van 100 gulden te geven via een verlaging van de onroerendzaakbelasting. Steeds meer gemeenten gebruikten de Zalmsnip de jaren nadien echter om de laagste inkomensgroepen tegemoet te komen. Daarmee doorkruisen zij het inkomensbeleid van de rijksoverheid, vindt Remkes.

Begin juli stelde Remkes nog een onderzoek in naar de gemeenten Ameland, Delft en Boskoop, die de snip helemaal niet meer uitkeerden en het geld gebruikten voor `gericht minimabeleid'. Dat was volgens Remkes in strijd met de regels en hij verzocht de gemeenten hun besluit terug te draaien. Als zij dit weigerden, zou de minister met maatregelen komen.

Bijna 80 procent van de gemeenten heeft in 2003 het volledige bedrag van 45,38 euro uitgekeerd, 6 procent keerde meer uit en 16 procent betaalde minder.

Het afschaffen van de Zalmsnip levert het kabinet 325 miljoen euro op. Het geld wordt in mindering gebracht op het Gemeentefonds. Het afschaffen van de Zalmsnip was aangekondigd in het Strategisch Akkoord van het eerste kabinet-Balkenende en bevestigd in het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Balkenende II.

Het afschaffen van de `snip' valt samen met een voorgenomen afschaffing van het gebruikersdeel van de onroerendzaakbelasting per 1 januari 2005. Dit is bedoeld als lastenverlichting ter compensatie van onder meer een nieuw zorgstelsel.

Het kabinet besloot in april tot afschaffing van de snip. Een wetsvoorstel is deze week naar de Kamer gestuurd. De Raad van State heeft het voorstel eerder zonder aanmerkingen teruggestuurd naar het kabinet.

Het afschaffen van de Zalmsnip past in het beleid van het kabinet-Balkenende om de zogenoemde armoedeval aan te pakken. Die treedt op als mensen vanuit een uitkering een baan accepteren en er financieel niet of nauwelijks op vooruit gaan. Inkomensafhankelijke regelingen als de Zalmsnip vergroten deze armoedeval.