Vlug een importbruid voor de nieuwe wet

Nieuwe wetgeving moet het aantal `importhuwelijken' afremmen. Turken en Marokkanen in Den Haag en Rotterdam laten nog snel een partner uit het land van herkomst overkomen.

`Verdonkhuwelijken' worden ze bij de gemeente Den Haag inmiddels genoemd. Turken en in mindere mate ook Marokkanen halen in groteren getale dan de afgelopen jaren een bruid of bruidegom uit het land van herkomst. Dit zei het Tweede-Kamerlid Jeroen Dijsselbloem (PvdA) eind juni in een debat met minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) over de contouren van het nieuwe inburgeringsstelsel.

Volgens wethouder Pierre Heijnen, partijgenoot van Dijsselbloem in Den Haag, anticiperen ze zo op de toekomstige, strengere wetgeving van de minister om het aantal `importhuwelijken' af te remmen.

Verdonk wil dat zogeheten gezinsvormers al voor hun komst naar Nederland een inburgeringsexamen afleggen. Wie daarvoor niet slaagt krijgt geen toegang tot Nederland. Begin deze week stuurde ze de wetsvoorstellen daartoe naar de Tweede Kamer. Bovendien wordt de leeftijdsgrens voor buitenlandse huwelijkspartners van 18 naar 21 jaar opgetrokken en moet de ontvangende partner straks ten minste 120 procent van het minimumloon gaan verdienen. Nu is dat 70 procent.

In tegenstelling tot Amsterdam en Utrecht, waar het aantal nieuwkomers juist licht daalt, doet de stijgende lijn zich ook in Rotterdam voor. Op basis van intakegesprekken met nieuwkomers in de eerste maanden van dit jaar verwacht men dat het aantal `importhuwelijken' met 20 procent toeneemt. De gemeente schat dat dit jaar 3.300 nieuwkomers zich in Rotterdam vestigen, tegen 2.800 vorig jaar. Tussen de 80 en 90 procent van hen zijn importbruiden. In Den Haag rekenen ze op een toename van 300 nieuwkomers, vergeleken met het aantal van 2.500 van vorig jaar. Immigratiecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de vier grote steden over de afgelopen jaren geven dezelfde trend aan.

Het verbaast Rinus Penninx niet dat tweede-generatieallochtonen met het oog op de strengere wetgeving hun huwelijksplannen versneld uitvoeren. Hij is wetenschappelijk directeur van het Institute for Migration and Ethnic Studies (IMES) van de Universiteit van Amsterdam.

Penninx: ,,Toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd, zag je dat dat voor veel Surinamers aanleiding was om hun plannen voor vertrek naar Nederland concreet te maken.'' De verschillen in aantallen importhuwelijken in de vier grote steden kunnen volgens Penninx heel goed het gevolg zijn van een enkele ijverige bureaucraat of politicus die de lokale bevolking op straat- of wijkniveau informeert over maatregelen die er staan aan te komen. ,,Dat zet betrokkenen vaak aan om in actie te komen.'' De voornemens, aldus de hoogleraar, zijn immers al bij het aantreden van het kabinet-Balkenende, begin vorig jaar, aangekondigd.

De regering en een meerderheid in de Tweede Kamer willen met de strengere toelatingseisen in ieder geval de huwelijken met ongeletterde en laagopgeleide nieuwkomers afremmen. Verdonk erkent, in de memorie van toelichting bij de wet, dat de nieuwe vereisten ,,ook een immigratiebeperkend effect'' hebben.

Volgens recent onderzoek naar de arbeidsdeelname onder allochtone vrouwen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Emancipatie in Estafette) is huwelijksmigratie onder hen sinds 1995 fors toegenomen. Turken en Marokkanen vormen de grootste groepen. Als deze trend doorgaat, aldus de onderzoekers, stokt de emancipatie van de derde generatie vrouwen uit minderheidsgroepen.

Volgens Justitie treedt de wet Inburgering in het buitenland op zijn vroegst in juni 2005 in werking.