Trein in januari 3,25 pct duurder

Per 1 januari 2005 verhogen de Nederlandse Spoorwegen (NS) de prijzen met 3,25 procent, zo heeft het spoorbedrijf gisteren aan de consumentenorganisaties laten weten.

De 3,25 procent is opgebouwd uit een inflatiepercentage van 1,25 procent, plus een compensatie van 2 procent voor de kosten die NS moet betalen aan het ministerie voor gebruik van het spoor, de zogeheten infraheffing, zo zegt een woordvoerder van NS. Dit is de maximaal door het ministerie van Verkeer en Waterstaat toegestane, jaarlijkse prijsverhoging die NS mag doorvoeren van twee procent plus de inflatie.

De prijs van een treinkaartje is de afgelopen twaalf jaar (sinds 1992) met meer dan 50 procent gestegen. De inflatie bedroeg in diezelfde periode 36 procent. Sinds NS is verzelfstandigd in 1995, houden de stijgingen van de prijs van het treinkaartje gelijke tred met het inflatiecijfer.

Consumentenorganisaties Rover en de Consumentenbond vinden de prijsverhoging per 1 januari onterecht, maar kunnen deze niet tegenhouden omdat deze is toegestaan, volgens het contract dat NS met de staat heeft. ,,NS heeft vorig jaar 7 procent van haar klandizie verloren'', zegt Rover-voorzitter Michael van der Vlis. ,,Een normaal bedrijf dat zoveel klanten verliest, gaat liever kijken hoe het klanten kan terugwinnen in plaats van de prijzen verhogen.''

,,Wij vinden een prijsstijging van 1,25 procent, die de inflatie compenseert, meer dan voldoende'', zegt een woordvoerder van de Consumentenbond. ,,Nu komt er nog 2 procent extra bij. Een bedrijf in een concurrerende markt zou dat nooit kunnen maken. NS kan dat wel, omdat het een monopolist is.''

De prijsstijging van komende januari staat los van die van 1 juli jongstleden. Toen verhoogde NS de prijzen al met 2,075 procent. Dit betrof een met de consumentenorganisaties overeengekomen tussentijdse stijging die NS mocht doorvoeren.

:pagina ]

Het bedrijf was erin geslaagd over de afgelopen twaalf maanden 84,4 procent van de treinen op tijd te laten rijden. Lukt NS het over 12 maanden 86,8 procent van de treinen op tijd te laten rijden, mag het bedrijf de prijzen andermaal met 2,075 procent verhogen.

De twee tussentijdse stijgingen van 2,075 procent maken samen de prijsstijging van 4,15 procent die NS per 1 juli 2003 had willen doorvoeren, maar die de rechter in maart 2003 verbood. De rechter wees NS er toen op dat het spoorbedrijf aan de consumentenorganisaties had beloofd de prijzen over 2002 niet te verhogen, en deze dus ook niet in 2003 extra mocht inhalen. NS kwam daarop met de consumentenorganisaties overeen dat de 4,15 procent op een later tijdstip mocht worden ingehaald, mits daar betere prestaties tegenover stonden. Deze overeenkomst was een historische, omdat voor het eerst prijsstijgingen werden gekoppeld aan prestatieverbeteringen.

Tegenover de jaarlijkse, autonome prijsstijging zoals die nu op 1 januari 2005 weer wordt doorgevoerd, hoeft NS geen prestatieverbetering te zetten. In het huidige contract tussen NS en staat, is namelijk een jaarlijkse, autonome, stijging toegestaan van 2 procent plus inflatie. In het nieuwe contract, dat na de zomer door de Tweede Kamer moet worden goedgekeurd, staat dat de prijzen ieder jaar met het inflatiepercentage mogen stijgen. Daarbij mag NS nog een stijging doorberekenen voor de kosten van het gebruik van het spoor.

De consumentenorganisaties vinden het doorberekenen van de infraheffing aan de consument eigenlijk niet eerlijk. Zij vinden dat de toestand van het spoor waarvoor NS de heffing betaald, nog niet optimaal is. Zij zeggen dat NS met het ministerie de heffing moet verrekenen, en niet moet afwentelen op de consument.

Bovendien vinden zij dat in de nieuwe concessietekst moet worden opgenomen dat prijsstijgingen alleen mogen worden doorgevoerd als daar prestaties tegenover staan. ,,Het is ons nog niet gelukt dat in de conceptconcessietekst te krijgen. Maar de Kamer heeft nog alle kans dat te doen'', zegt Van der Vlis van reizigersorganisatie Rover.