Theoloog die Dode-Zeerollen miste

Zijn in 1940 uitgegeven boekje Het Joodsche Vraagstuk zorgde veertig jaar later voor veel ophef, toen Vrij Nederland er uit citeerde. ,,Joden zijn godloochenaars, onder de verspreiders der godloosheid vindt men weer veel joden'', schreef J.P.M. van der Ploeg in het eerste oorlogsjaar. ,,[...] Als volk en ras hebben de joden eigenschappen die bij anderen afkeer jegens hen opwekken, reeds het Joodsche uiterlijk stoot velen af en verder ook de Joodsche manieren, de lawaaierigheid, de opdringerigheid, het gebrek aan bescheidenheid.''

De Dominicaan prof.dr. Johannes Petrus Maria van der Ploeg overleed gisteren op 95-jarige leeftijd in Nijmegen. Collega-pater A. van Diemen (76), in de jaren veertig leerling van Van der Ploeg, noemt Het Joodsche Vraagstuk ,,een jeugdzonde''. Maar de oudtestamenticus toonde nimmer spijt van het geschrevene, althans niet officieel. Zo werd hij bestempeld als een vertegenwoordiger van de katholieke antisemieten in Nederland.

Binnen de rooms-katholieke kerk ontpopte de in Maastricht geboren en getogen Van der Ploeg zich als een strijder tegen het modernisme. Hij heeft zijn leven lang fel uitgehaald naar rooms-katholieke wetenschappers die tegen de kerkelijke leer ingingen, zegt Van Diemen. Hij deed dat met woorden, en met de pen.

Van der Ploeg voerde een ware oorlog tegen de nieuwe catechismus en kwam herhaaldelijk in aanvaring met zijn bekende ordegenoot en theoloog prof.dr. Edward Schillebeeckx, die vernieuwingen voorstond. De Nederlandse bisschoppen, maar ook paus Paulus VI, nam hij eveneens onder vuur. Hij verweet hen een slappe houding bij het handhaven van de zuivere leer van de rooms-katholieke kerk.

Na zijn HBS-tijd werd Van der Ploeg in 1932 tot priester gewijd. Hij studeerde filosofie en theologie in Zwolle, in het Belgische Le Saulchoir en Rome. In 1934 promoveerde hij tot doctor in de theologie, twaalf jaar later tot doctor in de Heilige Schrift. Van der Ploeg was van 1951 tot 1979 hoogleraar in de uitlegkunde van het Oude Testament, Hebreeuws en Oud-Syrisch aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In het studiejaar 1960-1961 was hij in Nijmegen rector magnificus.

Hij stond bekend als een briljante geleerde. ,,En hij was een scherpzinning docent'', herinnert zijn leerling Van Diemen zich nog goed. ,,Heel diepzinnig kon hij uitleg geven over het bijbelboek Job, mijn klasgenoten en ik hingen aan zijn lippen.''

Van der Ploeg was expert in oude handschriften. In 1947 beging hij in die specialiteit een ernstige fout. Dat jaar vonden bedoeïnen in grotten bij de Dode Zee oeroude joodse teksten, de zogenoemde Dode-Zeerollen. Van der Ploeg kreeg de handschriften in handen maar hij besefte de betekenis ervan niet snel genoeg. Amerikaanse deskundigen gingen later met de eer strijken.

Van der Ploeg woonde tot zijn dood alléén, in Nijmegen. Hij wilde niet het klooster delen met `moderne' mede-Dominicanen. ,,Hij was een bijzonder kwetsbare eenling geworden door zijn eigen keuze en onmacht'', zegt collega-pater Van Diemen. ,,Ik ging wel eens bij hem op bezoek. Dan was hij héél emotioneel: gelukkig liet niet iedereen hem vallen.''