Test leukemie bij kinderen onder bereik

Onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam hebben de basis gelegd voor een genetische test waarmee ze kunnen voorspellen of chemotherapie bij kinderen met leukemie succes heeft of niet.

De onderzoekers, samenwerkend met Amerikaanse collega's van St. Jude Children Hospital in Memphis in Tennessee, spoorden 124 genen op waarvan de activiteit invloed heeft op de werking van de gangbare chemotherapie tegen acute lymfoblastische leukemie (ALL). Met die kennis kan een test ontwikkeld worden. De onderzoeksresultaten zijn vandaag gepubliceerd in het toonaangevende medisch-wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.

ALL is de meestvoorkomende vorm van kinderleukemie. In Nederland komt jaarlijks bij ruim 90 kinderen ALL aan het licht. Vier op de vijf patiëntjes geneest na een chemotherapiekuur. De reden dat bij één op de vijf de therapie niet aanslaat – wat vaak leidt tot de dood – was aanleiding om naar genen te gaan zoeken die bepalend zijn voor gevoeligheid of weerstandsvermogen tegen de vier meestgebruikte ingrediënten van de chemotherapiecocktails.

De activiteit van genen kan een chemotherapie frustreren omdat ieder gen de bouw bepaalt van een specifiek eiwit. Een `actief' gen zorgt voor veel eiwit. Eiwitten kunnen een bijvoorbeeld pompfunctie hebben en de chemotherapiemoleculen de cel uitpompen voordat ze de cel doden. Eiwitten kunnen ook een enzymwerking hebben en de chemotherapiemoleculen afbreken. Als die eiwitten te veel voorkomen heeft de therapie geen effect. Andere eiwitten zorgen ervoor dat een beschadigde cel `geprogrammeerd' dood gaat. Als de genen daarvoor niet actief meer zijn, komt dat mechanisme niet op gang. De meeste chemotherapie werkt door een cel dusdanig te beschadigen dat die geprogrammeerde celdood op gang komt. In leukemiecellen kan de normale genactiviteit volstrekt in de war raken, waardoor kankercellen die een aanval van chemotherapie toevallig overleven zich daarna ongebreideld vermenigvuldigen en de patiënt uiteindelijk doden.

Een genetische test op basis van dit onderzoek kan tot betere behandeling leiden. Patiëntjes met een gunstig genprofiel kunnen – na verder onderzoek – uiteindelijk een mildere behandeling ondergaan, waardoor ze op volwassen leeftijd minder bijwerkingen van de chemotherapie zullen ondervinden. Kinderen met genprofiel waaruit weerstand tegen één van de chemotherapiecomponenten blijkt, kunnen vanaf het begin een aangepaste behandeling krijgen.