Te huur: regenwoud in Brazilië

De regering van Brazilië wil beschermers en exploitanten van het bedreigde regenwoud tot elkaar brengen. Het Amazonegebied is straks te leasen.

Het regenwoud van Brazilië is te huur, om het als een soort tropische moestuin te exploiteren. Bedrijven kunnen onder strikte voorwaarden een deel van het reusachtige Amazonegebied in beheer krijgen om er waardevolle natuurlijke producten te oogsten.

Dat is in het kort het ambitieuze plan dat de Braziliaanse regering heeft opgesteld om exploitatie en tegelijkertijd betere bescherming mogelijk te maken van het regenwoud. Een bos zo groot als West-Europa, waar 30 procent van alle planten en dieren ter wereld leeft. De voorstellen zijn verwerkt in een concept-wet die nog naar het parlement moet worden gestuurd, maar deze week uitlekte in de Braziliaanse pers.

Een slordige vijf miljoen voetbalvelden aan tropisch bos sneuvelen jaarlijks in Brazilië. Een groot deel van het woud wordt vernietigd door houtkappers, sojaboeren, veehouders, gouddelvers of door mensen op zoek naar land. Het Amazonegebied is zo groot dat effectieve bescherming voor het arme Brazilië amper mogelijk is. Vandaar dat wordt voorgesteld een coalitie te vormen met degenen die het bos willen exploiteren.

Volgens de uitgelekte plannen van minister Marina Silva (Milieu) moet om te beginnen een gebied dat twaalf keer zo groot is als Nederland – 15 procent van het Braziliaanse Amazonewoud – worden opgedeeld in te verhuren percelen, waar binnen- en buitenlandse bedrijven op kunnen inschrijven. De bedrijven kunnen tegen betaling een concessie krijgen om het bos onder voorwaarden economisch te gebruiken. Ze mogen selectief hout kappen maar ook andere producten oogsten zoals vruchten, sierplanten en harsen. Het streven is het bos te gebruiken zonder het onherstelbaar aan te tasten of te vernietigen.

Marina Silva is een voormalige rubbertapster uit het gebied die pas op haar 17e leerde schrijven. Ze was bondgenoot van de in 1988 vermoorde strijder voor het regenwoud Chico Mendes en werd vorig jaar door de linkse president Lula benoemd tot minister. Ze heeft nadrukkelijke opvattingen over duurzaam gebruik van het Amazonegebied en is mede daardoor ook een aanvaardbare gesprekspartner voor de milieubeweging.

Het verklaart waarom zelfs een organisatie als Greenpeace – die al jaren radicale acties voert tegen houtkap in het regenwoud – de ideeën tot verantwoorde exploitatie van het bos voorzichtig maar pragmatisch omarmt. ,,Beter een beetje impact dan honderd procent vernietiging van het regenwoud'', zegt Paulo Adario, verantwoordelijk voor de Greenpeacecampagnes in het regenwoud vanuit Amazonehoofdstad Manaus. ,,De globalisering zet zo'n druk op de Braziliaanse economie dat als er niets verandert het bos hoe dan ook verdwijnt. Laten we het dan maar regelen en goed controleren'', zegt Adario.

Nu wordt er jaarlijks vaak stiekem zo'n dertig miljoen kubieke meter hout gekapt. Wil je een dergelijke hoeveelheid hout duurzaam en verantwoord kappen dan moet je een terrein open stellen van ongeveer 500.000 vierkante kilometer, aldus het ministerie van Milieu. De Brazilianen hebben in Australië inspiratie opgedaan over hoe je een oerwoud kunt gebruiken zonder het onherstelbaar te beschadigen.

Niet alle milieubeschermers zijn ervan overtuigd dat het nu voorgestelde plan goed is. Volgens sommigen is het Amazonegebied nog steeds veel te onbekend en ontbreekt het aan kennis om te weten hoe je een beheersplan opstelt dat verantwoord oogsten van het oerwoud mogelijk maakt. Wat er gebeurt met het bos als je er sommige planten of bomen uithaalt, is onduidelijk. Milieubeschermers wijzen er op dat Brazilië op papier nu ook al zeer goede milieuwetgeving heeft maar dat er door gebrek aan controle nauwelijks sprake is van naleving.

Ook voor Greenpeace zijn goede beheersplannen en controle fundamenteel. ,,Nu is de overheid nauwelijks aanwezig in het Amazonegebied en dat moet veranderen'', aldus Adario. In de nieuwe plannen van het ministerie wordt er van uitgegaan dat met de opbrengst van de concessies ook extra controleurs kunnen worden bekostigd. Greenpeace eist ook dat concessies alleen worden verleend in gebieden die toch al nadrukkelijk worden bedreigd door boeren en houthakkers. Wat dat betreft zien milieubeschermers met lede ogen aan dat de regering van president Lula ook nadrukkelijk werkt aan asfaltering van wegen door het Amazonegebied. In Brazilië worden deze maand hoorzittingen gehouden waar betrokkenen – indianen, boeren, ondernemers en omwonenden – hun zegje kunnen doen over de plannen tot volledige asfaltering van de weg BR-163.

Dit is een weg van 1.765 kilometer die loopt van de zuidelijke stad Cuiabá in de provincie Mato Grosso naar Santarém (Para) in het noorden. Vooral de sojaboeren – gouverneur Blairo Maggi van Mato Grosso is de grootste in dit gebied – dringen aan op aanleg van de weg die nu slechts voor de helft is geasfalteerd en daardoor niet het hele jaar bruikbaar is.

De ondernemers zouden via havenstad Santarém sneller hun producten kunnen uitvoeren. De milieubeweging voorziet dat een betere ontsluiting van het oerwoud meer vernietiging tot gevolg zal hebben. Maar ook hier is de regering vooral pragmatisch: een echte goede weg voorkomt de verdere aanleg van illegale wegen en is daardoor minder schadelijk.