Reacties

Henri Cartier-Bressons reputatie als een van de grondleggers van de documentaire fotografie staat als een paal boven water. In Frankrijk is de fotograaf een idool: de Franse president Jacques Chirac noemde hem in een reactie op zijn dood ,,een wezenlijke getuige van zijn tijd'', die ,,de twintigste eeuw met passie heeft gefotografeerd, waarbij hij met zijn universele blik de veranderingen van mens en samenleving onsterfelijk heeft gemaakt.'' Volgens premier Jean-Pierre Raffarin vulde Cartier-Bresson ,,zijn logboek niet met woorden maar met beelden'', en minister van cultuur Renaud Donnedieu de Vabres noemde hem ,,een groot artiest en een groot verslaggever, een humanist en een belangrijke getuige van de twintigste eeuw, die de wereld met onuitputtelijke hartstocht heeft afgereisd.''

Slechts één Nederlandse fotograaf was ooit lid van het door Cartier-Bresson mede opgerichte, wereldberoemde Magnum-agentschap: Kryn Taconis (1918-1979), die in de jaren veertig werkte voor tijdschriften als LIFE, Time, Picture Post en Look. Kort na de oprichting in 1947 diende Taconis zich bij Magnum aan, en kon hij zijn ,,picture stories'' voortaan onder dit beschermende vaandel maken. In 1957 ontstond er een conflict, toen Cartier-Bresson weigerde om een fotoserie van Taconis over de vrijheidsstrijd in Algerije te publiceren wegens de uiterste gevoeligheid van dit onderwerp in Frankrijk. Taconis vertrok naar Canada. Later waren fotografen Ed van der Elsken en Peter Martens kandidaat voor Magnum, maar tot een lidmaatschap kwam het bij geen van beiden.

Wat is de reputatie van Cartier-Bresson onder de huidige generatie Nederlandse fotografen en kenners?

Ad van Denderen, persfotograaf:

,,Cartier-Bresson is iemand die belangrijk is geweest in een bepaalde periode van de fotografie. Hij heeft een stempel gedrukt op de documentaire fotografie en heeft de wereld wat kleiner gemaakt. Vooral in de periode zonder televisie hebben zijn foto's impact gehad, meer dan ze nu zouden hebben gehad. Hij is nu ook nog wel belangrijk, maar hij is nooit een vernieuwer geweest. Bij hem ging het om in die honderste seconde dat beeld vast te pakken dat hij zag. Tegewoordig wordt heel anders tegen doumentaire fotografie aangekeken. Het gaat niet meer om dat ene beslissende moment. Fotografen van nu willen meer de achtergronden laten zien – wat tot een bepaalde situatie leidt en waarom.''

Wim van Sinderen, conservator

,,Cartier-Bresson was een levende legende, een boegbeeld zoals elk vak ze nodig heeft,''zegt de conservator van het Fotomuseum Den Haag. ,,Het is mooi dat hij zo lang heeft geleefd. Voor de fotografie was Magnum vooral in de begintijd van enorm belang: na de tweede wereldoorlog kwam er een roep om sociale fotografie, fotografie die getuigde van de ellende en het mooie op de wereld. Tot die tijd waren moderne fotografen vooral bezig geweest met vormexperimenten. Magnum belichaamde die nieuwe interpretatie van het vak, en bezorgde fotografen meer macht dan voorheen, omdat ze zo'n sterk verbond vormden.

,,Cartier-Bresson zelf was op het sociale vlak ook heel belangrijk: hij was van goede komaf, getrouwd met een Magnum-fotografe, onderhield goede connecties met schrijvers, kunstenaars, fotografen. Hij maakte deel uit van het Franse establishment, en gaf de fotografie daarmee aanzien. Zelf deed hij vaak badinerend over het vak, maar dat is een bekend verschijnsel bij grote kunstenaars.''

,,Als je de foto' van Cartier-Bresson nu ziet, valt vooral de grote schoonheid ervan op. Hij legde uit wat er op de wereld gebeurde, maar deed dat op een esthetische manier. Hij was opgeleid als kunstenaar, en hij bleef er een. Het ziet er bij hem allemaal zo mooi uit dat het nu een beetje tuttig aandoet; het hoort bij de jaren vijftig.''

Hans Aarsman, fotograaf:

,,Ik zag wat foto's op het Journaal, en die vielen me op omdat ze nogal saai waren, een beetje oubollig. Dat vind ik ook van zijn werk. Het is wel heel knap zoals hij chaos steeds in een vorm weet te gieten, maar die vorm gaat op den duur tegenstaan. Ik vind het een heel verdienstelijk fotograaf, bijna niemand heeft zo vaak op de knop gedrukt als hij. Maar ik vind het zo braaf. Eigenlijk zie je dat nog steeds in persfoto's, dat alle ellende in de wereld geësthetiseerd wordt weergegeven. Maar Cartier-Bresson komt natuurlijk ook uit een andere tijd, hij heeft niet het sensationele van moderne persfotografen. Want ze noemen het wel kunst, maar voor mij is hij een persfotograaf.''

Willem van Zoetendaal, galeriehouder

,,Cartier-Bresson wordt vaak de grootste fotograaf van de twintigste eeuw genoemd, maar dat vind ik hem niet,'' vindt de Amsterdamse galeriehouder. ,,Zijn overzichtsexpositie vorig jaar in Parijs vond ik een ramp: er hing veel te veel, waardoor een genivelleerd niveau ontstond. Bij zijn geweldige straatbeelden hingen ook al zijn portretten van beroemdheden, die eigenlijk niet bijzonder zijn. Hij heeft ook een heleboel matig werk gemaakt, hoor. Cartier-Bressons invloed op de journalistieke fotografie, de reportagefoto waarin alles binnen het beeld gebeurt, was zeer groot in de jaren dat dat een nieuwe vorm was. Maar de fotografie heeft zich sindsdien wel ontwikkeld.''

Hans van der Meer, fotograaf:

,,Cartier-Bresson reisde midden in de Koude Oorlog naar Rusland en kwam terug met foto's van gewone mensen, van Russen die in een winkel een jas stonden te passen. Dat was toen baanbrekend. Ik bewonder ook de eenvoud van de beelden die hij maakte: hij keek op een directe, simpele manier naar de wereld, van de ene mens naar de andere. Maar het ontsteeg bij hem altijd het niveau van ,,alle mensen zijn gelijk en goed'' - de boodschap die vaak uit de foto's van zijn minder getalenteerde navolgers in de jaren zeventig sprak. Bij Cartier-Bresson ging het over de mens in het algemeen. Het is een echte fotografen-fotograaf. Onder vakgenoten werd hij altijd mateloos bewonderd en nagevolgd, maar inmiddels is men toe aan vadermoord: er doen legio verhalen de ronde over hoe onaangenaam hij in de omgang was, en het is bon ton om te zeggen dat je hem overschat vindt. Maar dat trekt wel weer bij.''