Randstad als barometer voor herstel economie

Uit de kwartaalcijfers van Randstad van gisteren blijkt dat de vraag naar flexibel personeel toeneemt. Het zou kunnen wijzen op economisch herstel.

Wat goed is voor uitzendorganisatie Randstad, is goed voor Nederland. Althans volgens de gangbare opvatting dat de uitzendmarkt een vroege indicator is voor de economie en de arbeidsmarkt. Als die opvatting klopt, dan staat de Nederlandse economie er nu beter voor. Want de omzet van Randstad in Nederland steeg vorig kwartaal licht na vier jaar van daling. Daarnaast kwam de krimp van de Nederlandse uitzendmarkt, die de afgelopen vijf jaar halveerde, tot stilstand. Bestuursvoorzitter Ben Noteboom is tevreden.

Wat zeggen de cijfers van Randstad over het herstel van de Nederlandse economie?

,,Het herstel voelt stevig aan. In het eerste kwartaal van dit jaar trok de markt voor uitzenddiensten al aan in het zuiden van Nederland, in de industrie, logistiek en techniek. Dat is het vaste patroon na een recessie, daarna volgt herstel in andere regio's en sectoren. We vermoedden toen al dat het herstel door zou zetten, maar we hadden niet kunnen voorspellen dat de krimp, die vorig kwartaal nog 9 procent was, in één kwartaal tot stilstand zou komen. De grootste groei zit nog steeds in genoemde sectoren, maar ook in de administratieve diensten neemt de vraag inmiddels toe. Niet in alle sectoren zie je herstel. De gezondheidszorg is 30 procent gedaald. We hadden voorspeld dat als de resultaten in de buurlanden zich goed zouden ontwikkelen, Nederland dan onvermijdelijk volgt. Het is nog steeds geen reden om grote feesten te organiseren, maar het is een duidelijke trend.''

Overal in Europa proberen bedrijven de loonkosten te beperken, onder meer door de introductie van een langere werkweek, maar ook door meer flexibele arbeid. Zijn dit gouden tijden voor de uitzendbureaus?

,,In zekere zin wel. Een uitzendkracht is per uur altijd goedkoper dan een werknemer. Dat komt doordat bedrijven alleen betalen voor de productieve uren. Het enige probleem is het korte geheugen van bedrijven. Als de economie aantrekt nemen ze uitzendkrachten aan.

Als het herstel doorzet geven ze mensen een vaste baan, en als het nog beter gaat krijgen werknemers een contract mét een cabrio en een vakantiehuis. En als de economie dan inzakt, moeten bedrijven dure ontslagregelingen betalen. Wij moeten beter communiceren om ze daaraan te herinneren. Overigens begrijp ik niets van de discussie die nu woedt, of we langer moeten werken of juist slimmer, in de zin van flexibeler. Onze achterstand in Nederland is zo groot dat we allebei zullen moeten doen. En uiteindelijk is het voor uitzendbureaus het beste als het gewoon goed gaat met bedrijven, dus als de economie goed draait.''

Bedrijven nemen toch mensen in loondienst om de beste mensen aan te trekken?

Nee hoor, er zijn heel veel goede arbeidskrachten die er zelf voor kiezen om tijdelijk te werken. Maar onze maatschappij is niet goed ingericht op flexibele arbeid. Er zijn veel praktische beperkingen. Neem de pensioenregeling. Als je elke zoveel maanden een andere werkgever hebt, is het niet eenvoudig om een pensioen op te bouwen.''

Er is al jaren een Europese richtlijn voor uitzendwerk in de maak. Zou die de markt voor uitzenddiensten stimuleren?

De richtlijn betekent twee belangrijke ontwikkelingen. Allereerst de liberalisering van sectoren die nu gesloten zijn voor uitzendwerk. In België bijvoorbeeld mag de overheid geen uitzendkrachten inlenen, terwijl dat de grootste werkgever van het land is. En in veel zuidelijke landen, zoals Griekenland, is uitzendwerk in voormalige overheidssectoren als havens, industrie en spoorwegen, nu nog vrijwel onmogelijk. Ten tweede schrijft de richtlijn voor dat uitzendkrachten hetzelfde salaris moeten verdienen als vaste medewerkers. Dat is geen goede ontwikkeling. Randstad heeft als werkgever van die uitzendkrachten – we hebben 60.000 man in dienst – het recht zijn eigen arbeidsvoorwaarden te bedingen. We hebben de afgelopen tijd juist gestreefd naar het verlagen van de prijs van uitzendwerk. Dat was te duur geworden. De marge was ongeveer 28 procent, dat is nu teruggebracht naar gemiddeld 25 procent.''