`Mishandeling op Guantánamo Bay'

De Amerikaanse regering ligt opnieuw onder vuur wegens vermeende mishandeling en vernedering van buitenlandse gevangenen.

Drie Britten, die in maart werden vrijgelaten uit de gevangenis op de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay, zeggen te zijn geschopt, geslagen en onder grote druk en onder bedreiging van een wapen, te zijn gedwongen tot het afleggen van valse bekentenissen over banden met het terreurnetwerk Al-Qaeda.

De drie hebben een 115 pagina's tellend rapport opgesteld voor de Amerikaanse Senaat. Dit is gisteren door hun advocaten aangeboden. De drie Britten, die bij thuiskomst in Groot-Brittannië onmiddellijk werden vrijgelaten omdat er onvoldoende bewijs was dat zij leden van Al-Qaeda zijn, eisen een onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop de Guantánamo-gevangenen worden behandeld en naar de degenen die binnen de Amerikaanse regering opdracht zouden hebben gegeven tot het harde ondervragingsbeleid.

Het Pentagon ontkent alle door de Britten geuite beschuldigingen.

Onderwijl hebben vijf van de eerste acht gedetineerden op Guantánamo Bay gisteren geweigerd voor een militaire commissie te komen die moet bepalen of zij terecht de status van ,,vijandelijke strijder'' hebben gekregen en gevangen zitten. De vijf – drie Jemenieten, een Marokkaan en een Saoediër – weigeren samen te werken met hun cipiers. ,,Dat is hun recht'', zo zei een van de officieren uit het zogenoemde `review panel'.

De oprichting van het panel is een gevolg van een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, vorige maand. Het bepaalde dat de vermeende Al-Qaeda- en Talibaanstrijders die sinds januari 2002 vastzitten op de legerbasis in Cuba recht hebben hun detentie aan te vechten voor een rechtbank.

Verhaal Britten: pagina 5