Mensen zijn vaak slecht, maar nog vaker dom

Als er iets gebeurt dat ons niet aanstaat, hebben we soms de neiging om er een complot achter te zien, terwijl er in feite sprake is van incompetentie. We denken vaak dat mensen slecht zijn, en dat is ook vaak zo, maar nog veel vaker zijn ze dom.

De film Fahrenheit 9/11 van Michael Moore maakt veel ophef met de suggestie dat de interventie in Aghanistan was ingegeven door een economisch belang in het aanleggen van een pijpleiding voor gas, dat de familie Bush aanvankelijk de jacht op Osama bin Laden heeft laten sloffen wegens commerciële belangen met de familie Bin Laden en de koninklijke familie van Saoedi-Arabië, dat de invasie in Irak was ingegeven door oliebelangen en commerciële perspectieven in de wederopbouw van het land, en dat de angst voor terrorisme misbruikt wordt om de bevolking murw te maken voor maatregelen die hun vrijheid beperken, in naam van de oorlog tegen het terrorisme. Het is goed dat de film deze dingen aan de orde stelt en ons aan het denken zet. Maar is het ook allemaal waar?

Je kunt niet uitsluiten dat commerciële belangen een rol gespeeld hebben. Dat is te verwachten in een systeem waarin je, om enige kans op het presidentschap te maken, honderden miljoenen dollars van het bedrijfsleven nodig hebt. Toch is het waarschijnlijker dat er in vele gevallen sprake was van incompetentie eerder dan van een complot. Men had het vooropgezette idee dat Saddam Hussein massavernietigingswapens had en betrokken was bij terrorisme, en alle feiten werden in die richting geïnterpreteerd en zelfs geselecteerd. Er ontstaat een collectieve waan van beleidsmakers die elkaar napraten en voor elkaar niet willen onderdoen in de flinkheid van de cowboy. Leiderschap tonen, noemen ze dat. Dat is ook het beeld dat naar voren komt in het rapport van de commissie-Butler over de kwestie in het Verenigd Koninrijk. In die collectieve waan kon de schuld niet eenduidig op een of enkele individuen worden afgeschoven.

Dat is ook niet ongewoon in de samenleving meer in het algemeen. Zo'n sfeertje moet er ook zijn geweest toen bij Enron, Ahold en Shell de feiten gemasseerd werden. Waarom zou de politiek daar niet kwetsbaar voor zijn?

Is het waar dat aankondigingen van mogelijke terreur berekend zijn om de bevolking murw te maken voor een `big brother'-maatschappij? Was dat onlangs het geval toen in Nederland het kabinet ten onrechte, naar het schijnt, de alarmbel luidde? Veel waarschijnlijker is het dat men in de paniek schoot, vanuit angst, en vanuit de begrijpelijke neiging het zekere voor het onzekere te nemen, om niet later het verwijt te krijgen dat men naliet in te grijpen, als het een keer echt fout loopt.

Als vele problemen meer het gevolg zijn van angst, domheid en incompetentie dan van opzet en complot, wordt de zaak er overigens niet beter op. Complotten kan men tegengaan door mensen te kiezen die ethisch van een beter gehalte zijn, maar helaas zijn ook die onderworpen aan kortzichtigheid, waan, domheid en incompetentie.

Wordt alles beter als Bush vervangen wordt door Kerry? Valt er wat aan te doen? Er is één elementaire les. Er is een onderscheid tussen vertrouwen in competentie, dat wil zeggen het vermogen om verwachtingen na te komen, en in intenties, dat wil zeggen de wil om dat naar beste kunnen te doen, en om niet de zaak te bedonderen voor het eigen belang, ten koste van anderen.

De les is nu dat als er iets fout gaat, je dat onmiddellijk moet bekennen, en uitleggen, en zeggen wat je er aan gaat doen. Dan raak je het vertrouwen in je competentie misschien kwijt, maar als je het niet doet, komt later toch de aap uit de mouw en ben je het vertrouwen in je intenties kwijt, en dat is veel erger en moeilijker te herstellen. Deze raad is lastig, want we hebben de instinctieve neiging onze zwakten te verbergen. Toch moeten we dat doen. Anders worden zwakten geïnterpreteerd als kwade wil.

Het is mogelijk dat Ahold het gesjoemel met de cijfers bij een dochtermaatschappij niet in de gaten had, omdat men door te veel overnames het zicht op het geheel was kwijtgeraakt. Als dat waar was, had men dat onmiddellijk moeten bekennen. Door dat niet te doen, laadde Ahold de verdenking op zich de zaak met opzet geflest te hebben (wat best waar kan zijn).

Als het waar is dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zich op de vermeende feiten ten aanzien van Saddam Hussein verkeken hadden, dan hadden ze dat eerder moeten toegeven, en geloofwaardige maatregelen moeten nemen om dat in de toekomst te voorkomen. Door dat niet te doen wekken ze nu de indruk gelogen te hebben, en een verborgen agenda te hebben. Dat kan best waar zijn. Anders hadden ze toch eerder hun fouten toegegeven? Zo komen de complottheorieën ter wereld.

Dr. B. Nooteboom is deeltijdhoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg. Hij publiceerde onlangs een boek over vertrouwen.