Hulp is nooit onpartijdig en neutraal

Hulp in oorlogsgebieden wordt gebruikt en misbruikt, door regeringen en opstandelingen. Hulporganisaties kunnen zich daar maar beter bewust van zijn, vindt Linda Polman.

`Met niet minder dan duizend aldaar verblijvende hulporganisaties zijn huurprijzen in Kabul (Afghanistan) hoger dan in Manhattan. Voor vijfduizend dollar per maand krijg je een klein, verwaarloosd onderkomen. Volgens makelaars zijn veel eigenaren commandanten van de Talibaan die in Pakistan wonen en de huuropbrengsten gebruiken om trainingen van hun strijdgroepen te financieren.'' Een weetje uit de New York Times van 9 juli. Twee weken later kondigde Artsen zonder Grenzen (AzG), een van die duizend ngo's (non-gouvernementele organisaties), aan uit Afghanistan te vertekken. ,,In de huidige context is het onmogelijk om het Afghaanse volk onafhankelijke hulp te bieden'', zegt de organisatie in een verklaring.

Opvallend genoeg refereert AzG hier niet aan de Talibaan die zich mede dankzij hulpgeld kan opmaken voor hervatting van de strijd, noch aan de gevaren voor het volk als gevolg hiervan. Nee, Artsen zonder Grenzen trekt zich terug, omdat ,,Amerikaanse militairen in Afghanistan hulp gebruiken uit politieke en militaire motieven'', en dat is gevaarlijk voor hulpverleners.

De door de Verenigde Staten geleide NAVO-operatie Enduring Freedom heeft links en rechts in Afghanistan zogenoemde Provincial Reconstruction Teams aan het werk, waarin soldaten gezondheidszorg bieden, bronnen slaan en ander werk verrichten dat gewoonlijk door hulporganisaties wordt gedaan. Hulporganisaties beweren dat als gevolg van deze praktijk de scheiding vervaagt tussen hulpwerk en militaire doelen, want via hulp in dorpen proberen de Amerikanen informatie los te peuteren over plannen van de opstandige Talibaan. Vijf medewerkers van Artsen zonder Grenzen, drie Europeanen en twee Afghanen, werden in juni vermoord. Door strijders die de scheidslijn niet meer zagen, zeggen hulpverleners. AzG vindt dat zij nu niet langer hulp kan bieden aan ,,allen die het nodig hebben'' op ,,onafhankelijke, onpartijdige, onvoorwaardelijke en neutrale'' wijze, zoals vermeld in de AzG-doelstellingen.

In tweederde deel van Afghanistan heersen de `Neo-Talibaan' en daar zijn gewapende aanvallen op hulporganisaties aan de orde van de dag. Niet omdat de NeoTalibaan te dom zijn om het verschil te kunnen zien tussen een Amerikaanse militaire vijand en een onafhankelijke, neutrale hulpverlener, maar eerder omdat zij heel goed weten dat hulp als oorlogswapen minstens zo effectief is als een kanon.

Het doel van de Talibaan-aanvallen is hulporganisaties weg te jagen. Hoe minder hulp, hoe meer onvrede en onveiligheid, waarvoor de `zwakke' regering in Kabul dan de schuld krijgt. De Afghaanse regering op haar beurt weet ook van de macht van hulp als wapen. Het zet de internationale gemeenschap onder zo groot mogelijke druk om meer te geven, het liefst aan de regering zelf, als lokaas voor Afghanen die nu nog de Talibaan steunen.

In oorlogsgebieden worden hulpverleners door niemand gezien als onpartijdig en neutraal, behalve door henzelf. Hulp wordt gebruikt en misbruikt, door regeringen en rebellen, in Soedan en Kosovo, in Somalië en Sierra Leone. De belangen zijn altijd groot: wereldwijd trekt menselijk leed hulp ter waarde van miljarden euro's aan.

Hulp wordt misschien aangeboden uit de zuiverste motieven, maar in oorlog en armoede zijn goede bedoelingen een zwakte waar je voor het eigen overleven misbruik van mag maken. Hulpprojecten worden daardoor al snel onderdeel van de oorlogseconomie terwijl hulporganisaties tot gereedschappen worden in de handen van oorlogvoerenden.

In Afghanistan alleen al staan 1500 nationale en meer dan 300 internationale hulporganisaties geregistreerd bij het ministerie van Planning. (Volgens het Internationale Rode Kruis is een aantal van 300 internationale hulporganisaties tegenwoording ongeveer het gemiddelde presentiecijfer per crisis.) Hun aantallen en de sommen geld die ze komen uitgeven in straatarme landjes, maakt de hulpindustrie tot een macht die je moet zien in te lijven aan jouw kant van de strijd. En het is een macht die potentieel dodelijk is in handen van de vijand.

Of organisaties het nu leuk vinden of niet, hulp voor je eigen mensen claimen en die aan je vijand ontzeggen, is een bekend instrument bij etnische schoonmaakoperaties. Iedereen weet ook dat voedselhulp niet alleen onschuldige vluchtelingen, maar ook legers op de been houdt. Hulpgoederen worden vaak gestolen en geruild voor wapens. Het houdt het ene regime aan de macht en ondermijnt het andere. Hulporganisaties zijn vaak de enige groeiende werkgevers in oorlogsgebieden. Strooiend met salarissen die veel hoger zijn dan wat de eigen overheden kunnen bieden, hebben ze duizenden bij voorkeur goed opgeleide mensen uit de lokale bevolking in dienst als beveiligingsmensen, chauffeurs en tolken, waardoor toch al onderbemande regeringsinstellingen en staatsziekenhuizen ontredderd raken. In Afghanistan had alleen AzG al 1400 Afghanen in dienst.

In april van dit jaar beet de Afghaanse minister van Planning een gehoor van hulpverleners toe dat de werkwijzen van hulporganisaties een ,,ernstiger bedreiging vormen voor de regering dan krijgsheren en commandanten''.

Niet vaak zijn hulpverleners bereid om de mogelijkheid te overwegen dat ze deel uitmaken van het probleem dat ze zeggen te willen oplossen. Maar: ,,Is het onredelijk te suggereren dat zonder de aanwezigheid van hulporganisaties om in de basisbehoeften van de bevolking te voorzien, de Talibaan veel eerder verzet had ontmoet, helemaal als weduwen en kinderen van `martelaren' niet verzorgd zouden zijn?'', vraagt voormalige AzG-medewerkster Fiona Terry in haar boek Condemned to Repeat.

En is het niet zo, dat vluchtelingenkampen niet alleen voor `weerloze burgers' zijn, maar bijna altijd ook dienen als veilige enclaves voor krijgers en verdachten van oorlogsmisdaden? Die kampen worden nooit gedemilitariseerd. Hulporganisaties doen immers niet aan `politiek'. Humanitaire hulp is neutraal en onpartijdig en moet verleend worden aan iedereen die het nodig heeft.

De terugtrekking van AzG uit Afghanistan roept interessante vragen op over de mate waarin de internationale gemeenschap het hulporganisaties zou moeten toestaan om humanitaire crises te `managen'. Waaraan de miljarden hulpeuro's worden besteed en met welk resultaat, is vaak onduidelijk en wordt zelden gecontroleerd. Dat Talibaan strijdgroepen trainen mede op kosten van de hulpindustrie, wordt waarschijnlijk afgeschreven als onvermijdelijk, als collateral damage in een verder goedbedoelde operatie.

Weglopen om je operationele neutraliteit te bewaren, is weglopen van de vraag of die neutraliteit er überhaupt wás. Dezelfde vraag zal opkomen in Soedan en Irak, de volgende stops voor gemiddeld 300 hulporganisaties. Ze kunnen maar beter afrekenen met die vraag voordat de geschiedenis zich herhaalt.

Linda Polman is freelance journalist en medewerker van deze krant.