Fotograaf Cartier-Bresson overleden

Met de dood van de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson, die afgelopen maandag naar gisteren door zijn familie bekendgemaakt werd op 95-jarige leeftijd overleed, heeft zich, zoals nu zelfs doorgaans zakelijke persbureaus schrijven, `het oog van de eeuw' gesloten. Cartier-Bresson overleed in de Provence, waar hij een huis bezat en waar hij gisteren in alle stilte is begraven. Hij at de laatste dagen niet meer.

Al heel lang een mythische figuur, ook bij het `grote publiek', heeft de fotograaf – bewust of onbewust, koket of juist deemoedig – niets nagelaten om die mythe te voeden. Zo liet de man die vijftig jaar lang de wereld vastlegde zich vrijwel nooit zelf fotograferen. Zelfportretten zijn zo mogelijk nog zeldzamer. Hoewel, een van zijn talloze aforismen die eveneens bijdroegen aan zijn roem, luidt: ,,Door te leven ontdekken we tegelijkertijd onszelf als de wereld om ons heen.''

In die zin heeft Cartier-Bresson talloze zelfportretten gemaakt – hoeveel precies liet hij ook weer raadselachtig in het midden: ,,Men vraagt ook niet aan een schrijver te tellen hoeveel woorden hij heeft geschreven.''

Met de dood van Henri Cartier-Bresson is de fotografie `wees' geworden, zoals dagblad Le Monde vandaag schrijft. De fotograaf, wegens beroemdheid ook kortweg aangeduid als `HCB', stond voor meer dan alleen zichzelf: hij was de laatste overlevende van een hele generatie, die haar bestaan dankte aan de uitvinding van de kleine camera. Daartoe behoorden ook André Kertesz – door HCB altijd zijn leermeester genoemd –, Robert Doisneau, Jacques-Henri Lartigue, Robert Capa, David Seymour en George Rodger. Met de laatste drie richtte Cartier-Bresson in 1947 het fotopersbureau Magnum op, nog altijd een ijkpunt in beeldverslaggeving. Het is het begin en de glorie-tijd van `beeld'-tijdschriften als Time-Life en Paris-Match.

Magnum maakte school, ondanks of misschien wel dankzij de uitersten die Cartier-Bresson samen met Capa vertegenwoordigde. Capa (1913-1954) was de fotoreporter pur sang, die zichzelf vereeuwigde met onsterfelijke beelden van de Spaanse burgeroorlog, van D-day en van de oorlog in Indochina. Cartier-Bresson, kunstenaar met een schildersoog, keek juist weg van de grote gebeurtenissen en fotografeerde de periferie. Volgens hem kon, in de fotografie, ,,het kleinste ding een groot onderwerp zijn, het kleinste menselijke detail een Leitmotiv worden''.

Foto's en portret: pagina 10