Dataverkeer sleutel tegen terreur

Nederlandse inlichtingendiensten krijgen steeds meer bevoegdheden in de strijd tegen het terrorisme. Wetgeving wordt aangepast en meer berichtenverkeer onderschept en gescreend.

De manier waarop de Westerse wereld de strijd aanbindt met het internationale terrorisme krijgt steeds meer vorm. Na 11 september 2001 begon het vooral in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk met een serie strenge, privacybeperkende maatregelen die de kans moesten verhogen dat plannen voor een grote aanslag tijdig worden onderschept. Maar ook in Nederland worden inmiddels in hoog tempo maatregelen genomen en wetten vernieuwd om de opsporing van terroristen te vergemakkelijken.

De laatste maatregelen zijn vooral ingegeven door de bloedige aanslagen in Madrid, op 11 maart van dit jaar, en het groeiende besef dat ook Nederland een doelwit kan zijn voor een terroristische aanslag. In een recente brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Remkes (Binnenlandse Zaken) dat de inzet ,,voor alles'' gericht is op ,,het zo vroeg mogelijk identificeren van de voorbereiding van mogelijke terroristische acties en de daders daarvan''.

Intelligence is daarbij het sleutelwoord. Het kabinet wil de satelliet-interceptiecapaciteit van het afluisterstation in het Groningse Zoutkamp de komende jaren fors uitbreiden om meer internationaal berichtenverkeer te kunnen onderscheppen en zelf analyses te kunnen maken. Inlichtingendiensten hebben de afgelopen jaren steeds meer behoefte aan het aftappen van telefoongesprekken, fax- en internetverkeer en radioverbindingen, mede omdat infiltratie in aan Al-Qaeda gelieerde terreurnetwerken veelal onmogelijk wordt geacht. Minister Remkes wil de Nationale Sigint Organisatie (NSO), verantwoordelijk voor het onderscheppen van deze `verbindingsinlichtingen', zelfs ,,verzelfstandigen'' en ,,als derde dienst naast AIVD en MIVD'' opnemen in de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

Maar het kabinet heeft zijn oog ook laten vallen op een uitbreiding van de bronnen die informatie kunnen bevatten over op handen zijnde terroristische acties. Zo wordt de wet aangepast voor de inlichtingendiensten om nieuwe vormen van geautomatiseerde data-analyse mogelijk te maken.

De inlichtingen- en veiligheidsdiensten willen kunnen zoeken aan de hand van profielen en bepaalde patronen in ,,grote bestanden met persoonsgegevens van niet-verdachte personen'', zo schreef Remkes in een recente brief aan de Kamer. Daarbij kan het gaan om analyses van de gegevens van bijvoorbeeld telefoonverkeer, gegevens van luchtvaartmaatschappijen en banken om bepaalde patronen te kunnen ontdekken. Zo kan een plotselinge toename van het aantal telefoongesprekken naar een bepaalde regio in de wereld een aanwijzing zijn dat er iets gaande is. Dat geldt ook voor een verandering in patronen van de internationale luchtvaart. Dergelijke patronen kunnen alleen worden ontdekt als alle gegevens - ook de niet-verdachte gegevens - kunnen worden onderzocht.

Verder wil het kabinet dat de AIVD en de MIVD rechtstreeks toegang kunnen krijgen tot gegevensbestanden die de diensten nu nog op verzoek krijgen van instellingen en diensten, en bijvoorbeeld van de politie. Remkes wil dat overheidsorganen worden verplicht informatie te verstrekken als de veiligheidsdiensten daar om vragen. Nu gebeurt dat nog op vrijwillige basis.

Daarnaast wil minister Remkes dat de AIVD en de MIVD de mogelijkheid verruimen om voorbereidingen van terroristische aanslagen te verstoren en zelf in te grijpen als zij dat nodig achten in geval van acuut gevaar. Nu kunnen de diensten alleen geïnfiltreerde agenten in bijvoorbeeld een extremistische organisatie vragen om auto's of telefoonapparatuur onklaar te maken om uitvoering van een aanslag te voorkomen. Diensten zelf mogen dergelijke verstoringen nog niet plegen.

De maatregelen om de inlichtingen- en veiligheidsdiensten meer armslag te geven maken deel uit van een grootschalig anti-terreurprogramma dat Nederland heeft opgesteld na de aanslagen in de Verenigde Staten. Afgezien van een forse toename van het aantal terreurbestrijders bij allerlei diensten en de overheid wordt ook de wetgeving op tal van terreinen aangepast. Zo kunnen terroristische aanslagen zwaarder worden bestraft en is ook het voorbereiden van een aanslag strafbaar geworden.

Het kabinet gaat er vanuit dat Nederland als bondgenoot van de VS en met troepen in Irak nog steeds een aantrekkelijk doelwit kan zijn voor terroristen. Verder heeft Nederland moslimgroepen op zijn grondgebied die ,,gevoelig zijn voor radicaliseringstendensen'', zo schreven Remkes en zijn collega Donner (Justitie) enkele maanden geleden aan de Tweede Kamer. Zij konden toen niet uitsluiten dat uit het Spaanse onderzoek zou blijken dat ,,op enig moment ook een of meer connecties met Nederland zullen worden vastgesteld''. Inmiddels is Nederland ook voorzitter van de Europese Unie, wat veel internationale aandacht trekt.

Begin juni bleek uit afgeluisterde telefoongesprekken van een in Italië aangehouden Marokkaan dat in Nederland inderdaad ,,een groep klaarstond'' om een aanslag te plegen. Maar die groep zou om allerlei redenen uit elkaar gevallen zijn, zo bleek uit de telefoontaps van de Italiaanse veiligheidsdienst.

Vorige week nog schreven de ministers Remkes, Donner en Bot (Buitenlandse Zaken) in antwoord op Kamervragen dat terrorisme ,,een aanzienlijke dreiging voor de nationale veiligheid'' blijft. Zij sluiten niet uit dat Al-Qaeda aanslagen kan plegen met massavernietigingswapens en de beschikking heeft over biologische, chemische of radiologische stoffen''. De regering verwacht echter niet direct een grootschalige, massale aanslag met dergelijke middelen, maar acht ,,verhoudingsgewijs kleinschalige, technisch tamelijk eenvoudige aanslagen met deze middelen waarschijnlijker''.