CPB laakt WAO-besluit

Het kabinet wil de zogeheten Pemba-boete afschaffen, een instrument dat bedoeld is om werkgevers te straffen voor het arbeidsongeschikt raken van hun werknemers. Het Centraal Planbureau (CPB) is het daar niet mee eens. Het vindt dat het systeem uitstekend werkt. Volgens het Planbureau zet de boete werkgevers er toe aan preventieve maatregelen te nemen. Uit CPB-onderzoek blijkt dat door de boetes de WAO-instroom na een jaar met zo'n 15 procent is verlaagd.

De Pemba, voluit Premiedifferentiatie En Marktwerking Bij Arbeidsongeschiktheidsregels, werd op 1 januari 1998 ingevoerd. De wet regelde dat bedrijven een fors hogere premie moeten betalen als werknemers in de WAO terechtkomen. Een lage WAO-instroom leidt tot een lagere premie. Vijf jaar later werd de wet afgeschaft voor bedrijven met minder dan 25 werknemers.

In de plaats daarvan kwam dit jaar een systeem van branchegewijze premiedifferentiatie. Het kabinet wil de Pemba in 2006 geheel afschaffen als onder meer het aantal nieuwe volledig arbeidsongeschikten in 12 maanden niet meer is dan 25.000.

De onderzoekers van het CPB stellen echter dat ,,enigerlei vorm van premiedifferentiatie het risico op een toename van de instroom (in de WAO, red.) beperkt''. Ze stellen dat vooral kleinere werkgevers zich hebben laten verrassen door de wet en mede door de ingewikkeldheid van de regeling een afwachtende houding hebben aangenomen.

Toen het de werkgevers eenmaal duidelijk werd hoe hoog de Pemba-boetes bleken te zijn, zijn ze preventieve maatregelen gaan nemen. Die hebben geleid tot, wat de onderzoekers noemen, een ,,robuust lagere instroom'' van 15 procent na één jaar. De onderzoekers vermoeden dat dit percentage nog aan de lage kant is. Er zijn volgens hen sterke aanwijzingen dat preventie-inspanningen tijd nodig hebben om te renderen. De daling van de instroom kan over een langere periode dan ook nog sterker blijken.