Vitaminen en vette vis voor gevangenen: worden ze kalmer?

Justitie gaat onderzoeken of voedingssupplementen het aantal geweldsincidenten bij gevangenen doen verminderen. Wetenschappers hebben twijfels bij het onderzoek.

Depressie, ADHD, de ziekte van Alzheimer, autisme, schizofrenie. Een greep uit de gedragsaandoeningen waarvan beweerd wordt dat zij mede veroorzaakt worden door verkeerde voeding. Zelfs dyslexie zou door een verandering in het voedingspatroon kunnen worden verminderd. De verbanden zijn soms aantoonbaar, en vaak passen mensen hun voedingspatroon er op aan, maar wetenschappelijk onderzoek biedt daarvoor zelden voldoende aanleiding.

De Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie maakte vorige week bekend dat zij gaat onderzoeken of aanpassing van het voedingspatroon van gedetineerden het aantal geweldsincidenten in gevangenissen doet afnemen. Dit gebeurt in navolging van de universiteit van Oxford in 2002. Toediening van extra vitaminen, mineralen en omega-3-vetzuren bij gedetineerden in het Engelse Salisbury leidde tot 25 procent minder geweldsincidenten.

Dergelijk epidemiologisch onderzoek – waarbij niet gekeken wordt naar de moleculaire werking – vindt de laatste jaren veelvuldig plaats. De relatie tussen ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) en suiker, bepaalde kleurstoffen en conserveringsmiddelen wordt al sinds de jaren tachtig onderzocht. Daarbij krijgen kinderen met en zonder hyperactiviteit een aangepast dieet en wordt bekeken of hun gedrag verandert. Vaak verbetert het gedrag inderdaad, maar dit kan ook komen door de extra aandacht of door andere omgevingsfactoren tijdens het onderzoek. Toch passen veel ouders de voeding van hun kinderen aan, onder het motto `baat het niet, het schaadt ook niet'. Maar tot nu toe is er geen representatieve en adequate studie gedaan die daadwerkelijk een oorzakelijk verband aantoont.

De Amerikaan F. Dohan legde met een in 1984 gepubliceerde studie een relatie tussen schizofrenie en gluten (eiwitten uit tarwe). En wat bleek: in culturen waarin mensen geen tarwe eten, kwam schizofrenie nauwelijks voor. Zodra zij westerse, tarwerijke eetgewoonten gingen overnemen, steeg het aantal gevallen tot Europees niveau. Het onderzoek was op antropologische gegevens gebaseerd, niet op medische. Niettemin zijn op internet talloze websites te vinden die glutenarme diëten aanbevelen voor een betere geestelijke gezondheid.

Momenteel gaat de aandacht uit naar omega-3-vetzuren. Deze vetzuren, die vooral voorkomen in vette vis, zouden depressies en stemmingswisselingen helpen voorkomen. Sinds eind jaren negentig verschijnen studies die verschillende bevolkingsgroepen met elkaar vergelijken. Naarmate het (vette) visgebruik groter is, daalt het aantal depressies en blijkt de algemene mentale gezondheid beter. Van de olie uit vette vis, die onder consumenten populair is wegens de mogelijk heilzame werking tegen kanker en hart- en vaatziekten, worden dan ook goede resultaten verwacht voor het onderzoek onder gedetineerden.

Harry Steinbusch, professor cellulaire neurowetenschappen aan de Universiteit van Maastricht, maant tot voorzichtigheid bij de toepassing van de resultaten. Bij onderzoek naar de relatie tussen voeding en de geheugenfunctie wordt meestal alleen gekeken naar het eindresultaat, niet hoe visolie werkt. ,,Er is geen moleculaire ondersteuning voor het verband tussen omega-3-vetzuren en denkprocessen.''

Volgens Steinbusch is er meer onderzoek nodig om de huidige snelle conclusies af te remmen. Bijvoorbeeld naar de claim dat cholesterolverlagende statines die worden toegevoegd aan margarines, de ziekte van Alzheimer zouden remmen. Vorige week presenteerde zijn onderzoeksgroep op een congres in Philadelphia de resultaten van een moleculair onderzoek dat dat effect ontkent.

De Europese Unie probeert nu regels op te stellen voor voedingsproducten die gezondheidsclaims maken, zoals yoghurt die de voedselopname zou verbeteren. Het gaat hierbij vooral om de verplichting dat claims wetenschappelijk getoetst moeten zijn. De EU wil echter claims op gedrag en psychologische effecten uitsluiten wegens de complexe relaties met voedingsfactoren. De industrie heeft hier bezwaar tegen gemaakt. Ook is het voorstel nog niet door het Europees Parlement goedgekeurd.

Henk van den Berg, specialist voeding en gezondheid van het Voedingscentrum: ,,Er zijn inderdaad studies bekend die een verband vinden tussen vitaminensuppletie, intelligentie en het sociale gedrag van kinderen, of met het voorkomen Alzheimer. Dergelijke studies zijn op zich interessant, maar leveren nog geen oorzakelijk verband.''

Ook bij het vetzurenonderzoek onder gedetineerden vindt hij terughoudendheid geboden. ,,Er zijn enkele effecten van omega-3-vetzuren op de hersenen bekend, bijvoorbeeld de werking op celmembranen, maar in dit stadium van onderzoek zou het een stap te ver zijn om dat te vertalen naar beleid zonder verdere moleculaire onderbouwing.'' Het onderzoek uit Oxford is volgens hem methodologisch in orde, maar het blijft toch de vraag hoe representatief het is. Meet het de effecten van het wegnemen van een gebrek (mist het Engelse gevangeniseten vette vis) of meet het de iets geheel anders? Aten de gestraften hun bordje wel leeg?

Mede daarom wijst Gerard Hornstra, emeritus-hoogleraar experimentele voedingskunde in Maastricht, op de noodzaak om ook bloed- of wangslijmvliesonderzoek te doen bij de deelnemende gedetineerden. Dit kan aantonen of de stoffen die worden toegediend ook daadwerkelijk in het lichaam terechtkomen. Ook hoopt hij dat de onderzoekers proberen vast te stellen welke stoffen het werk doen – dus slechts één stof tegelijk toevoegen.

Maar Justitie is waarschijnlijk niet geïnteresseerd in de exacte werking, denken de wetenschappers. Hornstra: ,,Zolang er maar een aantoonbaar effect is, zijn ze tevreden.''