Vergaderen met een borrel

Van 1958 tot 1995 werkte Jan Huijbregts bij de KNVB. Als medewerker, secretaris en competitieleider. Niemand heeft de hectiek van de voetbalbond zo lang meegemaakt.

Het betaald voetbal in Nederland is opgericht dankzij de `bedstee-conferentie'. Vier clubbestuurders, Jos Coler (Sparta), Cor Kieboom (Feyenoord), Toon Martens (ADO) en Henk Zon (Excelsior) gaan in juni 1954 op de bonnefooi naar hotel Terminus in Utrecht voor een vergadering als reactie op de oprichting van de `wilde' beroepsvoetbalbond NBVB. In het hotel is geen vergaderruimte vrij. De heren huren een kamer en zittend op het bed besluiten ze tot de oprichting van een profafdeling binnen de KNVB.

Vier jaar later, om precies te zijn op 1 juli 1958, treedt Jan Huijbregts in dienst bij de bond als medewerker op de afdeling wedstrijdzaken van chef Willem Goorse. In 1965 wordt Huijbregts secretaris, dertig jaar later neemt hij op zestigjarige leeftijd afscheid. Het grote publiek leert hem vooral kennen als de man die op tv de loting verricht van de strijd om de KNVB-beker.

Het begint voor Huijbregts in een villa in Den Haag. ,,Wat schotten zorgden voor afscheiding. Tussen twee bureaus door was een smalle ruimte waardoor ik mijn secretaresse kon bereiken'', vertelt hij op een terras in Zeist. ,,In die periode werd een zeventienjarige Kees Jansma aan mij voorgesteld. Hij was toen leerling-journalist bij De Sportkroniek, het officieel orgaan van de KNVB.'' Jansma is nu voorlichter van het Nederlands elftal.

Huijbregts (69) laat vijftig jaar betaald voetbal in vogelvlucht de revue passeren.

De sanering. ,,In het begin van het betaald voetbal waren er in vijf divisies tachtig clubs. Daarvan waren er in 1971 nog 51 over. Dat aantal werd toen teruggebracht tot 39. Hier zijn wel tientallen vergaderingen aan vooraf gegaan. Maar ook rechtszaken en een onderzoek van een marketingbureau. De dertien clubs die moesten verdwijnen werden aangewezen op basis van hun toeschouwersaantallen. Ik moet zeggen dat er in die periode momenten zijn geweest dat het allemaal te hoog gegrepen was voor mij. Ik fungeerde onder meer als secretaris van een studiecommissie waarin een meester doctor zitting had, een kantonrechter en een rechtbankpresident die later lid werd van de hoge raad. Mijn verslagen blonken niet uit door deskundigheid. Maar later wist ik meer van arbeidsrecht dan de juristen die bij ons in dienst kwamen.''

Jos Coler. ,,Hij werd in 1961 voorzitter, was de opvolger van Toon Martens en heeft het betaald voetbal gestroomlijnd. Coler was de grote animator achter de sanering. Van alle voorzitters kon ik met hem het beste opschieten. Hij was een jood, heette eigenlijk Jos Cohen maar veranderde na de oorlog zijn naam. Coler kon bij mij als beginnend secretaris niet meer kapot toen Henny van Dalen van FC Twente een keer in een bestuursvergadering kritiek op mij leverde. Ik had bepaalde informatie niet naar buiten mogen brengen. Coler zei toen: `Jan heeft hierover met mij overleg gepleegd'. Dat was niet waar, maar hij dekte me.''

TV-rechten. ,,Coler en ik hebben ook aan de basis gestaan van het eerste tv-contract met de NOS voor het seizoen '66-'67. In die tijd hadden we het idee dat een overkill van voetbal op tv van invloed zou zijn op de toeschouwersaantallen. Daar is nooit iets van gebleken. Uiteindelijk ging chef Carel Enkelaar akkoord voor 250.000 gulden per jaar. Coler zei: `We maken ons niet druk om dat bedrag'. Het ging ons om het principe. Een paar jaar later sloten we een overeenkomst voor vier ton.''

De overige sectievoorzitters. ,,Ik heb zeven sectiebesturen betaald voetbal overleefd. Zij werden na Coler voorgezeten door Jacques Hogewoning, Eric Vilé, André van der Louw, Martin van Rooijen en Jos Staatsen. Zij zaten er veelal om hun ijdelheid te bevredigen. Honger naar macht is ook een vorm van ijdelheid. Dat geldt nu ook voor veel clubbestuurders. Tegenwoordig zie je op dat niveau advocaten, burgemeesters, ex-hockeyers en ondernemers. Ze laten zich niet omringen door deskundigen die wel verstand hebben van het métier. Henk Zon zei ooit: `Een clubbestuurder moet het zweet van de kleedkamer hebben geroken'. Daar ben ik het wel mee eens.''

Jacques Hogewoning. ,,Er verscheen tijdens al die vergaderingen vroeger heel wat drank op tafel. Bestuurders als Hogewoning noemde ik `de broeders van de natte gemeente'. Joop Niezen, oud-hoofdredacteur van Voetbal International, heeft mij eens verteld dat hij Hogewoning altijd zondagavond belde tegen tienen. Dan hoorde hij door de telefoon het tikken van de ijsblokjes tegen het whisky-glas. `Potverdorie', dacht Joop dan, `nu wordt Jacques loslippig'.''

André van der Louw. ,,Kwam voor de vergaderingen altijd laat binnen. `Jan, punt 4, leid jij het even in?' Hij had dan wel een dusdanig analytisch vermogen dat hij zich snel inleefde in de materie. Als ik hem door de week belde had hij zelden tijd. Wanneer ik zei: `Er is een probleem', dan antwoordde Van der Louw: `Jan, daar ga ik me nu niet in verdiepen. Neem maar een beslissing. Als je het verkeerd hebt gedaan, krijg je op je kloten'.''

Martin van Rooijen, tegenwoordig preses atletiekunie. ,,Denk ik ook niet met plezier aan terug. Hij hield van vergaderen en altijd op zaterdag. A day in the green, noemde Van Rooijen dat. Was je hele zaterdag naar de knoppen. En zondagavond schoot hem vaak weer wat te binnen en belde hij iedereen op om even telefonisch te vergaderen. Ik had dan meestal voor, tijdens en na het eten een glas wijn gedronken. Van Rooijen was altijd langdurig aan het woord. Het gebeurde nog al eens dat ik aan het einde van die sessie Van Rooijen hoorde roepen: `Verrek Jan, ik heb jou bijna niet gehoord!' Had m'n vrouw mij kort ervoor wakker gepord. Had ik al die tijd zitten pitten.''

Eric Vilé. ,,Was al zeer jong sectievoorzitter. Vilé kon goed formuleren en analyseren. Hij leidde vergaderingen altijd met strakke hand. Louis van Gaal, toen woordvoerder van de spelersvakbond VVCS, liet hij alle hoeken van de vergaderzaal zien. Als bestuurder van FC Utrecht bracht hij het toenmalige sectiebestuur aan het wankelen. Hogewoning en Zwikstra wilden geen shirtreclame. Want dan zou het bedrijfsleven de dienst gaan uitmaken. Vilé wees er op dat de clubs het geld goed konden gebruiken. Hij kreeg de meerderheid achter zich. `Domme besluiten voeren we niet uit', zeiden Hogewoning c.s. en ze traden af.''

Bondscoaches. ,,Meestal stelden de voorzitter, het bestuurslid technische zaken en ik een lijstje op van kandidaten. Voor het WK van 1978 vonden we Ernst Happel, trainer van Club Brugge, de meest geschikte bondscoach. Hij bleek bereid het te doen, want hij kende al die spelers nog uit zijn Nederlandse tijd. Voor het WK hadden we nog een oefenduel in Israël. Happel belde me op en vroeg me of hij `iemand mocht mitnehmen'. Ik was blij met z'n aanstelling en zei: `Selbstverständlich, we gaan toch met een teamcharter'. Bleek op Schiphol dat het zijn vriendin was. Een vrouw mee, dat was toen not done.''

Een halve eeuw betaald voetbal bij de KNVB is met geen pen te beschrijven. ,,Er is nu vaak veel aan de hand, maar het was vroeger ook altijd hectisch. In mijn periode '65-'95 heeft de VVCS bijvoorbeeld zeker 25 rechtszaken tegen de bond aangespannen. Het merendeel wonnen we overigens. Dick Advocaat heeft me er aan doen herinneren: in het betaald voetbal word je kritisch gevolgd.''

Dit is deel twee van een serie over vijftig jaar betaald voetbal in Nederland.