Vaticaan verrast met visie op vrouw

Het is bot om de recente brief van het Vaticaan over de man-vrouw-relatie af te kraken als verwerpelijk, seksistisch en ouderwets, meent Catherine Pepinster.

Zoals de meeste mannen zullen ook de hoogst geplaatsten in de katholieke kerk diepgaand beïnvloed zijn door hun relatie met hun moeder. Maar anders dan bij de meeste mannen is dit bij een kardinaal ook meteen de enige intieme relatie met een vrouw hij zal hebben gehad.

Toen ik het stuk over vrouwen las dat het afgelopen weekeinde werd gepubliceerd door de Vaticaanse congregatie voor de geloofsleer, viel me op dat het geheel van deze relatie doortrokken is: het is voor een groot deel een geidealiseerd portret van het moederschap. Neem de vrouwelijke eigenschappen die in het document worden opgesomd: luisterend, uitnodigend, trouw, lovend. Je ziet kardinaal Joseph Ratzinger, hoofd van de congregatie, met warmte terugdenken aan die lang vervlogen dagen van moederliefde in huize Ratzinger. Dit geromantiseerde beeld zal ook zijn blijven hangen bij een paus die zijn eigen moeder verloor op zijn negende, en die de publicatie van dit stuk heeft goedgekeurd.

Maar dit zoon-moeder-sentiment is niet bepaald in de smaak gevallen bij feministische commentatoren. Zij hebben zich mateloos geërgerd aan de uitspraken in het stuk – officieel een brief aan de katholieke bisschoppen over ,,de samenwerking van mannen en vrouwen in de kerk en in de wereld'' – over het feminisme en de verschillen tussen man en vrouw. Ratzinger richt zich tegen de gedachte dat krachtige vrouwen ,,tegenstanders van de man'' moeten zijn. Dit kan volgens hem ,,noodlottige gevolgen voor de structuur van het gezin'' hebben. Oorlogen tussen de seksen leiden ook tot verwarring in het denken, zegt de kardinaal, waarbij ,,verschillen vaak worden ontkend en alleen worden gezien als een gevolg van historische en culturele conditionering''.

Het is bot om dit stuk af te kraken als verwerpelijk, seksistisch en ouderwets. Bij grondige lezing komen enkele verrassende en welkome gedachten aan het licht, zoals deze opmerking: ,,Vrouwen dienen aanwezig te zijn in de wereld van de arbeid en de organisatie van de maatschappij [...] vrouwen dienen toegang te hebben tot verantwoordelijke posities die hen in staat stellen het beleid van landen te beïnvloeden en vernieuwende oplossingen voor economische en sociale problemen te bevorderen.''

Verderop wordt de lezer voorgehouden dat onbillijk onderscheid naar geslacht moet worden bestreden. Dat lijkt voor westerlingen misschien niet veel (al hebben vrouwen decennia na de wet op de gelijke beloning nog altijd geen gelijke beloning), maar dit stuk verschijnt niet alleen in Europa en Amerika. Het zal ook worden gelezen door bisschoppen in Latijns Amerika, Azië en Afrika, en het effect daar mogen we niet onderschatten.

Als het Vaticaan over vrouwen spreekt, heeft het niet zozeer de directrice van een flitsend Amerikaans bedrijf in gedachten, als wel een vrouw in Cambodja die 16 uur per dag tegen een hongerloon merkoverhemden voor onze markt maakt, of een Latino die haar familie in haar geboorteland onderhoudt door in Los Angeles wc's schoon te maken. Daarom hamert dit document op het belang dat vrouwen die buitenshuis werken ,,dit kunnen doen volgens een passend werkrooster en zonder te hoeven besluiten hun gezinsleven op te geven of onder voortdurende spanning te staan, met negatieve gevolgen voor hun eigen evenwicht en de harmonie van het gezin''.

Harmonie – wat zijn de schrijvers van dit stuk verzot op dat woord. In de verhouding tussen mannen en vrouwen dient harmonie, wederkerigheid, te bestaan, zo wordt de betekenis van het Genesis-verhaal van Adam en Eva geduid. Een vrouw moet niet ondergeschikt zijn in haar relatie met een man, maar zijn helper, zijn partner, zijn onmisbare hulp, schrijft kardinaal Ratzinger als hij op stoom komt.

Voor katholieken, die eerder gewend zijn dat de kerk vrouwen ziet als berustend en dienend, is dit een welkome openbaring. Het is dan ook jammer dat het stuk geen erkentelijkheid betoont jegens de mensen die het scheppingsverhaal voor het eerst zo hebben uitgelegd – de feministische theologen. Ook is het jammer dat het stuk zich niet houdt aan zijn eigen thema – samenwerking – en verzuimt erop te wijzen dat vaders zich als helpers net zo hard als vrouwen met de zorg voor kinderen behoren te bemoeien. En jammer dat het Vaticaan weliswaar steeds verlichter gaat denken over de rol van de vrouw in de wereld, maar dat de vertrouwde vooroordelen nog volop aanwezig zijn in de houding tegenover vrouwen binnen de kerk zelf.

De paus heeft niet alleen uitgesloten dat vrouwen worden toegelaten tot het priesterschap, maar hij heeft ook gezegd dat de discussie over dit thema is gesloten. In de hoop op een omslag kijken veel progressieve katholieken al uit naar de volgende paus, maar intussen is er geen reden om niet meer vrouwen te benoemen op hoge posten in de kerk waarvoor het priesterschap geen vereiste is.

Eerder dit jaar werd Mary Ann Glendon, hoogleraar rechten aan Harvard, benoemd tot hoofd van de Pauselijke Academie van Sociale Wetenschappen. Ook aan andere pauselijke academies zijn vrouwen benoemd, maar dit blijven adviesorganen. De echte macht berust nog altijd bij de curie. De nieuwlichterij van het Vaticaan over vrouwen zou passend worden onderstreept als ook hier vrouwen werden benoemd – en wel vrouwen die bereid zijn een aantal uitgangspunten ter discussie te stellen.

Catherine Pepinster is verbonden aan de The Tablet, een Brits katholiek weekblad. Dit artikel verscheen eerder in The Independent.