De ongemotiveerde scholier. Leraren, leerlingen en ouders reageren

Volgens het Onderwijsverslag over het schooljaar 2012/2013 is de Nederlandse leerling het minst gemotiveerd. Tenminste, dat blijkt uit internationaal onderzoek. De opinieredactie van NRC verzamelde reacties van leraren, leerlingen, ouders en deskundigen.

De Nederlandse scholier heeft geen zin om te leren, zegt de Inspectie. Als ze geen cijfer krijgen voor een opdracht zijn ze niet geïnteresseerd en als ze dat wel krijgen, is een zesje genoeg.

De conclusie staat in het rapport De staat van het onderwijs, geschreven door de Inspectie voor het Onderwijs. Daarvoor werd een aantal internationale onderzoeken gekoppeld aan eigen observaties van de Inspectie. Nederlandse scholieren - en dan vooral die in het voortgezet onderwijs - zijn in vergelijking met andere landen slecht gemotiveerd en hebben weinig plezier in het leren.

De opinieredactie van NRC verzamelde reacties van leraren, leerlingen, ouders en deskundigen. Hieronder een selectie van de binnengekomen reacties.

*

Opgelegde discipline
Leerlingen leren vooral voor hun ouders

Scholieren in het algemeen zijn zeker niet altijd gemotiveerd. Waarom niet? Veel scholieren kennen alleen de opgelegde discipline. Zij moeten slagen voor het examen in de ogen van vader en moeder. Een van mijn vrienden wil zijn hele leven al sportjournalist worden, Een vwo-diploma heeft hij niet nodig. Zo studeert hij niet om zichzelf te ontwikkelen, maar moet hij voor de trots van zijn ouders bikkelen. Ook worden kinderen van deze tijd naar mijn idee te weinig gestimuleerd om zichzelf te ontwikkelen. Met mijn ouders praat ik over het conflict in de Oekraïne, over wat onze interesses, zijn, onze dromen. Ben ik bij anderen op bezoek, dan hoor ik nooit zulke dingen, ik heb de indruk dat de ouders in Heemstede het belangrijk vinden dat hun kinderen goede cijfers halen en studeren, zonder zich af te vragen hoe hun kind zichzelf zou willen ontplooien, of hoe het er zelf achter moet komen wat het wil. Veel van mijn leeftijdgenoten leren eenvoudig niet voor zichzelf.

Willem Crul - leerling 5 VWO, Eerste Christ. Lyceum (ECL), Haarlem

*

Ontsteek het vuur
Onderwijs is niet het vullen van een vat
Ik zou, als ik nog leerling was, ook resoluut afhaken wanneer mijn docent in zijn lessen over prijselasticiteit, hydroxylering of poëzie uit de Romantiek niet eerst even nagaat wat ik er al van weet. Waarna hij mij met een te lage lat nauwelijks weet uit te dagen mijn kennis verder te verdiepen. En omdat hij mij niet laat zien of ik het begrijp, laat staan mij laat genieten van een succeservaring, vraag ik me af waarom ik mij überhaupt zou moeten inzetten. Het uitdelen van een ‘stenciltje’ waarin de leraar het volgens eigen zeggen beter uitlegt dan het boek, en het verstrekken van een samenvattingsopdracht die ik in een snelhechter de volgende les moet inleveren, brengen mij natuurlijk nauwelijks in beweging. Dat was in de jaren tachtig al achterhaalde didactiek, maar helaas vandaag de dag nog volop in zwang. Terwijl er in ons schoolgebouw toch echt nergens meer een stencilmachine te vinden is.

Onderwijs is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vuur. Daarvoor is een doosje lucifers niet genoeg. Voor ieder te geven lesuur krijg ik van mijn baas twintig minuten om onderwijs te ontwerpen. Dat gaat binnen dit tijdsbestek natuurlijk nooit lukken. Gelukkig houd ik van mijn vak en steek ik er veel meer tijd in dan dat ik er voor krijg (met een latente burn-out als resultaat).

Raymond de Kreek (35) - docent geschiedenis, Ridderkerk

*

Gemengde brugklas terug
Ik herken mijn oude school niet meer terug
Mijn middelbare school is een interessant voorbeeld in de discussie. Ik kwam daar op school in een gemengde, tweejarige brugklas waar vmbo, havo en vwo bij elkaar zaten. Een grote focus op kunst, muziek en cultuur. Maar aan het eind van mijn zes jaar bleek dat de resultaten sterk tegenvielen. Het percentage geslaagden vóór ons was dramatisch laag: 65 procent van het vwo. De druk werd sterk opgevoerd. Wij, leerlingen, werden geconfronteerd met een sterker opgevoerde moeilijkheidsgraad in de toetsen, terwijl wij op dat niveau niet eens waren onderwezen. Wij mochten iets oplossen, een probleem dat volgens de inspectie was ontstaan. Maar de inspectie zag het hoge aantal leerlingen dat met een advies voor een lager niveau (vanwege Cito-score) toch doorstroomde naar hoger niveau – en dat ook glansrijk haalde – over het hoofd. Inmiddels herken ik mijn oude school niet meer terug. En de vmbo-afdeling is verplaatst naar een ander gebouw, terwijl die vermenging mij juist bekend heeft gemaakt met leerlingen die niet van mijn niveau waren, iets wat ik nog steeds erg waardeer.

Marta Onderwater - eerste jaar student Liberal Arts and Sciences, Amsterdam Univerity College

*

Onderwijspolitie
Onderwijs betuttelt onze kinderen
Ik ben ouder van een dochter van 11 (groep 7) en een zoon van 12 (groep 8). En ik word de laatste tijd niet vrolijk van hun verhalen. Zo moeten ze voor de tweede keer in korte tijd praten over hoe het is om lesbienne of homo te zijn; moeten ze praten over echtscheiding en pesten; zijn er sessies over wat hun sterke en zwakke kanten zijn, etc. Gek worden ze ervan. En ik ook. Want het hele onderwijs wordt geproblematiseerd. Bij de voetbal in de pauze staan drie overblijfouders te kijken of alles goed gaat. Hoe de regels zijn, hoe je je daaraan moet houden – de kinderen hebben daar niets over te zeggen. Het onderwijs propageert zelfstandige en mondige burgers te willen maken van onze kinderen, maar doet het tegenovergestelde. Er is sprake van een betutteling en een bemoeizucht die geen grenzen kent. Ik kan het niet aantonen, maar dat het onderwijs in Nederland als niet leuk wordt ervaren, mag vooral de inspectie zich aantrekken. Elke creativiteit is door de onderwijspolitie uit het onderwijs geperst door regels en eisen aan toetsen en scores.

Jos Groenenboom, Maassluis.

*

Zesjescultuur
Ik steek veel tijd in saaie vakken

De zesjescultuur komt door het belachelijke curriculum dat wordt gesteld. De havo bijvoorbeeld. (Lezen jullie mee, Belangrijke Mensen In De Politiek En De Overheid Die Gaan Over Het Onderwijs?) Welk vakkenprofiel ik ook kies, er zitten sowieso een of twee vakken bij die me totaal niet aanstaan en waar ik ook ontzettend slecht in ben. Doordat ik voor die vakken ook goede cijfers moet halen (lees: zesjes) moet ik hier veel tijd insteken. En doordat ik veel tijd in die vakken moet steken, krijg ik de kans niet beter te worden in vakken waar ik al goed in ben, en haal ik daar ook weer zesjes of zeventjes. Lekker dan: leerlingen die middelmatig scoren op alles mogen over een maand de vlag uithangen, maar leerlingen die slecht zijn in een enkel vak in hun profiel zakken voor hun examens. Dat ze uitblinken in andere vakken lijkt totaal niet belangrijk. De Nederlandse jeugd ervaart het onderwijs als een plicht? Goh, hoe zou dat nou komen?

Luuk de Leest - havist met een cijferlijst vol zessen

*

Motivatie
Leerling moet eerder worden uitgedaagd
In mijn onderbouwjaren ben ik niet voldoende uitgedaagd, al mijn werk kon ik met twee vingers in mijn neus afmaken. Hierdoor heb ik niet goed ‘geleerd’ te leren. In de derde kwam er wat meer pit in, maar voelde het leerwerk nog niet als een volwaardige uitdaging. In de vierde, waarin je tentamens en schoolexamens moet maken, werd er pas doorgewerkt. In de vijfde ontstonden slagvelden aan cijferlijsten (en niet alleen bij mij) en was het hard doorwerken geblazen. Nu zit ik in 6 vwo, en sta ik op slagen, met wel met een zesjescultuur. Om het samen te vatten; als de leerling eerder wordt uitgedaagd en een toekomstbeeld krijgt over eventuele mogelijkheden, kan het afstand doen van deze zesjescultuur. Het ligt puur aan de motivatie.

Sander van Rosmalen - 6 vwo

*

Duits onderwijs
In Duitsland moet leerling kritisch meedenken
Herhaaldelijk heb ik studiereizen voor docenten naar Duitsland begeleid. Iedere keer weer zijn de docenten vol verwondering over de sterke motivatie van de Duitse leerlingen en het hoge niveau van hun bijdragen in de les. Ook het feit dat docenten op Duitse scholen minder tijd besteden aan orde houden, valt op. Actieve participatie is daarbij meer dan alleen de vinger opsteken. De leerling moet aantonen dat hij kritisch meedenkt, verbanden kan leggen en een eigen mening kan onderbouwen. Dat is goed voor wel 50 procent van het eindcijfer. Deze tamelijk eenvoudige maatregel komt niet alleen de orde in de klas en de motivatie van de leraar ten goede. Hij kweekt ook kritische denkers die niet bang zijn een goed onderbouwde mening uit te dragen. Een basisvereiste om de zesjescultuur te doorbreken en een uitgelezen kans om het Nederlandse onderwijs op een hoger niveau te brengen.

Kerstin Hämmerling, -Coördinator in het Duitsland Instituut, Amsterdam

*

Lui
Met een voldoende weet je tenminste genoeg
De scholier moet een kader krijgen waaraan hij kan afmeten wat de dingen die hij op school leert nu echt toevoegen. Wanneer ze inzien dat ze wel degelijk iets hebben aan de naar hun mening vaak oersaaie stof die ze moeten leren op de middelbare school, zal dit misschien tot een hogere motivatie leiden en dus betere cijfers. Daarbij, de puber is van nature opstandig en lui, en hier kan niet altijd evenveel aan worden gedaan. Zolang ze maar halen wat ze moeten halen, steken ze er tenminste iets van op. Zoals ze zelf vaak zeggen, en ik tijdens mijn studie ook veel om me heen hoor: voldoende is voldoende, want dan weet je tenminste genoeg.

Thomas Broekhoff - student

*

Beperking
De menselijke geest past zich aan: een zesje
Ieder kind wordt geboren als een nieuwsgierig en leergierig mens. Dit neemt te vaak af tijdens de schoolcarrière. Gekaderd, beleerd en getoetst bereiken zij de leeftijd waarin zij in staat zijn zelf keuzes te maken. In het onderwijs moet alles beter, sneller, complexer en dan blijft er soms niets anders over dan eenvoudig de waarde van het moment herkennen: alleen plezier is belangrijk. Het plezier in ontdekken, kennis en vaardigheiden vergaren op je eigen manier is lang onderdrukt. In de moderne samenleving lijkt alles via een druk op de knop te gaan. En boven het maaiveld uitkomen doen wij nog steeds niet, terwijl mensen met een beperking nu ineens ‘loonwaarde’ moeten ontwikkelen. Maar de menselijke geest weet zich altijd goed aan te passen; met een zesje kun je misschien een beter leven leiden dan met een 10, waarvoor je je originaliteit hebt moeten inleveren.

Nicolaus Benl - speciaal onderwijs