New York tussen angst en cynisme

New York verkeert sinds het terreuralarm van zondag in een soort van staat van beleg. De reacties onder New Yorkers op de dreiging variëren van ingehouden angst tot politiek cynisme.

Een dag nadat Manhattan is veranderd in een moderne mini-politiestaat uit vrees voor een nieuwe terreuraanslag door Al-Qaeda, specifiek op financiële centra, staat Keryn Stone met haar vriendin na het werk te borrelen op het terras van de Beer Bar onder de zwaarbewaakte Met Life wolkenkrabber. ,,Ik geloof helemaal niks van die terreurdreiging'', zegt Stone, een Afro-Amerikaanse vrouw van in de dertig, werkzaam in het theater. ,,Het komt de regering Bush allemaal net iets te goed uit. Het is bullshit.''

Haar vriendin Danielle, die bij zakenbank Barclay's werkt op de vijfde verdieping van het Met Life gebouw, en die haar achternaam niet wil geven, schudt haar hoofd. ,,Je weet nooit wat er gaat gebeuren. Natuurlijk heb ik last van alle extra checkpoints. Je komt haast niet meer aan werken toe. Maar ik voel me wel veiliger.''

De twee gemoedstoestanden – politiek cynisme en een ingehouden vorm van angst – zijn op veel plaatsen in de stad waar te nemen. Aan de ene kant zijn New Yorkers paranoïde – en anti-Republikeins – genoeg om achter elke actie van de regering Bush een verborgen agenda te zoeken, aan de andere kant moeten ze, sinds 9/11, toch ook de kans op een nieuwe aanslag serieus nemen. Dan hebben ze liever dat de autoriteiten het zekere voor het onzekere nemen. ,,In jouw rugzak kan net zo goed een bom zitten'', zegt Patrick Deco, een juwelier op Fifth Avenue. ,,Je moet altijd op je hoede zijn. Geloof me. Ik ben in Jeruzalem opgegroeid.''

Tom Ridge, president Bush' speciale minister voor Binnenlandse Veiligheid, maakte zondag gewag van een ongewoon concrete aanslag die op handen zou zijn tegen de New Yorkse effectenbeurs, de hoofdkantoren van de financiële dienstverleners Citigroup in Midtown Manhattan en Prudential, in New Jersey, alsmede de vestigingen van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank in Washington. Volgens inlichtingen die waren verkregen van Mohammed Naeem Noor Khan, een terroristische verdachte in Pakistan, die in juli werd gearresteerd, zou er een zeer gedetailleerd plan bestaan om een of meerdere van deze gebouwen op te blazen, waarschijnlijk door middel van een met explosieven geladen vrachtwagen.

Alleen: wanneer? Dat was en is de grote vraag, aangezien veel van de inlichtingen, zo onthulden The New York Times en The Washington Post gisteren, dateren van voor 11 september 2001, en er niets naders over een aanslagdatum bekend is. Bij de autoriteiten bestaat echter al langer het vermoeden dat deze zomer en herfst, met twee partijcongressen en de presidentsverkiezingen, een verhoogd risico met zich meebrengen voor steden aan de oostkust.

,,Ik ben zeer sceptisch over deze zogenaamde terreurdreiging omdat de regering ons al zo vaak heeft voorgelogen – over de massavernietigingswapens in Irak, en de band tussen Saddam Hussein en Al-Qaeda, bijvoorbeeld'', zegt Ray McGovern, een oud-analist van de CIA in Washington die, samen met andere voormalige CIA-mensen, de regering Bush van buitengewoon kritische (ongevraagde) adviezen voorziet. Het staat voor McGovern als een paal boven water dat de regering Bush de inlichtingendiensten gebruikt voor politieke doelen – een hoofdzonde voor iedere integere CIA en FBI-employé.

,,Ik hoor vaak zeggen dat Bush en consorten hun grenzen kennen, maar ik ben daar niet zo zeker van.'' Volgens McGovern probeert het Witte Huis met zijn terreurdreiging de aandacht af te leiden van het succes dat Bush' presidentiële tegenstrever John Kerry genoot dankzij het Democratische partijcongres in Boston vorige week. ,,Alleen mag Kerry dat niet met zoveel woorden zeggen omdat het dan lijkt alsof hij niets om beveiliging geeft, en daar win je geen stemmen mee.''

Ridge reageerde gisteren tijdens een persconferentie in New York geprikkeld op de suggestie dat de timing van zijn waarschuwing van een terreuraanslag politiek gemotiveerd zou zijn. Zijn reactie was vooral gericht op Amerikaanse kranten die vraagtekens hadden geplaatst bij het moment van de bekendmaking van het alarm. Zo was een anonieme veiligheidsfunctionaris in The Washington Post uiterst sceptisch. ,,Niets van wat wij horen is nieuw'', zo zei de ingewijde.

,,Wij doen niet aan politiek bij het ministerie van binnenlandse veiligheid'', zei Ridge, een voormalige gouverneur van Pennsylvania, die goed bevriend is met de president. Hij voegde eraan toe: ,,Het detail, de verfijndheid, de grondigheid van de informatie... als jullie er over zouden beschikken, zou je weten dat we de juiste beslissing hebben genomen. De overheid moet de bevolking op de hoogte stellen van dit soort situaties. Politiek staat erbuiten.''

Rod Walters, een ambtenaar bij de overheid die al jaren op en neer pendelt tussen zijn kantoor in downtown Manhattan en zijn huis in Westchester, even buiten de stad, vindt dat de autoriteiten er goed aan doen om de terreurdreiging bekend te maken. ,,Als ze het alleen aan de politie doorgeven lekt het toch uit en krijg je paniek.'' De extra beveiliging kost handen vol geld, beaamt hij. ,,Maar we hebben geen keus. Het is de nieuwe realiteit.''

De terroristen die het op de financiële centra in New York zouden hebben gemunt, lijken zich overigens te hebben vergist in de locatie van het hoofdkantoor van Citigroup – met drieduizend vestigingen de grootste bank van de Verenigde Staten, en met circa 50 miljoen dollar winst per dag een symbool van het Amerikaanse kapitalisme. Het hoofdkantoor van Citigroup zetelt namelijk niet in het 59 verdiepingen tellende Citigroup Center op East 53rd Street, dat sinds zondag wordt bewaakt door tientallen zwaarbewapende agenten, maar een blok verderop in de minder opzienbarende toren op 399 Park Avenue. Sterker, het Citigroup Center is vooral een winkelcentrum, is niet in eigendom van Citigroup, die er nauwelijks kantoorruimte huurt voor zijn bankemployees.

De van oorsprong Indiase uitbater van een nieuwsstand precies tegenover het Citigroup Center kijkt sinds maandag uit op speciale agenten van de New Yorkse politie gewapend met 9 millimeter machinegeweren, betonnen blokkades en een dozijn dwars geparkeerde politieauto's. Hij schudt meewarig zijn hoofd op de vraag hoe de zaken gaan. ,,Heel veel mensen, heel veel gedoe'', zegt hij. ,,Maar niemand koopt iets.''