Nederland moet grotere EU bij de les houden

Hoewel in de vele verklaringen over de plannen en accenten van het Nederlandse voorzitterschap van de EU-ministerraden bij mijn weten met geen woord is gerept over het belang van WTO-conferentie, was `Genève' wél de eerste testcase. Minister Brinkhorst (Economische Zaken) was een voorzitter met gezag en tact, die de grote Franse gevoeligheden op het punt van de landbouwpolitiek zorgvuldig ontzag. Niet in de substantie, maar in de vorm, door nooit openlijk te onderstrepen dat het een kwestie van meerderheidsbesluiten was en niet van unanimiteit. De communautaire methode, waar Nederland nadruk op legt, werkte perfect. Brinkhorst liet de onderhandelaars hun gang gaan, en kreeg in de EU-ministerraad een ,,overgrote meerderheid'', zoals hij het noemde, achter zich. Dat was voldoende. Frankrijk meldde later zich bij het resultaat ,,te hebben aangesloten''.

Vermelding dient ook de kwaliteit van de twee hoofdonderhandelaars van de EU, de Franse en Oostenrijkse commissarissen Lamy en Fischler, met in de tweede lijn onze landgenoot Trojan, hoofd van de EU-delegatie in Genève. Toen commissievoorzitter Prodi Trojan vier jaar geleden in Genève benoemde, werd dat in de Nederlandse pers gekwalificeerd als een ,,dood spoor''; J.L Heldring was de enige die dat, in deze krant, tegensprak en wees op de grote politieke en operationele zwaarte van deze post. Terecht, zoals nu is gebleken. Na de Europese topconferentie in december 2002 werd ten onrechte gesteld dat Frankrijk en Duitsland met een akkoord over de toekomstige plafonds van de landbouwfinanciering verdere hervormingen van het landbouwbeleid de nek hadden omgedraaid. Fischler heeft vervolgens in Brussel het tegendeel bewezen, en nu bij de WTO wéér.

Wat is de les voor het Nederlandse voorzitterschap? Hoe belangrijk debatten over Europese normen en waarden, bespiegelingen over de toekomst en de aard van de EU ook zijn, zorg als voorzitter allereerst dat de Unie ook in deze overgangstijd, met tien nieuwe leden en in afwachting van een nieuwe Europese Commissie, goed blijft functioneren, dat de instellingen hun werk doen, dat besluiten worden genomen. Bijvoorbeeld over de dringend noodzakelijke politie- en justitiesamenwerking, en over voortvarende hervorming van het onverdedigbare Europese suikerbeleid, waarvoor al moedige voorstellen van de commissie ter tafel liggen. Dat is van belang voor de interne toestand van de Unie, maar, gezien het gewicht van de Unie, ook voor de internationale verhoudingen.