Fransen claimen zege bij WTO

Frankrijk lag lang dwars bij het bereiken van een nieuw wereldhandelsakkoord. Heeft Parijs nu zijn verlies genomen of gokt het op `Sint Juttemis'?

Is het akkoord van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) afgelopen weekeinde nu dankzij of ondanks de Franse dwarsliggerij van de afgelopen maanden tot stand gekomen? Het antwoord is een kwestie van interpretatie en invalshoek. Hebben sommige Europese landen de Franse kritiek op de onderhandelingstactiek van eurocommissaris Pascal Lamy (Handel) als `een steen in de schoen' en als onnodig oponthoud ervaren, de Fransen zelf geven er de voorkeur aan te denken, dat hun waakzaamheid de Amerikanen op de knieën heeft gedwongen.

Het kwam weer eens neer op een Frans-Amerikaanse krachtmeting. Als land dat het meeste profijt trekt van de Europese landbouwpolitiek had Frankrijk ook het meeste te verliezen bij de liberalisering van de wereldhandel in landbouwproducten. Concessies, zoals afbouwen op (zeer lange) termijn van subsidies aan boeren, mochten dan ook alleen worden gedaan als ook anderen blijk gaven van `inspanningen'. Die anderen waren de Amerikanen, wier ondoorzichtige praktijk van verborgen steun voor hun boeren via bijvoorbeeld leningen de Fransen een doorn in het oog is. De Fransen namen het zelfs zo hoog op, dat ze in Genève nog via de rechter geprobeerd hebben een vetorecht te verkrijgen ten aanzien van het resultaat van de WTO-onderhandelingen.

Een veto bleek uiteindelijk niet nodig, want het resultaat was in Franse ogen `evenwichtig'. De Franse minister van Landbouw, Hervé Gaymard, bezigde dat woord en voegde eraan toe: ,,In de laatste tien dagen hebben de Verenigde Staten beperkingen van hun landbouwbeleid geaccepteerd waartoe ze voorheen niet bereid waren.'' Hij zei nog iets waaruit bleek dat zelfs Franse Landbouwministers doorkneed zijn in subtiel diplomatiek gelijk halen. ,,Vanaf het moment dat de inspanningen in evenwicht waren, was er voor ons geen reden meer om ons te verzetten.''

Zo blijft de waardigheid intact, net als trouwens de waakzaamheid. Als de Franse overheid die al zou laten varen, dan zijn er altijd nog de machtige landbouwbonden om dat te corrigeren. Die hebben direct aangedrongen op de `grootste vastberadenheid' om de Amerikanen te dwingen zich ook werkelijk aan de afspraken te houden. Veel reden voor Amerikaanse welwillendheid zien ze niet, eerder het tegendeel, gezien de presidentsverkiezingen. ,,Of de nieuwe president nu George Bush of John Kerry heet, wij zien niet waarom hij zou terugkomen op de `Farm Bill' die de Amerikaanse landbouw over een periode van tien jaar reusachtige middelen in het vooruitzicht stelt.'' De `Farm Bill' voorziet in een steun van 175 miljard dollar.

Zoals steeds in Frans-Amerikaanse conflicten speelt ook nu weer een rol dat de Fransen geen haar beter zijn dan de Amerikanen. Het WTO-akkoord werd, met niet minder oog voor de binnenlandse politieke verhoudingen dan de Amerikanen, onmiddellijk gerelativeerd.

Terwijl hij grote nadruk legde op het intact blijven van de voor Frankrijk gunstige hervorming van de Europese landbouwpolitiek van vorig jaar en zelfs op de impliciete bevestiging daarvan door het WTO-akkoord, zei Gaymard dat de ontmanteling van de landbouwsubsidies niet eerder aan de orde is dan in ,,2015 of 2017''. ,,Dat laat ons de tijd om ons nog eens om te draaien'', zo concludeerde hij geruststellend.