Eeuw van artistieke tegenstellingen

De kunstgeschiedenis hanteert graag ronde getallen voor het aanduiden van stijlperioden. Zo staat `de zestiende eeuw' grofweg voor de renaissance en laat zich de omschrijving `zeventiende-eeuws' prima gebruiken om niet steeds `barok' te hoeven zeggen. Hoeveel er ook tegen deze praktijk is in te brengen, iedereen weet wel zo ongeveer wat er onder de eeuwaanduidingen moet worden verstaan. Dat geldt ook voor de negentiende eeuw. Het verschil met voorgaande perioden is echter dat er in deze eeuw niet één overheersende of toonaangevende stijl was, maar een grote diversiteit. Een expositie in het Dordrechts Museum geeft daarvan een beeld aan de hand van voornamelijk Nederlandse kunstwerken. De komende twee jaar worden werken uit de eigen collectie gepresenteerd in een aantrekkelijke combinatie met een omvangrijke bruikleen van het wegens renovatie grotendeels gesloten Amsterdamse Rijksmuseum.

In de brochure bij de expositie schetst Gijs van der Ham, conservator Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum, de kaders van de Nederlandse negentiende eeuw. Die vangt aan met het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795, die onder Frans bewind het begin van een nieuwe eenheidsstaat betekende. In de loop van de eeuw werd de monarchie ingesteld, waarvan de macht ook al snel weer werd ingeperkt door Thorbecke's grondwet; er werd een landelijk muntstelsel ingevoerd en spoorwegen en waterstaat werden centraal geregeld. Het zelfbewustzijn en de eendracht van de natie groeiden gestaag en misschien heeft Van der Ham gelijk als hij stelt dat het besluit, in 1909, om overal in het land de klok gelijk te zetten, de status van moderne natie van Nederland definitief bekrachtigde en daarmee het eindpunt was van de Nederlandse negentiende eeuw. Ondanks het feit dat de oorsprong van de verzuiling ook in de negentiende eeuw ligt, rijst uit deze beschrijving toch vooral het beeld op van een steeds groeiende nationale eenheid. Het is opvallend hoezeer de kunstproductie met dat beeld contrasteert. In de negentiende eeuw vallen immers zowel de naweeën van de romantiek als de radicale vernieuwingen in schildertechniek en onderwerpskeuze van impressionisten als George Hendrik Breitner. En historiserende kunstenaars beschouwden de hele stijlgeschiedenis als een grabbelton waaruit nu eens het classicisme, dan weer de gotiek of oriëntaalse kunst als voorbeeld opgevist kon worden.

De expositie van zo'n tweehonderd schilderijen, sculpturen en meubels van voornamelijk Nederlandse kunstenaars, benadrukt deze diversiteit door de werken niet strikt chronologisch of per kunstenaar te rangschikken, maar in thematische groepen. Zo hangt het glad geschilderde, bijna levensgrote portret dat Jan Adam Kruseman in 1833 schilderde van een voorname dame in een klassiek decor, in de onmiddellijke nabijheid van een reeks kleine, expressieve portretten, gemaakt door de Dordrechtse schilder Jan Veth, waaronder een magnifieke krijttekening van de gereformeerde voorman Abraham Kuyper. De afdeling `Vaderlands gevoel' confronteert voorstellingen van episoden uit de Nederlandse geschiedenis met een muziekkast met heiligenvoorstellingen in neogotische stijl, die P.J.H. Cuypers in 1858-1859 ontworp. En het is nauwelijks te geloven dat een geabstraheerd, uit zuurstokkleurige puntjes verf opgebouwd landschap in een vroeg werk van Jan Toorop uit 1889 niet meer dan twee jaar later is gemaakt dan een natuurgetrouw geschilderd, stemmingsvol heidegezicht met schaapskudde van de hand van Anton Mauve.

Schilderijen zijn in verschillende rijen boven elkaar opgehangen op een quasi-negentiende-eeuwse manier, die niet alle werken goed doet. Het lijkt soms ook meer om het ensemble te gaan dan om de afzonderlijke kunstwerken, zoals in het monumentale trappenhuis van het Dordrechtse museum dat van onder tot boven volhangt met geschilderde portretten. Eén zaal, die voor de gelegenheid is ingericht door gastconservator Ella Reitsma, ademt een echt negentiende-eeuwse sfeer. Daar ligt de nadruk op de schilder Ary Scheffer, die is geboren in Dordrecht maar in Parijs carrière heeft gemaakt. Het loodzware sentiment van de doodsportretten die Scheffer van zijn moeder maakte, gepresenteerd in een sacraal decor, bezielt de hele, halfduistere zaal, die daarmee de enige werkelijk consistente evocatie vormt van een aspect van de kunst van de veelzijdige negentiende eeuw.

Tentoonstelling: De 19de eeuw op zijn mooist. T/m voorjaar 2006 in: Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Speciaal museumbulletin, 44 blz., € 6,50. Inl. 078-6482148 of www.dordrechtsmuseum.nl. Zie ook www.rijksmuseum- aandemerwede.nl