Dure olie: staat wint, consument verliest

Boosheid aan de pomp en sombere gezichten bij beleggers, maar ook blije energieconcerns. Winnaars en verliezers van de dure olie: van de staatskas tot uw pensioen.

Het vorige record is nog niet gevestigd, of het wordt alweer overtroffen door een nieuw hoogtepunt.

Een vat Brent-olie uit de Noordzee kostte vanochtend 40,75 dollar, iets onder de 40,82 dollar eerder op de ochtend, het hoogste niveau in veertien jaar. De Amerikaanse West-Texas Intermediate (WTI) noteerde 44,20 dollar. Eerder op de dag was een vat WTI zelfs 44,28 dollar waard, de hoogste prijs in twintig jaar.

Olie zal duur blijven, denken analisten, door de toenemende vraag uit nieuwe industriestaten als India en China, de beperkte productiecapaciteit en de aanhoudende angst voor aanslagen. Wie wint en wie verliest bij de historisch hoge olieprijs?

Verliezer: De consument

Energieconcern Shell verhoogde gisteren opnieuw de benzine- en dieselprijzen ter compensatie van de dure olie. Consumentenorganisatie Unitedconsumers berekende deze week dat de gemiddelde automobilist dit jaar ruim 1.500 euro aan benzine zal besteden. Stroom en gas zullen ook duurder worden aangezien veel elektriciteit komt van gasgestookte centrales en de gasprijs gelieerd is aan de olie. Producenten die zelf last hebben van de dure olie zullen waar mogelijk de extra kosten doorberekenen aan de consument waardoor de effecten in alle geledingen doordringen en de kans op hogere inflatie toeneemt. De weinige wijzigingen in de inflatie de afgelopen tijd kwamen door de brandstofprijzen.

Winnaar: Pensioenfondsen

Het pensioengeld van meer dan vier miljoen Nederlanders is deels belegd in grondstoffen, zoals olie. De pensioenfondsen voor ambtenaren en leraren, voor zorg en welzijn, voor metaal en techniek, voor de metalektro, het pensioenfonds van KPN, allemaal steken zij geld in commodities. Samen inmiddels voor zo'n 7,3 miljard euro.

De vuistregel zegt dat tweederde daarvan olie is. De beurstrends van de afgelopen weken geven aan waarom de pensioenbeheerders dat doen: terwijl het rendement op olie omhoog schiet, zijn aandelen lusteloos.

Zo verdiende zorgpensioenfonds PGGM in het tweede kwartaal van dit jaar 0,9 procent op aandelen en 4 procent op in grondstoffen.

Verliezer: De belegger

Zolang de olieprijs stijgt, zit er weinig muziek in aandelen en effecten met een vaste rente, zoals obligaties. Meer dan een miljoen Nederlanders beleggen in aandelen. Dure olie geeft hogere bedrijfskosten en knijpt winstgroei af. Het risico stijgt dat werknemeners looneisen gaan stellen om de olieprijsstijging en inflatie te compenseren.

Bovendien bedreigt dure olie de haperende economische groei, die zich juist leek te herstellen van de schade van de internethausse en de 11 september aanslagen. Op de effectenbeurs aan het Amsterdamse Damrak dalen de beurskoersen al maanden – afgezien van de incidentele opleving.

Winnaar: De staat

De overheid is – ondanks de pijn bij zijn burgers een winnaar. De begroting voor 2004 is gestoeld op een olieprijs van 29 dollar, een prijs die achterhaald is en al boven de 33 dollar ligt. Hoe hoger de gemiddelde prijs dit jaar, hoe groter de meevaller voor de schatkist. Een mooie bonus voor Zalm want dit levert hem, vooral via aardgasbaten, meer dan 400 miljoen euro op. Deze compenseren de negatieve economische gevolgen zoals de dalende koopkracht bij consumenten.

Verliezer: Vervoerder Vliegmaatschappijen krijgen een flinke klap, zelfs al daalt de olieprijs weer enige dollars. De kerosineprijs is gekoppeld aan de olieprijs. Branche-organisatie IATA (International Air Transport Association) becijfert 3 miljard dollar winst voor haar leden als de olieprijs dit jaar gemiddeld op 30 dollar per vat ligt. Bij 33 dollar speelt de luchtvaart net quitte, bij 36 dollar wordt het turbulent: 3 miljard dollar verlies. De sector was net overeind gekrabbeld na 11 september, met stijgende passagierscijfers en een explosieve groei van de vraag naar kerosine.

Winnaar: Olieconcern

Een grote winnaar is zonder twijfel het olieconcern. De afgelopen week maakten de groten der aarde van de energiesector winstcijfers bekend die er niet om logen. Het Amerikaanse ExxonMobil, het Britse BP en het Nederlands-Britse Koninklijke/Shell boekten winststijgingen in het tweede kwartaal die in de dubbele cijfers liepen. De concerns verdienen op de verkoop van olie en producten als diesel en benzine, alhoewel dit deels wordt gecompenseerd door de eigen aankopen op de oliemarkt.

Winnaar: alternatieve energie

Na de oliecrises in de jaren zeventig stegen de investeringen in het onderzoek naar alternatieve energiebronnen sterk. De hoge prijs zal ongetwijfeld weer voor een extra stimulans zorgen. Verder lacht de boer met windmolens: de molen is al vaak zijn belangrijkste inkomstenbron; dure olie stelt hem nu in staat zijn stroom duurder te verkopen.