Armoede gaat in lompen gehuld

Armoe is meer dan gebrek aan geld. Armoede verzwakt, stompt af en tast de waardigheid aan. In de Nigeriaanse stad Port Harcourt leven de armsten van de armen.

Ze leven op de rand van land en water. Daar waar de stad wegzinkt in het moeras. De armsten van de armen in de Nigeriaanse stad Port Harcourt. Op het punt geloosd te worden. Of net aangespoeld.

De zon dringt hier nooit binnen. Daarvoor staan de krotten van afvalhout en golfplaat te dicht op elkaar. Aan de bovenkant worden ze verbonden door wasgoed dat nergens anders kan drogen. Een hemel van textiel. Beneden worden ze gescheiden door goten vol afval dat de afvoer van het ranzige water belemmert. Bij hoogtij en bij elke forse regenbui lopen de goten over en duiken de ratten op.

In deze bouwsels van drie bij vier meter hokken zes, zeven mensen, minimaal. Hoe groter het aantal bewoners, hoe groter de kans dat de huur kan worden betaald. Ze rollen 's nachts tegen elkaar aan en ze kennen elkaars geurtjes. Achter de bordkartonnen wandjes horen ze het gerochel van de buren. Hier ben je nooit alleen.

,,Armoede is het grootste en meest verbreide ongeluk van de mens'', heeft de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith ooit gezegd. Armoe is ook de meest onderschatte, meest genegeerde noodtoestand van de mens. Juist omdat iedereen haar denkt te kennen, terwijl ze in de volle omvang lastig te bevatten valt. Armoe is zoveel meer dan gebrek aan geld. Armoe rilt van koorts en gaat in lompen gehuld.

VN-organisatie UNDP heeft als eerste geprobeerd om armoe in cijfers te vangen. In 1990 werd de armoegrens getrokken bij een dollar besteedbaar inkomen per dag. Volgens die definitie leeft een kwart van de wereldbevolking in armoe: 1,24 miljard mensen. Een kwart van die armen woont in Afrika, het armste continent. En van die Afrikaanse armen is bijna eenderde Nigeriaan. Zeventig procent van de Nigeriaanse bevolking moet rondkomen van minder dan een dollar per dag.

Tegenstanders van de armoegrens hebben van meet af aan gezegd dat je armoe tekort doet als je haar terugbrengt tot inkomen en koopkracht. Armoe houdt klein en onwetend en nietswaardig en passief. Armoe beknot de mens tot zijn absolute minimum. Armoede doodt, meestal langzaam. Armen leven gemiddeld 25 jaar korter dan de gelukkigen die in hun basisbehoeften kunnen voorzien.

Vraag de bewoners van deze sloppenwijken aan de waterkant, met namen als Rexlawson, Ibadan en Bundu, waarom ze naar de stad zijn getrokken, naar deze menselijke dumpplaatsen waar geen bomen groeien en de politie zich niet waagt. Ze reageren afhoudend, wantrouwig. Ze wonen hier helemaal niet, ze zijn alleen maar op bezoek, ze verstaan geen Engels, ze moeten weg. Wie arm is, kan zich geen verder onheil permitteren. Wie arm is, streeft naar een staat van onzichtbaarheid.

Als je terugkeert, dagen achtereen, beginnen de mensen zelf te vertellen. Dat is nooit een gesprek onder vier ogen. Buren, voorbijgangers, allemaal komen ze erbij staan, tuk op een verzetje. Privacy bestaat niet, net zomin als de privé-ervaring. Elk verhaal is het verhaal van de groep.

Ze zijn naar de stad getrokken om vooruit te komen in het leven. Hun dorp blijft de navel van de wereld, natuurlijk. In het dorp horen ze thuis. Maar het dorpsbestaan biedt geen uitzicht. Als de nacht valt, is het aardedonker in het dorp. Kinderen sterven makkelijk in het dorp. De dichtstbijzijnde gezondheidspost is altijd te ver en te duur.

Geen schoon water, geen school, geen transport. Ook geen werk, behalve de visvangst waarmee de vaders en de grootvaders hun gezinnen onderhielden, maar dat lukt in deze tijd niet meer. Te weinig vissen. Te veel vissers. Terwijl je steeds meer gerookte vis moet verkopen voor een kilo cassave of een beker bakolie. Je kunt niet alleen leven van vis.

In de stad is er altijd de hoop dat je aan armoe ontsnapt, ook al heb je vandaag niks te eten. Je kinderen kunnen naar school, ook al zitten ze met zestig op de grond in een donker hol en hebben ze geen boeken. Misschien vind je morgen wel een klusje of iets vasts. Als je eenmaal geld hebt, kun je een handeltje beginnen. Waarom zou je jezelf niet aan je haren kunnen optrekken uit het moeras?

Armoe komt in veel gradaties. Hoe dieper de armoe, hoe geringer de veerkracht om een nieuwe tegenslag te incasseren. Wie altijd armoe heeft gekend, is ook arm aan vaardigheden, aan kansen, aan invloed. Langdurige armoe verzwakt, stompt af en tast de waardigheid aan.

Volgens het Chronic Poverty Report 2004-2005 telt de wereld tussen de 300 en 420 miljoen chronische armen. Zij leven hun leven lang in armoe en dragen die armoe over op hun kinderen. Geen ontkomen aan. In Afrika is een op de zes à zeven mensen chronisch arm. Armen zijn veroordeeld tot een armzalig bestaan.