`Taakstraffen niet klakkeloos opleggen'

Elk jaar worden meer taakstraffen opgelegd door de rechter, voor steeds zwaardere delicten. Incidenten zijn daarom ,,niet verwonderlijk''

Interseco Integrity services and investigation, dochterbedrijf van accountantskantoor Ernst & Young gaat onderzoek doen naar mogelijke misstanden bij Stichting Reclassering Nederland. De directie van de reclassering heeft twee opdrachten gegeven: Klopt het dat delinquenten die een groepswerkstraf uitdienen in arrondissement Utrecht zich schuldig maken aan het afkopen van vonnissen, fraude en drughandel -en gebruik? En: wie heeft over de misstanden gepraat? Ze hebben afgesproken dat, zolang het onderzoek duurt, niemand meer praat. Ook bestuursleden niet.

Peter van der Laan is onderzoeker bij het Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden. Hij vindt dat de reclassering defensief reageert. ,,Dat doen ze altijd. Ze zijn bang dat het publiek ze een softe club vindt.'' Anton van Kalmthout, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg, is gepromoveerd op onderzoek naar taakstraffen. Hij zegt: ,,Je moet achtergronden van de taakstraf en het justitiebeleid kennen om te kunnen plaatsen wat er mogelijk is gebeurd. Als je dat doet, is het niet zo verwonderlijk.'' Alleen, hij kan het nu niet vertellen want hij is ook bestuurslid van de reclassering.

De reclassering is in de afgelopen jaren veranderd van een instantie die hulp biedt aan (ex-)gedetineerden tot een organisatie die voornamelijk taakstraffen uitvoert. Dat beslaat een derde van hun activiteiten. Probleem is dat het aantal taakstraffen dat uitgevoerd moet worden sinds 2000 ruim is verdubbeld tot 29.000 per jaar, én dat een steeds zwaardere categorie delinquenten een taakstraf opgelegd krijgt door de rechter. Werd een taakstraf aanvankelijk opgelegd na een (winkel)diefstal of na rijden onder invloed, nu krijgen ook plegers van zedendelicten en zware geweldsmisdrijven een taakstraf.

Van der Laan: ,,Zeker bij de groepswerkstraffen heb je te maken met een groepsdynamiek waarbij het recht van de sterkste geldt.'' Net als in gevangenissen krijgen werknemers te maken met bedreiging of omkoping. ,,Euro's voor uren'', noemen ze dat bij de reclassering. Van der Laan: ,,Je moet als werkmeester van heel goede huize komen om dat te weerstaan.'' Managers van het arrondissement Utrecht van de reclassering meldden dat taakgestraften niet alleen vonnissen afkopen, maar ook openlijk drugs gebruiken en verhandelen.

In een taakstraf staat één dag werken gelijk aan vier dagen gevangenisstraf. Dat vindt Van Kalmthout buiten proportie. Door deze norm komen delinquenten met een gevangenisstraf van een jaar waarvan een half jaar voorwaardelijk in aanmerking voor een taakstraf van 240 uur. In combinatie met een leerstraf van eveneens 240 uur kan zelfs een gevangenisstraf van anderhalf jaar vervangen worden. Uit zijn proefschrift blijkt dat Nederland daarmee het mildst is voor taakgestraften van vrijwel alle Europese landen. Van Kalmthout pleit voor halvering: één dag werk in plaats van twee dagen cel om het ,,punitieve karakter van de sanctie te versterken''.

Daarnaast vindt hij het zorgelijk dat de oorspronkelijke bedoeling van de taakstraf – resocialisatie – volledig is wegbezuinigd. Het ministerie van Justitie gelooft niet in resocialisatie, stelt Van Kalmthout in een publicatie. Daardoor, vindt hij, heeft de straf een groot deel van zijn waarde verloren.

Taakstraffen kunnen wel degelijk effect hebben, blijkt uit Engels en Amerikaans onderzoek. Maar, stelt Van Kalmthout, je moet een taakstraf niet klakkeloos opleggen. De taakstraf moet passen bij de persoon van de dader en het moet in overeenstemming zijn met het delict. Daarvoor is een grondige beoordeling nodig, maar dat beoordelingsrapport is ook wegbezuinigd door justitie. Door de enorme aantallen taakstraffen die de reclassering moet verwerken, is de taakstraf een confectiesanctie geworden in plaats van maatwerk, stelt Van Kalmthout in zijn proefschrift.

Peter van der Laan zegt dat een taakstraf, juist door de grote aantallen, ook geen maatwerk kán worden. ,,We hebben in Nederland met z'n allen besloten dat we het een goedkoop en sympathiek alternatief vinden voor de vrijheidsstraf. Dan moet je accepteren dat kwantiteit belangrijker wordt dan kwaliteit.''

Ook vindt hij dat de resocialiserende functie van de taakstraffen niet moet worden overdreven. Een taakstraf is een straf en geen hulpverlening, vindt hij. ,,In 100 uur kan een reclasseringsmedewerker iemand met een bloeiende criminele carrière niet even op het rechte pad helpen.'' Als de uitvoering van de taakstraf niet te verenigen is met de hulpverlenerstaak van de reclasseringsmedewerkers, dan zou de uitvoering gekoppeld kunnen worden aan het gevangeniswezen, stelt Van der Laan. ,,Daar zitten professionals die vaker met dergelijke groepen werken. En daar wordt echt niet door de groep gedetineerden beslist wanneer het tijd is voor een rookpauze.''

Constantijn Kelk, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Utrecht is er nooit voorstander van geweest dat de reclassering de tenuitvoerlegging van taakstraffen organiseert. ,,Daar zijn ze niet voor.'' De reclassering, zegt hij, is bedoeld voor de individuele begeleiding van mensen. ,,En een goede reclasseerder heeft een optimaal vertrouwen in de mensen. Geeft ze the benefit of the doubt, anders kunnen ze hun werk niet doen. Je moet niet van een reclasseerder vragen om politieagent te zijn.''

Iets moet er wel veranderen, vinden Van Kalmthout, Van der Laan en Kelk. Dat kunnen kleine veranderingen zijn. Bijvoorbeeld de groepen kleiner maken. Of de de straf meer uitsmeren. In Engeland vervullen delinquenten elke week tien of vijftien uur van hun straf. Dat het dan langer duurt, is onderdeel van het strafelement. Het is vervelender, maar ook effectiever omdat iemand langer wordt begeleid. Een taakstraf in Nederland is in een paar weken klaar. Veel taakgestraften met een baan, nemen er vakantie of snipperdagen voor op.

De wetenschappers vinden eventuele misstanden geen reden om taakstraffen af te schaffen. Wat is het alternatief? Van der Laan: ,,Uit elk onderzoek blijkt dat gevangenisstraf nergens toe leidt. De recidive na taakstraffen is altijd 10 tot 15 procent lager dan na celstraf.''

Maar wat dan als taakstraf, zoals vaak gebeurt, voor de vijfde of zesde keer wordt opgelegd? Tweede-Kamerlid Aleid Wolfsen van de PvdA was strafrechter in Amsterdam. ,,Leg je gevangenisstraf op, dan duurt het jaren tot iemand wordt opgeroepen. Als het al gebeurt. Het cellentekort wordt alleen maar erger. In arren moede geeft een rechter dan maar weer een taakstraf. Die wordt tenminste uitgevoerd.''