Spijt van de nieuwe spellingswijziging

Het Nieuw Letterkundig Magazijn is geen gewoon literair tijdschrift, maar het mededelingenblad van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Er staan evenwel zo veel meer interessante artikelen in over literatuur dan mededelingen van de Maatschappij dat het gerust voor literair tijdschrift kan doorgaan. Bovendien is het blad sinds het op internet staat ook beschikbaar voor mensen die geen lid zijn van dit eerbiedwaardige genootschap.

In het vorige nummer plaatste de redactie een oproep aan abonnees om ten behoeve van het blad ,,de in ieder van ons sluimerende muze wakker te kussen': een verzoek dus om kopij. Het leverde een aantal bijzondere bijdragen op. Zo stuurde Joh. de Vries een essay in dat als volgt begint: ,,Het Maandblad voor het Boekhouden is niet het tijdschrift waarin men proeven van bellettrie zou verwachten. Toch vormde dit vakblad het podium voor enkele branchegenoten met literaire aspiraties. Eén van hen – de meest productieve – was de Amsterdamse boekhouder-accountant Lion Marcus.'' In 1904 verscheen er in het boekhoudersblad temidden van gortdroge artikelen opeens een versje van hem, geïnspireerd op Piet Paaltjens onder de titel `Snikjes', dat een treurig beeld schetst van het accountantsberoep.

In diezelfde periode manifesteerde zich in Antwerpen een andere marginale maar wel interessante literaire persoonlijkheid: Ary Delen (1883-1960). Van deze geestverwant en vriend van Elsschot schreef Stefan van den Bossche een uitvoerige biografische schets. Evenals Elsschot werd deze dichter, romancier en kunstcriticus literair gevormd door Pol de Mont. Het intrigerendste aan Delens levensverhaal is dat hij van vrijwel al het werk dat hij publiceerde zoveel mogelijk exemplaren opkocht om ze te vernietigen.

Hilarisch maar ook een beetje treurig is de bijdrage van voormalig Eerste Kamerlid Peter Hoefnagels, die tot zijn eigen spijt als wetgever medeverantwoordelijk was voor de spellingswijziging van 1994 – die van de onbegrijpelijke, niet te onthouden tussen-n. ,,Toen ik in het midden van de jaren tachtig in de Eerste Kamer kwam, opteerde ik uit het scala van commissies onmiddellijk voor de Interparlementaire Taalunie. Niet dat ik er iets van wist; het ging over taal, dat leek me leuker dan landbouw.'' Tja, met landbouw zijn financiële belangen gemoeid, met taal niet, daar hoef je dus kennelijk geen verstand van te hebben om er over mee te beslissen. Het besluit om onze spelling zo idioot mogelijk te maken werd Hoefnagels door de Vlamingen letterlijk door de strot geduwd tijdens een `noenmaal' met peperdure wijnen.

Pièce de résistence in dit Letterkundig Magazijn is een uit deze krant overgenomen protest van Marita Mathijsen tegen het voornemen van de gemeente Amsterdam om de subsidie (20.000 euro per jaar) die nodig is om het Multatuli Museum in de Korsjespoortsteeg in stand te houden, in te trekken. Het museum wordt met sluiting bedreigd. Het zou de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde sieren als men daar op wat voor manier dan ook een stokje voor stak. Het geboortehuis van Nederlands grootste schrijver, met zijn sterfbed, zijn schrijftafel en bibliotheek moet hoe dan ook als museum behouden blijven.

Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang XXII, nr. 1 (juli 2004). Internet: http://www.leidenuniv.nl/host/mnl/nlm/intro.html)