Preventieve oorlog niet zomaar afwijzen

Onder de titel `Preventieve oorlog niet voor herhaling vatbaar' schrijft J.H. Sampiemon (NRC Handelsblad, 16 juli) over de sprong van humanitaire interventie naar preventieve oorlog. Mede door de titel lijkt zijn betoog te leiden naar afwijzing van elke preventieve oorlog.

Zo'n volledige afwijzing van een preventieve oorlog is onaanvaardbaar. Jaren die niet ver achter ons liggen hebben een pijnlijke les gebracht: een preventieve oorlog kan absoluut noodzakelijk zijn! In de jaren 1935 of 1936 hadden Frankrijk en Engeland een preventieve oorlog tegen het Duitsland van Hitler moeten voeren (gegeven de Duitse invoering van de algemene dienstplicht en de bezetting van het Rijnland, in strijd met de verdragen). Daarover is destijds in Parijs en Londen beraadslaagd. Er is echter niets van gekomen ondanks de zeer geringe offers die zo'n interventie toen nog zou hebben gekost. De gevolgen van dit nalaten waren enorm: enkele jaren veel menselijk leed, tientallen miljoenen doden, maar ook een politieke aardverschuiving die onder meer een einde maakte aan de leidende rol van Europa in de wereld. Ook werd de ontwikkeling van de eerste atoomwapens plotseling urgent. Het niet voeren van een preventieve oorlog tegen Duitsland in 1935 of 1936 kan worden gezien als de grootste politieke blunder van de 20ste eeuw. Juiste kritiek op de oorlog tegen Irak mag dan ook niet leiden tot het volledig en voor altijd negeren van die les uit een dramatisch verleden, ook al is het slechts één les naast andere nuttige lessen.