Premier Balkenende en het Duitse verzet

Merkwaardig, hoeveel kritiek premier Balkenende in Nederland krijgt vanwege zijn toespraak op 20 juli in Berlijn. Hij zou op deze 60ste verjaardag van de aanslag op Hitler een al te direct verband hebben gelegd tussen de motieven van de Duitse verzetsmensen van toen en de Europese eenwording van nu. En hij zou zo het Duitse verzet hebben gebruikt voor het waardendebat, dat hij zelf als EU-voorzitter bepleit.

Natuurlijk was de Europese integratie niet het doel van kolonel Stauffenberg, toen hij zijn bom plaatste. En het is heel goed mogelijk dat per saldo het gedachtengoed van andere, nazi-gezinde Duitsers meer invloed op Europa heeft gehad, zoals woensdag in deze krant werd betoogd door prof. Jessurun d'Oliveira. Maar het lijkt wel alsof we in Nederland nog steeds niet willen erkennen, dat in Duitsland een echte verzetsbeweging bestond. En al helemaal niet, dat in die beweging sprake was van diepgewortelde (vaak christelijke) overtuigingen, die veel verder reikten dan het nationale Duitse eigenbelang. De moed en de morele kracht van individuele mensen als Stauffenberg worden geprezen. Maar het waardebesef dat zij in hun onderlinge contacten ontwikkelden, wordt afgedaan als typisch Duits, laat staan dat we er iets mee kunnen in het huidige Europese waardendebat. En dat laatste is toch al een begrip dat moralistisch en dus erg Nederlands aandoet. Nu hebben ook de Duitse bondspresident Köhler en bondskanselier Schröder een verband gelegd tussen de 20ste juli en de waardengemeenschap die de EU wil zijn. Maar het is alleen maar toe te juichen, wanneer juist de niet-Duitse EU-voorzitter op zo'n dag wat uitvoeriger ingaat op de Europese idealen, die bij een aantal Duitse sleutelfiguren wel degelijk een rol hebben gespeeld. Het belang daarvan staat of valt niet met de invloed die er feitelijk vanuit is gegaan.