Overlevenden figureren in genocide-speelfilm

Belgische soldaten van de Verenigde Naties – met strakke kaken en verbeten gezichten – dringen de honderden Tutsi's terug die zich wanhopig een weg proberen te vechten naar een van de klaarstaande trucks. Vrachtwagens die hen in veiligheid zouden kunnen brengen. Maar alleen blanken worden toegelaten in de trucks. De wachtende milities van Hutu's scherpen hun machetes.

Als de motoren worden gestart, ontstaat er paniek onder de Tutsi's die beseffen welk lot hen wacht. Sommigen smeken de VN-troepen om hen dood te schieten voor ze vertrekken. Een dier verlos je toch ook uit zijn lijden.

Deze scène, die zich tien jaar geleden bij een school in Kigali heeft afgespeeld, wordt op locatie nagespeeld voor de speelfilm Shooting Dogs met overlevenden van het bloedbad als figuranten. De film vertelt het verhaal van de genocide in Rwanda en het falen van de internationele gemeenschap aan de hand van twee Europeanen. In honderd dagen tijd werden meer dan 900.000 mensen vermoord.

De ene Europeaan is de jonge idealistische leraar Joe die wordt gespeeld door Hugh Dancy, een van de sterren van de film King Arthur. De andere is een oudere priester, vader Christopher, die door de veteraan John Hurt wordt vertolkt. Volgens Hurt is de geestelijke die hij speelt een man die altijd vol hoop is hoewel hij voortdurend in onmogelijke situaties terechtkomt, maar die doorslaat als de nonnen voor wie hij elke zondag een mis houdt, worden verkracht en vermoord. Zowel vader Christopher als Joe komt voor de keus te staan of ze een veilig heenkomen zoeken met de vredestroepen of achterblijven bij hun Rwandese leerlingen en vrienden en dat mogelijk zullen moeten bekopen met een vreselijke dood.

Producer en mede-secenarioschrijver is de BBC-journalist David Belton die de gruwelen in Rwanda tien jaar geleden voor de Britse omroep versloeg. Hij zegt niet het idee te hebben dat hij zijn werk destijds erg goed heeft gedaan en dat hij altijd heeft willen terugkomen om het verhaal onder de aandacht te brengen van een breder publiek.

Michael Caton-Jones die films als Scandal en Rob Roy op zijn naam heeft staan, is de regisseur. Hij erkent dat de opnames voor de film pijnlijk kunnen zijn voor de Rwandezen die het bloedbad hebben meegemaakt. ,,Het is alsof je in Auschwitz een film over de holocaust maakt, met de overlevenden.'' Maar de Rwandese Venuste Karasira is blij dat ze een rol heeft gekregen in de film. Ze is een van de weinigen die aan de slachting bij de school zijn ontsnapt. ,,Ik wil niks liever dan dat de hele wereld ziet wat er in Rwanda is gebeurd.''

Producent David Belton vertelt dat geldschieters aanvankelijk sterke druk op hem uitoefenden om de film op te nemen in Zuid-Afrika. Maar hij is blij dat hij heeft vastgehouden aan zijn wens om naar Rwanda te gaan, naar de plaaten waar het drama zich tien jaar geleden in werkelijkheid heeft afgespeeld.

,,We treffen hier uitsluitend mensen die ons willen helpen.''