Olieprijs loopt op naar een nieuw record

De olieprijs heeft vanmorgen een nieuw record bereikt. De prijs van een vat Amerikaanse olie steeg tot boven de 44 dollar, het hoogste peil sinds de handel in deze oliecontracten begon in 1983.

De stijging was een directe reactie op de verklaring van de president van oliekartel OPEC, Purnomo Yusgiantoro. Hij zei dat het kartel de productie op korte termijn niet nog verder kan verhogen en dus niet kan meewerken aan het drukken van de prijs.

Yusgiantoro omschreef het huidige prijsniveau als ,,krankzinnig''. De prijs van de Amerikaanse West-Texas Intermediate olie steeg naar 44,24 dollar vanmorgen en voor een vat Brent-olie uit de Noordzee moest 40,40 dollar worden betaald, 1,1 procent meer dan gisteren. De hoge olieprijs is een bedreiging voor wereldwijd economisch herstel, maar desondanks stonden de Europese aandelenbeurzen vanmorgen nog licht in de plus. De AEX-index stond rond het middaguur op 326,46 punten, een stijging van 0,2 procent. Het aandeel Koninklijke Olie was de grote winnaar met een stijging van 1,1 procent naar 41,83 euro.

De olieprijzen zijn de laatste weken al flink opgelopen. De stijging komt niet alleen doordat OPEC zegt het productieplafond bereikt te hebben. Ook de problemen bij het Russische olieconcern Yukos en de dreiging van nieuwe terroristische aanslagen hebben de prijs opgestuwd.

Die nieuwe dreiging zorgde ervoor dat de Amerikaanse beurs op Wall Street sinds gisteren zwaar bewaakt wordt door de New-Yorkse politie. De bewaking bestaat uit gepantserde busjes met acht à negen zwaarbewapende agenten die snel kunnen optreden. Sinds 11 september 2001 wordt het beursgebouw al extra beveiligd met betonnen blokken voor de ingang en diverse checkpoints waar bezoekers doorheen moeten. Ondanks de dreiging en de stijgende olieprijs wisten de Dow-Jonesindex en de Nasdaq, de belangrijkste indices van Wall Street, de handelsdag gisteren licht positief af te sluiten na de aanvankelijke daling.

Behalve de beurs werd ook het 59 verdiepingen tellende hoofdkantoor van Citigroup, een van de grootste financiële instellingen ter wereld, zwaar bewaakt. De bank zou zijn genoemd door terroristen die het gemunt hebben op de VS. Michael Bloomberg, de Republikeinse burgemeester van New York en Laura Bush, de echtgenote van de president, staken hier employés een hart onder de riem.