Kamer is niet geloofwaardig over Soedan

De Tweede Kamer wil dat militair wordt ingegrepen in Soedan en dat Nederland daarbij het initiatief neemt. Afgelopen weekeinde verdrongen de woordvoerders elkaar om hun bezorgdheid te tonen. De gedachte dat in Darfur dagelijks duizend mensen sterven van honger of geweld en er meer dan een miljoen worden opgejaagd, is inderdaad onverdraaglijk.

Maar als men als Kamerfractie met zulke verstrekkende voorstellen komt moet men toch ten minste de haalbaarheid enigszins hebben getoetst. Dan moet men weten dat de situatie in Soedan, en nog meer in de regio Darfur, politiek en militair extreem onoverzichtelijk is. Er lopen daar verschillende oorlogen door elkaar heen, waarbij het gaat om politiek, etniciteit en religie. Bovendien zijn er nog allerlei stammen die elkaar bestrijden. Het land is al decennia rechteloos, Darfur ontbeert politie of een werkend justitiëel apparaat. Iedereen zorgt voor eigen veiligheid en het wapenbezit is groot.

Met een militaire macht daar neutraal optreden is onmogelijk, we hebben dat eerder, 1991-1995, in Bosnië gezien. Maar ook partij kiezen is onwerkbaar omdat men dan bondgenoten krijgt die zelf allerminst schoon zijn. Ook daarvan hebben we eerder wrange vruchten geplukt, eerst in Bosnë en later in Kosovo.

Maar nog los daarvan, er zijn ook andere militaire problemen. Soedan is een groot land en er zijn vele duizenden militairen nodig om de vluchtelingenkampen te beschermen en bevoorradingskonvooien te beveiligen. Tegelijk moeten allerlei facties worden bestreden; de troepen zullen in een vijandige anti-westerse islamitische omgeving komen.

Zijn de westerse landen bereid die troepen te leveren? Ook een mandaat van de VN-Veiligheidsraad voor militair ingrijpen lijkt ver weg; drie landen met vetorecht, Frankrijk, Rusland en China, hebben daar grote (olie)belangen. Nu kan men in geval van genocide, zonder mandaat van de Veiligheidsraad optreden, maar zouden de interveniërende landen dat willen?

Maar stel dat dit wordt opgelost, hoe lang duurt het tot de troepen ter plaatse zijn, áls ze er al kunnen komen. De regio Darfur ligt diep in Afrika, de afstanden zijn groot. Inmiddels is het regenseizoen begonnen, dat duurt tot september. Het maakt de wegen onbegaanbaar, grote streken zullen onbereikbaar zijn.

Maar nu Nederland zelf. Als het initiatieven neemt, kan het zelf niet aan de kant gaan staan en zal het een substantiële bijdrage moeten leveren aan de vredesmacht. De Kamerleden zeggen dat te bepleiten. De vraag is dan of Nederland op relatief korte termijn een eenheid voor Soedan kan vrijmaken. Met een krijgsmacht van 50.000 militairen, van wie thans ruim 2.000 zijn uitgezonden moet dit kunnen. Het zal van de militaire leiding wel onconventionele maatregelen vergen en er moet politieke druk zijn. Is die te verwachten?

Vorige maand ging de Kamer akkoord met het sturen van 120 à 150 miltairen naar Afghanistan. Terwijl internationaal op grote haast werd aangedrongen duurt het maanden en maanden voor die eenheid ter plaatse zal zijn. Niemand in de Kamer maakte daar toen bezwaar tegen.

En is de Kamer bereid de risico's te dragen die aan zo'n operatie verbonden zijn? Ervaringen uit het verleden doen daaraan twijfelen. Vorig jaar oktober was er grote nood in Liberia. De VN deden een dringend beroep op Nederland om gevechtseenheden, zoals commando's en gevechtshelikopters, ter beschikking te stellen. Te gevaarlijk oordeelde de Kamer. Uiteindelijk zond Nederland, voor drie maanden een schip dat veilig uit de kust wat heen en weer voer. Vervolgens moest in juni besloten worden over de verlenging van de Nederlandse aanwezigheid in Irak. Het debat werd bijna volledig beheerst door de vraag of het wel veilig genoeg was. En er was dus het besluit, vorige maand, over het zenden van 120 à 150 militairen naar Afghanistan.

Ook hier ging het alleen om veiligheid. De militairen gaan niet naar de plaats waar zij het meest nodig zijn en de minister had stevig moeten onderhandelen over een veilige plek, zo zei hij in een gênant vertoon van eerlijkheid om de Kamer gerust te stellen. Bij de huidige besluitvaardigheid en flinkheid van de Kamer moeten vraagtekens worden gezet, tenzij dit weekeinde het verlossende inzicht is doorgebroken.

Als het de Kamerleden ernst is moeten ze de Kamer terugroepen van reces en het kabinet ontbieden. Deze week nog. De Kamer is wel voor minder teruggekomen.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Landmacht.