`Ik ben niet gewild moeilijk'

Dichter Bart Meuleman is gefascineerd door het gebruik van de stem. Voor zijn bundel hulp kreeg hij het Charlotte Köhler Stipendium. ,,De stem is interessanter dan de woorden.''

,,Dit is poëzie die snijdt en slaat'', schreef de jury van de Charlotte Köhler Stipendium over hulp, de tweede dichtbundel van Bart Meuleman. ,,De dichter vraagt zelfwerkzaamheid van de lezer, geen inleving.'' Het is waar, hulp is een bundel die je een paar keer moet lezen om er greep op te krijgen. En dan nog blijven sommige gedichten in raadselen gehuld. ,,Ik ben niet gewild moeilijk'', zegt Meuleman (1965). ,,Sommige mensen vinden het lastig, anderen hebben er geen problemen mee. Het heeft ermee te maken of je de stem kunt herkennen die in de gedichten klinkt.''

Het Charlotte Köhler Stipendium gaat jaarlijks naar een beginnend auteur in een telkens wisselende literaire discipline. Aan het Stipendium is een bedrag van 7000 euro verbonden. Meuleman was ,,compleet verrast'', zegt hij, toen hij hoorde dat hij de prijs zou krijgen. ,,Ik ken Esther Gerritsen, die hem in 2001 heeft gekregen, dus ik wist ervan af. Het geld is erg welkom, ik leef van wat ik schrijf.'' Meuleman woont in de multiculturele Antwerpse wijk Borgerhout, waar ooit het Vlaams Blok haar eerste succes boekte. Hij groeide op in de Kempen, het achterland tussen Antwerpen en Limburg – een ,,zanderige, arme streek''. Het Kempisch dialect gebruikte hij in toneelstukken die hij voor Vlaamse theatergezelschappen schreef. Spreektaal en het gebruik van de stem fascineren hem, zoals ook blijkt uit zijn dichtbundel.

In de gedichtenreeks spreekt een stem die soms hulp wil bieden en dan weer zelf in nood verkeert en om hulp roept. Het juryrapport spreekt van ,,notities over geweld, macht en wanhoop''. ,,Het is geen eensluidende stem'', zegt Bart Meuleman. ,,De toon wisselt, van gewelddadig naar humoristisch naar melancholiek.'' De stem benadrukt de lichamelijke aftakeling van de onbekende tot wie ze zich richt. Zoals in dit fragment: ,,we vinden je mond zo prachtig scheef, maar/ eerlijk gezegd,/ je werd steeds minder./ geen blinkend hart meer,/ geen zuigende kracht uit je donkere leden./ je lichaam een moedeloos volume,/ verloren voor onze aandacht.''

Meuleman is behalve dichter en toneelschrijver ook regisseur, kinderboekenschrijver (van de reeks Mijnheertje Kokhals) en essayist. Vier jaar werkte hij, met grote tussenpozen, aan zijn dichtbundel. Zijn eerste bundel, kleine criminaliteit, verscheen in 1997 bij een kleine Vlaamse uitgeverij. Meuleman: ,,kleine criminaliteit was voor mij een synoniem van poëzie bedrijven. Slechte dingen doen in je eigen verbeeldingswereld, dingen die niemand anders ziet.''

Ook in die eerste bundel speelde geweld een rol, vertelt hij. ,,Ik moest toen nog een eigen stem vinden. Ik heb me vooral moeten losmaken van de invloed van Hans Faverey. Faverey is mijn toegang tot de poëzie geweest, op mijn negentiende. Het destructieve in zijn werk sprak me erg aan. Zijn wereld kan niet ontstaan: hij laat heel even iets zien en maakt het onmiddellijk weer kapot. Dat is geen vrijblijvende, deconstructieve geste. Er schuilt een grote woede in, maar die wordt goed onder controle gehouden. Dat ik die gedichten zo gelezen heb, vertelt misschien meer over mij dan over Faverey.''

In het tijdschrift Yang schrijft Meuleman essays over popmuziek. Hij wil er een boek van samenstellen. In de popmuziek interesseert de impact van de vocalist hem meer dan de tekst. ,,Hoe zingt iemand precies, wat wil iemand met zijn stem doen? De stem is interessanter dan de woorden, en niet alleen in de popmuziek. Ik ben in toenemende mate geïnteresseerd in de stem, het vervoerende ervan. Bij de literatuur is het wel anders, daar moet de lezer zelf een stem ontwikkelen. Je kunt het ook zo zeggen: ergens tijdens het lezen van die gedichten moet er een stem in je wakker geroepen worden. Net zoals ik die stem wakker roep als ik schrijf.''

Bart Meuleman: hulp. Uitg. Querido, 45 blz. €15,95.