Geklets over `bedrijfsjournalistiek'

Met de wijze waarop Jeroen Mol, consultant in Den Haag, gisteren op deze pagina een pleidooi hield voor ,,spelregels'' in de ,,bedrijfsjournalistiek'', toont de adviseur niet de geringste notie van het spel zelf te hebben.

Theorievorming kan prikkelend werken in de journalistiek maar aan het eind van de dag moet de journalist gewoon feiten controleren en die op waarde schatten. Veronderstellingen zijn valkuilen. Mol valt in vele.

Hij stapelt in zijn betoog voor een journalistieke gedragscode de ene wankele aanname op de andere, rukt feiten uit hun verband en grossiert in verdachtmakingen. Hij kijkt op een vreemde manier naar het journalistieke metier. Mol redeneert alsof in de bedrijfsjournalistiek andere wetten zouden gelden dan in de `gewone' journalistiek. Terwijl bedrijfsjournalistiek niets meer en niets minder is dan journalistiek over bedrijven. Een artikel over dakbedekkers kan met goed fatsoen dakbedekkersjournalistiek worden genoemd, maar de zeggingskracht van zulke categoriseringen is beperkt.

De kern van Mols zorgen gaat over interne bedrijfsdocumenten. Hij stoort zich eraan dat die in handen vallen van journalisten waarbij zulke buitenstaanders de zaken vervolgens uit het verband rukken. Echter, over de bedrijfsschandalen die hij aanhaalt (Shell, Enron, Ahold) kan evenzeer het tegenovergestelde worden beweerd: de ingewijden van de bedrijven rukten met hun officiële publicaties de zaken uit het verband, de onthulling van interne bedrijfsdocumenten heeft het beeld op deze zaken juist verscherpt.

In e-mail ontwaart Mol een groot gevaar als het om lekken van geheime bedrijfsinformatie gaat. ,,Wie kan dit proces sinds de introductie van e-mail nog controleren?'', vraagt hij zich af. Hoe groot moet de naïviteit zijn om te denken dat het in bezit krijgen van interne documenten makkelijker is geworden door de beschikking over een digitale postbus? Ad Bos, de klokkenluider van de bouwfraude, is nog altijd de enige Nederlander die een vuilniszak met een schaduwboekhouding voor zijn deur vond. De meeste journalisten zijn er aan gewend dat een onthulling iets meer vergt dan het openen van de digitale postbus.

Volgens Mol zijn klokkenluiders genoodzaakt uit te wijken naar de pers omdat zij vaak nul op het rekest krijgen bij bevoegde instanties. Het is onduidelijk wat die veronderstelling met de aangehaalde bedrijfsschandalen te maken heeft. Noch bij Shell, noch bij Ahold zorgden klokkenluiders voor de openbaring van het schandaal. Het is niet meer dan een aanname dat latere onthullingen over deze bedrijven van `klokkenluiders' afkomstig zijn.

Het is ook een aanname dat de niewsgaring van deze krant over Shell te maken heeft met de beeldvorming in de hoofden van de journalisten: zij zouden het volgens Mol leuk vinden om tegen Shell aan te trappen omdat het bedrijf vele miljarden winst maakt – een ongefundeerde beschuldiging. ,,Hoge bomen vangen veel wind'', stelt Mol. Zou hij in de spelregels willen vastleggen dat de pers straks alleen over het laaggroeiende struikgewas mag schrijven?

Mol haalt in dit verband, als verwijt richting de Nederlandse pers, de uitspraken van de Amerikaanse topvrouw van Wolters Kluwer aan dat Nederlandse journalisten zo graag de persoonlijke mening willen horen van een bestuurder en zich minder bekommeren om datgene wat het bedrijf doet. Maar interne bedrijfsdocumenten gáán nu juist over wat een bedrijf doet en gaan niet over de particuliere mening van een bestuurder in een vraaggesprek.

Mol spuwt verdachtmakingen door zich af te vragen of ,,een krant er niet beter aan doet om met een gedegen verhaal te komen waarbij alle feiten zorgvuldig geverifieerd worden''. Zonder enig argument worden daarmee publicaties van deze krant als onzorgvuldig weggezet. Als klap op de vuurpijl stelt Mol dat de jacht op een scoop ervoor zorgt dat niet zorgvuldig geverifieerd wordt. Een interessante stelling, maar in dit verband op deze plaats en zonder enige onderbouwing een regelrecht affront.

Jeroen Wester is redacteur van NRC Handelsblad.