Europa maakt zich geen zorgen over WTO

Wereldwijd gaat het mes in de landbouwsubsidies. Europa werkte al aan een nieuw systeem en reageert vooralsnog koel op de uitkomst van de WTO onderhandelingen in Genève.

Opvallend rustig is er tot nu toe vanuit Europa gereageerd op het akkoord dat de 147 landen van de Wereldhandelsorganisatie het afgelopen weekeinde met elkaar in Geneve sloten. De Franse wegen waren weliswaar geblokkeerd, maar dat was eens een keer niet het gevolg van boze boeren, maar van zich massaal verplaatsende vakantiegangers.

Toch lijkt de kern van het akkoord een radicale breuk met het Europees landbouwbeleid dat vooral in de landen buiten Europa wordt beschouwd als één grote financiële donatie aan een sterk georganiseerde beroepsgroep. Lijkt, want de Europese commissarissen Pascal Lamy (Handel) en Franz Fischler (landbouw) lieten zondag niet na te benadrukken dat de overeenkomst over een verdere liberalisering geheel in lijn is met de Europese landbouw politiek. In de woorden van de Oostenrijker Fischler: ,,Het Europees landbouwbeleid is hiermee niet ter discussie gesteld''. Omdat, zo luidt de verklaring, de Europese landbouw al aan grondige hervorming onderhevig is. Het belangrijkste onderdeel van die sanering is het drastisch beperken van het riante subsidiesysteem.

Veel is terug te voeren op het akkoord dat de Europese ministers van landbouw vorig jaar juni na een marathonvergadering in Luxemburg met elkaar bereikten. ,,De meest fundamentele hervorming in de geschiedenis van het gemeenschappelijk landbouwbeleid'', zo luidde de kwalificatie van de Nederlandse minister van Landbouw, Cees Veerman. Het belangrijkste element van de overeenkomst was dat de inkomenssteun aan boeren in de toekomst zou worden losgekoppeld van de productie. Dit systeem dat in het verleden leidde tot de spreekwoordelijke boterbergen, melkplassen en wijnmeren, was al jaren één van de grote kritiekpunten van de rest van de wereld op Europa. De regeling werkte immers uitermate handelsverstorend. Niet de consumentenmarkt van vraag en aanbod was bepalend, maar de politieke markt van per land georganiseerde boerenbelangen. Overigens was het akkoord van vorig jaar ook weer een voortzetting van de reorganisatie die in 1992 was ingezet en zeven jaar later nog eens een nieuwe impuls kreeg. Toch hadden deze operaties niet weten te voorkomen dat de Europese landbouwuitgaven jaarlijks bleven stijgen. Daar is met is met het landbouwakkoord van vorig jaar verandering in gekomen. De totale uitgaven zijn aan een maximum van 43 miljard euro gebonden.

De afspraken van de Europese landbouwministers houden in dat boeren vanaf 2006 een vast bedrag aan inkomenssteun tegemoet kunnen zien. Niet hun productie is bepalend, maar de subsidie zal gebaseerd zijn op het inkomen dat zij over een bepaalde periode hebben ontvangen. Zij moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Voor Nederland betekent dit bijvoorbeeld dat boeren alleen op steun kunnen rekenen als zij voldoen aan bepaalde eisen op het terrein van milieu, voedselveiligheid, gezondheid van dieren en planten en het dierenwelzijn.

Toch is vorig jaar afgesproken dat niet tot volledige ontkoppeling van subsidie en productie zal worden overgegaan. Frankrijk wist te bereiken dat per lidstaat toch weer regelingen voor bepaalde producten gedeeltelijk in stand zouden kunnen blijven. Met als gevolg dat ook andere landen dergelijke uitzonderingsregelingen voor zich bedongen.

Het raamakkoord dat de landen van de Wereldhandelsorganisatie het afgelopen weekeinde in Genève overeenkwamen laat vooralsnog volop ruimte voor de EU-lidstaten om het vorig jaar ingeslagen pad verder op te gaan. Want hoe meer details er nog niet zijn geregeld, hoe meer speelruimte er voor individuele landen blijft.

In de tussentijd wijst de Europese Unie graag op de taken die anderen als gevolg van het handelsakkoord te wachten staan: zo zullen in het bijzonder de Verenigde Staten een begin moeten maken met de noodzakelijke hervorming van hun subsidiesysteem, zo wordt nu door de Unie gesteld.

In Europees verband zal de komende jaren worden bezien op welke voor de betrokken boeren minst pijnlijke wijze het systeem van exportsubsidies kan worden beperkt. Deze subsidies waarmee in totaal ruim 3 miljard euro is gemoeid betreft vooral suiker en vlees. Maar ook de melksector leunt nog sterk op exportsubsidies. Hier zullen de komende tijd de macro afspraken in concrete maatregelen moeten worden vertaald. Met ongetwijfeld de bijbehorende reactie van de gedupeerde boeren.