`Een sterk profiel is een voorwaarde om te overleven'

Bedrijven en organisaties moeten zich aanpassen aan andere economische omstandigheden en kiezen andere directeuren of voorzitters. Wie zijn de nieuwe bazen? Hoe denken ze? Wat doen ze? Deze week Yvonne van Rooy, sinds februari voorzitter college van bestuur van de Universiteit Utrecht.

Yvonne van Rooy – vroeger staatssecretaris van Economische Zaken,daarna voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Tilburg – is gewend aan interviews. Ze begint meteen te praten (over het grote aantal interessante mensen dat ze de afgelopen maanden heeft ontmoet), ze herhaalt vragen voordat ze antwoord geeft (,,Ja, hoe ben ik hier terecht gekomen?''), ze houdt zich op de vlakte als het gesprek haar te persoonlijk wordt. Na een uur zegt ze: ,,Dit lijkt mij een mooie slotopmerking.'' Het is een opmerking over de bijbel.

Over hoe ze bij de Universiteit Utrecht kwam: ,,Zoals dat gaat, ik werd gepolst, of dit niet eens iets was om over na te denken. Het kwam vlak voor het moment waarop ik me had voorgenomen om weer eens verder te kijken. Ik wilde niet langer dan twee periodes in Tilburg zijn. En ik wilde graag in de universitaire wereld blijven. Zoals Herman Wijffels zegt: een universiteit is een kennisbedrijf met een publieke functie. Werken op het snijvlak van publiek en privaat heeft mij altijd geïnteresseerd. En als je dan zo'n kans krijgt, aan zo'n mooie universiteit, waar ik ook nog zelf gestudeerd heb...''

Door wie werd u gepolst?

,,Ik denk dat het de vice-voorzitter van de raad van toezicht was, Ed Nijpels.''

Ed Nijpels, vroeger voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, is commissaris van de koningin in Friesland. Herman Wijffels, vroeger voorzitter van de hoofddirectie van Rabobank, is voorzitter van de Sociaal Economische Raad en voorzitter van het stichtingsbestuur van de Universiteit van Tilburg.

Had u, als u eerder in uw leven andere keuzes had gemaakt, hoogleraar kunnen zijn?

,,Voor wetenschappelijk werk ben ik niet in de wieg gelegd. De belangstelling voor besturen zat er vroeg in, ik ben afgestudeerd in bestuursrecht. Mijn eerste baan was al bestuurlijk. Maar ook als dat niet zo was geweest, was ik op een of andere manier in een bestuurlijke functie terechtgekomen. Wetenschap – dat is de diepte in, je concentreren op één terrein. Ik zoek de breedte.''

Heeft u die voorkeur voor besturen van uw vader?

(Die was burgemeester van onder andere Eindhoven, minister van Sociale Zaken in het kabinet-De Quay, gouverneur van de provincie Limburg.)

Yvonne van Rooy: ,,Ik denk het wel, maar het is moeilijk om mezelf met hem te vergelijken. Toen hij bestuurder was, was ik nog klein. Ik studeerde af toen hij met pensioen ging.''

U heeft wel wat van hem geleerd?

,,Door hem, maar ook door ervaring, weet ik dat het belangrijkste van besturen is dat je je in alle situaties waarin je problemen moet oplossen of mensen mee moet krijgen verplaatst in de ander. Je moet met mensen méédenken. En dat is zeker zo in een organisatie als deze. Hier werken professionals, ze zijn niet gewend om in een hiërarchie te werken. Als je wilt dat er iets verandert, kom je het verst met argumenten en overtuigingskracht. In een kabinet zie je dat ook. Ministers en staatssecretarissen beginnen allemaal gelijk, maar na een jaar heeft de een wel gezag opgebouwd en de ander niet. Dat heeft alles te maken met die overtuigingskracht.''

Wat wilt u dat er verandert in deze universiteit?

,,We...

Ik bedoel u.

,,Ja, maar ik zeg: we. We zijn een college met drie bestuurders, ik als primus inter pares. En het gaat nog verder, want het echte werk gebeurt in de faculteiten en de instituten. Er kan alleen iets veranderen als we samen met de decanen en de bestuursteams de koers uitzetten.''

Bescheiden.

,,Ja. Onze rol is: hen ondersteunen en guidance geven.''

Waar gaat die koers heen? Wat wil het college van bestuur veranderen?

,,Wij ontwikkelen nu een strategisch plan voor de universiteit, en dat doen we samen met de faculteiten en de instituten, want dáár moeten de keuzes worden gemaakt.''

En wat is uw bijdrage?

,,Door mijn ervaring, ook buiten de wetenschappelijke wereld, kan ik een bijdrage leveren aan de positionering van de universiteit in een samenleving die sterk in beweging is, en ook aan de internationale positionering van deze universiteit. Daar zal de nieuwe strategie op gericht zijn.''

Hoe is die strategie?

,,Ik zou te ver voor de troepen uitlopen als ik daar nu al iets over zou zeggen. Maar ik kan wel een paar elementen noemen. Een ervan is: meer samenwerking tussen disciplines – dáár komen de vernieuwingen vandaan. Het gebeurt al op het terrein van de life sciences, er wordt hier een nieuw biomedisch centrum gebouwd waarin vijf faculteiten samenwerken. Dat is uniek in Nederland. Iets anders is dat we duidelijker zullen gaan bepalen waar de zwaartepunten in het onderzoek, en dus in de masterfase van het onderwijs, moeten liggen. Dat betekent: kiezen.''

Hoe regelt u dat er wordt gekozen?

,,Heel concreet: toen ik hier kwam, ben ik met het college van bestuur en twee ambtenaren...'' Ze onderbreekt zichzelf, zegt dat ze `ambtenaar' een vreselijk woord vindt, en maakt er twee `topmedewerkers' van. Ze vervolgt: ,,We zijn twee dagen met elkaar naar de hei gegaan om te praten – waarover denken we hetzelfde, waarover verschillend. Een maand later hebben we het nog een keer gedaan met alle decanen. Het heeft een praatstuk van vier kantjes opgeleverd, over onze sterktes en zwaktes, en daaruit moet een document voortkomen met de hoofdlijnen van ons strategisch plan. Daarover gaan we dit najaar praten met de verschillende geledingen van de universiteit, en dan moet er geleidelijk aan een plan voor de komende vier jaar ontstaan. En dat is dan een plan dat, mag je aannemen, breed wordt gedragen. Mijn toegevoegde waarde zit in de bewaking van de voortgang. Ik zorg ervoor dat het tempo erin wordt gehouden.''

En u heeft er plezier in.

,,Ja. Ik vind dat heel boeiend. Ik gebruik de zomertijd om ook individueel met decanen en hoogleraren te praten en onder het genot van een glas wijn te vragen: waar wil je nou echt naartoe? Met welke internationale partners moeten we relaties ontwikkelen? Ik vind dat fantastisch. Je komt nergens zo veel interessante mensen tegen als aan een universiteit, het zijn vaak juweeltjes van gesprekken. Mensen zijn ook nergens zo lastig als aan een universiteit, maar daardoor ontstaat juist de meerwaarde.''

Omgekeerd hebben wetenschappelijk onderzoekers vaak weinig op met managers.

,,Dat is zo.''

Ontmoet u veel argwaan?

,,Ja. Je ziet ze denken: het werk gebeurt in de faculteit, we hebben al een faculteitsbureau, en dan is er ook nog dat hele bestuursgebouw, wat moet dat allemaal, kan dat niet minder? Ik herinner me dat ik er als student geen idee van had wat het vraagt om een universiteit te laten draaien. Maar het bestuur is nodig om ervoor te zorgen dat alle ondersteunende processen op orde zijn, zodat zo veel mogelijk middelen ter beschikking komen voor onderwijs en onderzoek.''

Zou de universiteit zonder nieuwe strategie kunnen?

,,Geen enkele organisatie kan zonder strategie, zonder koers. Anders ben je geblinddoekt bezig. Je moet een doel hebben, en dat doel moet regelmatig opnieuw worden bepaald.''

En als er dan een nieuwe strategie is, verandert de organisatie dan? Hoeveel invloed kunt u uitoefenen?

,,Kijk, 80 procent gaat hier vanzelf. Maar de 20 procent waar wij mee bezig zijn, heeft effect op hoe die 80 procent werkt. Als het college van bestuur een aantal jaren geleden geen strategie had ontwikkeld voor de invoering van het bachelor-mastersysteem en het aan de faculteiten had overgelaten, dan was dat systeem niet zo duidelijk geworden als het nu is, en nooit zo aantrekkelijk voor studenten. Samenwerking tussen verschillende disciplines komt ook niet vanzelf tot stand, dat móét door het bestuur gestimuleerd worden.''

In Tilburg zei u wie de beste hoogleraren waren, welk onderzoek gezichtsbepalend was. Gaat u dat hier weer doen?

,,Ik vind het heel belangrijk om te formuleren waarin je excelleert. Je kwaliteiten moeten herkenbaar zijn. Mensen moeten met trots kunnen vertellen waarom het fantastisch is om hier te werken of te studeren, wát er hier zo bijzonder is. In een snel veranderende samenleving is een sterk profiel een voorwaarde om te overleven. In de wereldrangorde van beste universiteiten staat deze universiteit op nummer 40, in Europa op nummer 7. Dat moet nummer 6 worden.''

Wie of wat heeft u beïnvloed in uw denken over de essentie van het besturen?

,,Wat mij betreft is de essentie van besturen: ervoor zorgen dat iedereen al zijn talenten en capaciteiten inzet om het doel van de organisatie na te streven. Maar dat is niet iets waar ik veel over heb nagedacht of waar ik boeken over heb gelezen. Het is een ervaringsfeit.''

Wat leest u wel?

,,Op het moment lees ik weer veel Simenons. Zijn romans zijn juweeltjes. En de bijbel, 's avonds in bed. De brieven van Paulus. Maar vooral dat prachtige Hooglied. Als ik dat lees, zijn alle muizenissen weg.''

Ze is een bewonderaar van Godfried Danneels, de Belgische kardinaal die genoemd wordt als de opvolger van paus Johannes Paulus II. In 2002 werd hij eredoctor aan de Universiteit van Tilburg. Zijn gedachten over de verhouding tussen geloof en wetenschap spreken haar aan. ,,Hij zegt: 50 procent kans dat God niet bestaat, 50 procent kans van wel. Niemand kan het bewijzen.''

Dit is de zeventiende aflevering van de interviewserie `Wisseling van de wacht'. Voorgaande delen zijn te lezen op www.nrc.nl.