Eén op vijf de straat op om prepensioen

Eén op de vijf Nederlanders wil `zeker' actie gaan voeren tegen het kabinetsplan om de fiscale ondersteuning van het prepensioen af te schaffen. Dat blijkt uit eigen onderzoek van TNS NIPO.

Het onderzoeksbureau legde begin vorige maand ruim 1.000 mensen een aantal vragen voor over de kabinetsplannen. Daaruit blijkt verder dat 70 procent van de volwassen Nederlanders het kabinetsbeleid op dit onderwerp afkeurt.

TNS NIPO onderzocht verder in hoeverre mensen bekend zijn met de inhoud van het conflict tussen de vakbonden en het kabinet over een nieuw stelsel van VUT en prepensioen. De onderhandelingen hierover tussen kabinet, werkgevers en vakbeweging mislukten twee maanden geleden. Het kabinet wilde het huidige systeem afschaffen, waarin geen belasting wordt geheven over premies voor collectieve regelingen voor prepensioen vanaf het 60ste jaar. Werknemers kunnen dan alleen vóór hun 65ste jaar stoppen met werken als ze daar individueel voor sparen. De vakbeweging wilde de collectieve regelingen handhaven voor prepensioen vanaf uiterlijk 62,5 jaar. De bonden kondigden na het vastgelopen overleg na de zomer aan gezamenlijk actie tegen het beleid te zullen voeren.

83 procent van de Nederlanders heeft `iets' over het conflict gelezen of gehoord, en 63 procent denkt dat de uitspraak dat het kabinet ,,wil dat iedereen doorwerkt tot zijn of haar 65ste, tenzij men zelf spaart voor een eigen prepensioenregeling'' juist is. Minder mensen (35 procent) weten dat het kabinet ook de VUT-regelingen wil afschaffen. Ook de inzet van de vakbeweging, die een collectieve fiscale regeling voor prepensioen wil behouden, is relatief onbekend.

De actiebereidheid die het onderzoeksbureau heeft gemeten van 40 procent die ,,zeker'' of ,,waarschijnlijk'' bereid is tot actie, komt overeen met de onderzoeksresultaten van vakcentrale CNV. In dat onderzoek in juni zei 40 procent van de ondervraagden, onder wie ook niet-leden, ,,in zekere mate'' bereid te zijn tot actie. Volgens TNS NIPO betekent de uitkomst van het onderzoek niet dat ruim twee miljoen mensen de straat opgaan. ,,Factoren als tijd (men heeft immers betaald werk) en afstand (demonstraties zijn meestal in Den Haag) zullen zeker van invloed zijn op het daadwerkelijke aantal actievoerders'', aldus het bureau.