De terugkeer van het fatsoen in Amerika en Duitsland

Kerry werpt zich op als de kampioen van de middenklasse. Terecht, meent het Amerikaanse weekblad BusinessWeek, want die zit in de hoek waar de klappen vallen. Bovendien, als Kerry de verkiezingsstrijd wil winnen, moet hij toch meer doen dan hameren op wat Bush verkeerd doet. Kerry's programma is complex en duur, maar de kern ervan is toch heel aantrekkelijk, meent het blad. De uitdager van Bush biedt de middenklasse 650 miljard dollar voor zijn plan voor verzekering van de gezondheidszorg en 200 miljard dollar extra uitgaven in het onderwijs. Kerry wil dat financieren door Bush's belastingdouceurtje voor mensen die meer dan 200.000 dollar per jaar verdienen, in te trekken. Daarnaast wil Kerry meer belasting heffen op kapitaalinkomsten en op dividend. Dat soort maatregelen zal de eerste vier jaar goed zijn voor een geringe groei, zo wijzen de eerste becijferingen uit, maar zegt niks over Kerry's belofte dat hij het begrotingstekort wil verlagen.

Bush is, schrijft het blad, erg kwetsbaar op het punt van de werkgelegenheid. Hij was de eerste president sinds Herbert Hoover tijdens wiens regeringstermijn er meer banen verloren gingen dan er bijkwamen. Om de export van banen naar lagelonenlanden tegen te gaan belooft Kerry alle ondernemingen een belastingverlaging van 35 tot 33,5 procent. Dat neemt niet weg, waarschuwt het blad, dat de investeerders kopschuw kunnen worden bij het vooruitzicht dat ze de douceurtjes van Bush weer moeten missen. Immers, die hebben er voor gezorgd dat de aandelenprijzen 5 procent stegen.

Of aandelenprijzen nu wel of niet stijgen, dat maakte voor de beloning van Duitse topmanagers weinig uit. Gerekend naar internationale maatstaven worden ze goed betaald, heeft het Duitse weekblad Wirtschaftswoche uitgezocht. Het probleem is alleen dat ze in vergelijking met hun buitenlandse collega's wel erg weinig risico lopen. Het blad is doorgaans niet erg kritisch op de handel en wandel van managers en ondernemers, maar concludeert nu onverbiddelijk dat het vaste salaris van de Duitse managers met 38 procent van de totale beloning precies twee keer zo hoog is als de 19 procent aan vaste inkomsten voor de Amerikaanse collega's. Het inkomen van Microsofts tweede man, Steve Ballmer, bijvoorbeeld bestaat voor het leeuwendeel uit opties op aandelen. En wat meer is, gerekend naar de marktwaarde van hun bedrijf verdienen Duitse managers sowieso meer dan hun Amerikaanse en Britse collega's. Maar wat dan te denken van het arbeidsakkoord bij DaimlerChrysler, waarbij de top 10 procent van het salaris inlevert? ,,Een vijgenbladactie'', oordeelt het blad, omdat het inkomen van het topmanagement in vijf jaar verdrievoudigde.

De voormalige Duitse topman van het Zwitserse Nestlé, Helmut Maucher, heeft er in het maandblad Manager Magazin geen goed woord voor over. ,,Wie alleen zijn eigen voordeel nastreeft verspeelt het vertrouwen van zijn medewerkers, van zijn klanten, en tenslotte ook van de financiële markten.'' Maucher, die zelf zijn leven lang in dienst was van Nestlé, hekelt vooral het kortetermijndenken van zijn collega's.

Maucher meent dat het gedrag van sommige collega's ,,veel kapot maakt'', ook al doet het merendeel fatsoenlijk zijn werk. Hoeveel er al kapot is, blijkt uit het gegeven dat 80 procent van de Duitse bevolking ,,weinig of helemaal geen vertrouwen heeft in grote ondernemingen''. Het blad ontleent dit gegeven aan recent onderzoek van het Duitse Instituut voor Economisch Onderzoek. Maucher heeft uitgesproken meningen over wat in het bedrijfsleven wel of niet fatsoenlijk is. Zo is het helemaal in orde om hele bedrijfsonderdelen naar lagelonenlanden over te hevelen, maar wie als privé-persoon wegens de belastingen naar het buitenland verhuist ontbreekt het aan fatsoen. Want ook aan je land moet je loyaal zijn, meent oudgediende Maucher.

Begrippen als fatsoen en loyaliteit waren niet aan de orde in het Mannesmann-proces. Het Duitse weekblad Die Zeit sprak met de hoofdverdachte, Klaus Esser, de voormalige topman van Mannesmann, en verbaast zich er over dat deze zich ,,helemaal gerehabiliteerd voelt''. Hij twijfelt er geen seconde over of de premie van 15 miljoen euro voor zijn overgave aan Vodafone wel gerechtvaardigd was: ,,Toen niet en nu niet.'' En even verder: ,,Het recht van de aandeelhouders om over hun eigendommen te beslissen sluit ook de vergissing in.'' Dat is dus de wereld volgens Esser, concludeert het blad met nauw verholen sarcasme.

Esser hoort in ieder geval bij de groeiende groep mensen die steeds meer geld hebben. Dat betekent dat de filantropie in de wereld groeit als kool, schrijft het Britse weekblad The Economist. In Amerika heeft 4,9 procent van de bevolking een inkomen van meer dan 1 miljoen dollar per jaar. Dat deel van de bevolking is verantwoordelijk voor 42 procent van de donaties aan liefdadigheidsinstellingen. Goed doen doet het goed. In Amerika omvatten donaties 2,2 procent van het bruto binnenlands product. Hoewel dat veel meer is dan in veel andere landen, valt de omvang van de sector filantropie in het niet vergeleken bij wat de overheid uitgeeft.