Zoiezo

Laatst schreef een vriendin van mij in een mailtje: ,,De kinderen hebben het hier zoiezo erg naar hun zin.'' Ik schrok even van dat zoiezo. Nou moet ik er onmiddellijk bij zeggen dat ik dat woord zelf ook heel lang fout heb geschreven. Hoe ik het precies spelde, weet ik niet meer, maar het was niet sowieso, zoals het officieel hoort. Volgens mij wordt sowieso veel vaker in de spreektaal gebruikt dan in de schrijftaal. Daardoor is menigeen niet vertrouwd met het schriftbeeld. Het gevolg is dat je het in enorme aantallen in afwijkende spellingen tegenkomt.

Zo is de schrijfwijze zoiezo via Google maar liefst ruim achtduizend maal op internet te vinden. Zowiezo komt nóg vaker voor, namelijk ruim 23.000 maal. En dan hebben we nog zo wie zo en zo-wie-zo (ruim 3.500 keer), so wie so en so-wie-so (ruim 1.700 keer), plus zo ie zo en zo-ie-zo (eveneens ruim 1.700 keer). En we zijn er nog niet, want men schrijft ook nog zowieso (11.000 maal), sowiezo (ruim 2.500 maal), zoieso (ruim 1.200 maal), soieso (375 keer) en zelfs soiezo (51 maal).

Er zijn nog meer spellingvarianten te bedenken, maar het beeld zal duidelijk zijn: sowieso wordt massaal verkeerd gespeld.

Heeft dit alleen te maken met het feit dat we het vaker zeggen dan schrijven? Nee, ook de klank speelt een rol. Omdat veel mensen het met een z in plaats van met een s uitspreken, schrijven ze die ook. Bovendien bestaan er in het Nederlands veel woorden die beginnen met zo... plus een paar die beginnen met zow... (zowaar, zowat, zowel), terwijl we zegge en schrijve één woord kennen dat met sow... begint, inderdaad sowieso.

Wij hebben sowieso geleend uit het Duits, waarin het een verkorting is van es ist so wie so dasselbe: `het is zus of zo hetzelfde, het is om het even'. Tegenwoordig wordt sowieso ook door de Duitsers gebruikt in de betekenis `toch al, in ieder geval'.

Wanneer, in welke periode, leenden wij dit woord uit het Duits? De Grote Van Dale zegt: na 1950. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal kent als vroegste bewijsplaats een citaat uit de roman Piekerans van Tjalie Robinson uit 1954: ,,Een fatsoenlijk mens in Djakarta loopt niet op straat en sowieso na acht uur niet.'' Ik had verwacht een strenge afwijzing van sowieso te vinden in het tijdschrift Onze Taal, want dat is ooit (in 1932) opgericht met als doel germanismen uit het Nederlands te weren. Maar nee, het duurt tot 1978 voordat sowieso in dit tijdschrift debuteert, en kennelijk was het toen al volledig ingeburgerd, want het wordt zonder enige terughoudendheid gebruikt.

Toch dateert deze ontlening wel degelijk uit de jaren dertig van de twintigste eeuw, uit de tijd dus dat enkele gedreven germanismenhaters zich verenigden in het Genootschap Onze Taal. Kennelijk lazen ze De Groene Amsterdammer niet, want daarin komt sowieso tussen 1931 en 1938 zeker achtmaal voor. Aanvankelijk alleen in economische berichten van een bepaalde redacteur, maar vanaf 1935 wordt het door verscheidene auteurs gebruikt. Zo schreef de indertijd bekende publicist A. Viruly in 1936 in een column: ,,Overigens word ik sowieso tóch niet om twintig minuten zon direct vol hilariteit, uitbundigheid, stralende overmoed, gulle levenshumor.'' In 1938 wordt het woord opgemerkt door de bekende taalpublicist Charivarius. Hij noemt het in een lijstje met `gemeenplaatsen', samen met onder meer saneeren (ook toen al!), techniker, Ueberhaupt en uitbannen.

Het lijkt er sterk op dat de opmars van sowieso door de Tweede Wereldoorlog is vertraagd, of misschien zelfs onderbroken. In de eerste decennia na de oorlog, toen anti-Duitse sentimenten nog de overhand hadden, tref je het nauwelijks aan. Pas vanaf de jaren zestig en zeventig steekt het steeds nadrukkelijker de kop op. Het woordenboek van Verschueren vermeldt het sinds 1979, Van Dale sinds 1984 en Koenen sinds 1986.

Inmiddels is sowieso niet meer uit het Nederlands weg te denken. En hoewel het nu dus alweer decennialang gangbaar is, kent het een recordaantal spellingvarianten.