Verder met Doha

De besprekingen over de onderhandelingen zijn geëindigd, nu kan er worden onderhandeld over wat er is besproken. Dit is de uitkomst van het akkoord dat de lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) afgelopen weekeinde in Genève hebben bereikt om de internationale ronde van handelsliberalisatie voor een mislukking te behoeden. Deze zogenoemde Doha-ronde – eind 2001 begonnen in Doha, in Qatar – dreigde na een faliekant mislukte bijeenkomst vorig jaar september in de Mexicaanse badplaats Cancún volledig op de klippen te lopen. In het voortgaande proces van liberalisering van de wereldhandel zou dat een grote tegenslag zijn geweest en het zou het gezag van de WTO als verkeersagent van de wereldhandel ernstig hebben aangetast. Zover is het gelukkig niet gekomen. De bijeenkomst in Genève was gedoemd te lukken. De vertegenwoordigers van de 147 lidstaten van de WTO hebben de Doha-ronde gereanimeerd, het vertrouwen in de organisatie geschraagd en zichzelf anderhalf jaar de tijd gegeven om te onderhandelen over een succesvolle afsluiting.

Kernpunt is de afschaffing van de exportsubsidies voor landbouwproducten door de Europese Unie en de Verenigde Staten. De EU had al eerder aangekondigd hiertoe bereid te zijn en ondanks fel verzet van de Franse president heeft de EU voet bij stuk gehouden. De Verenigde Staten hebben soortgelijke concessies gedaan. Van hun kant hebben de ontwikkelingslanden – bij de WTO heeft ieder land een stem – zich coöperatief opgesteld. Hoewel er nog veel concrete invulling aan deze doorbraak moet worden gegeven, komt het einde in zicht van agrarische subsidies die handelsverstorend werken, de consumentenprijzen in de EU en de VS opjagen en schadelijk zijn voor boeren in ontwikkelingslanden.

WTO-onderhandelingen verlopen altijd traag en de effecten worden pas na jaren zichtbaar. Zo werd in de vorige handelsronde, de Uruguay-ronde midden jaren negentig, afgesproken dat de quota's voor de wereldhandel in textiel en kleding zouden worden afgeschaft. Dat staat op 1 januari 2005 te gebeuren en belooft radicale verschuivingen in de internationale textielhandel teweeg te brengen. Ook recente WTO-uitspraken waarbij subsidies voor suiker en katoen in de EU en VS werden veroordeeld, hebben pas op de lange termijn effect.

Binnen de WTO worden de onderhandelingen gevoerd door drie blokken van landen. De Groep van 90 vertegenwoordigt vooral arme Afrikaanse ontwikkelingslanden. De Groep van 20 bestaat uit grote opkomende landen als Brazilië, Rusland, India en China, de zogenoemde BRIC-landen die een snel toenemend gewicht in de schaal leggen. De derde groep bestaat uit de rijke landen, gedomineerd door de EU en de Verenigde Staten. Zij hebben vorig jaar in Cancún tot hun eigen schade en schande ontdekt dat ze niet langer eenzijdig samen de agenda kunnen bepalen, maar aangewezen zijn op de instemming van de G20 en G90. Was in Cancún nog sprake van felle animositeit – uiteindelijk blokkeerde een handvol Afrikaanse landen toen een akkoord omdat de Verenige Staten weigerden de subsidies voor hun katoenboeren ter discussie te stellen – afgelopen week in Genève waren de drie blokken bereid tot overbrugging van hun tegenstellingen. Deze coöperatieve opstelling, niet alleen bij de Amerikaanse en Europese handelsvertegenwoordigers, maar ook bij de onderhandelaars van de ontwikkelingslanden, onderstreept het toegenomen besef dat de economische voordelen van handelsliberalisatie voor alle landen groter zijn dan de nadelen.

Een aantal jaren was de WTO hét doelwit van acties van antiglobaliseerders, maar het tij lijkt te zijn gekeerd. Sterker, milieu- en ontwikkelingsorganisaties oefenden kritiek uit op het akkoord dat in Genève is bereikt, omdat het niet ver genoeg gaat en de toezeggingen ten aanzien van de agrarische exportsubsidies van de rijke landen niet concreet genoeg zijn. Dat moge zo zijn, maar niet eerder hebben de EU en de VS zoveel politieke bereidheid getoond om hun stelsels van agrarische subsidies te ontmantelen. WTO-afspraken kosten tijd, maar na tientallen jaren gesteggel gloort er licht aan het einde van de tunnel.