The Cure

In eigen land wordt de nieuwste cd van The Cure, kortweg The Cure genaamd, met tromgeroffel ontvangen. Nu verschillende bands de Britse groep uit de jaren tachtig als invloed noemen, zijn de kohl-ogige zwartharige doemdenkers van de rock 'n' roll weer van harte welkom. Wellicht om aan dit soort verwachtingen te voldoen, heeft Robert Smith met zijn collega's van de groep een cd gemaakt die rechtstreeks lijkt te zijn ingevlogen uit 1982, toen The Cure haar zwartgalligste plaat opnam: Pornography.

Ook nu horen we ijle synthesizerpartijen die versmelten met flakkerende gitaarakkoorden, terwijl Smith zijn treurigste huilstem laat galmen. Het tempo is traag en de drums beuken. Dat is niet alleen tamelijk naargeestig, het is ook raar om meer dan twintig jaar na dato dezelfde stijlmiddelen zo nauwkeurig terug te horen. Net als toen willen de meeste stukken maar geen liedjes worden.

Af en toe, zoals in `(I don't know what's going) On' en `Taking Off', gloort er iets van melodieuze afwisseling. Dit zijn dan ook meteen de meest uptempo nummers van de cd. Maar kreten als `This is the end of the world' en `I can't find myself' illustreren de notie dat Smith ook in 2004 het zilveren randje van de donkere wolk maar moeilijk kan vinden.

The Cure. The Cure (Geffen 2498629055)