Persstemmen over vrij handel

Financial Times

Klein wonder in Genève: een kleine stap naar meer vrijhandel, een essentiële stap voor de WTO. De dit weekeinde bereikte overeenkomst over een onderhandelingskader voor de Doha-ronde van het handelsoverleg is een bescheiden, late stap voorwaarts in de lange mars naar liberalisering van de wereldmarkten.

Maar de overeenkomst is zeker van belang als broodnodige uiting van internationaal vertrouwen in de Wereldhandelsorganisatie en in het op regels gebaseerde multilaterale stelsel.

Na de mislukking van de WTO-bijeenkomsten in Seattle en Cancún had een nieuw debacle de doodssteek kunnen betekenen voor deze organisatie en voor de beginselen van billijkheid en non-discriminatie waar zij voor staat. Op zijn minst zou dat de vraag hebben opgeworpen of de WTO nog wel relevant is als een forum waar internationale betrekkingen worden onderhouden door onderhandelen in plaats van door confrontaties en brute kracht.

[...] Gezien wat er op het spel stond, besloten zelfs regeringen die ontgoocheld waren over de langdradige en omslachtige procedures van de WTO hun twijfels in te slikken en nog één keer de schouders eronder te zetten. Die moeite was het wel waard.

Zoals in Seattle en Cancún velen schuld droegen, zo is het resultaat in Genève de verdienste van velen. De Verenigde Staten hebben zich voor en tijdens het overleg ware leiders betoond.

De Europese Unie heeft voet bij stuk gehouden tegenover de Fransen die dwarslagen, en de groep van twintig ontwikkelingslanden die landbouwproducten exporteren heeft zich sterker doen gelden als een invloedrijke maar positieve factor.

Heel bemoedigend was dat armere landen uit Afrika en elders voor het eerst begrip toonden voor de manier waarop het WTO-spel wordt – of zou moeten worden – gespeeld. Zij vermeden de loze politieke poses die tot de mislukking in Cancún hebben geleid en wijdden zich aan hard, realistisch en productief onderhandelen.

De grootste prestatie van Genève was dat de verplichting van de Europese Unie is vastgelegd om haar handelsverstorende exportsubsidies voor de landbouw af te schaffen, en dat de basis is gelegd voor een toekomstige vermindering van de buitenproportionele binnenlandse agrarische subsidies van de rijke landen.

Lopende kritiek van de WTO op het suikerregime van de Europese Unie en op de Amerikaanse katoensubsidies moet hen onder druk houden om hun beloften na te komen.

Andere aspecten van de overeenkomst, zoals de schetsmatige bepalingen voor het verlagen van agrarische heffingen en voor de liberalisering van de handel in industriële goederen en diensten, zijn teleurstellender. Om de Doha-ronde met succes af te sluiten zal op die terreinen nog veel moeten gebeuren.

Toch heeft de overeenkomst een fundament gelegd waarop na de Amerikaanse presidentsverkiezingen het overleg kan worden hervat. Ze heeft bovendien de zwartkijkers de mond gesnoerd volgens wie geen vooruitgang mogelijk is in een organisatie met 147 leden, met sterk uiteenlopende niveaus van economische ontwikkeling en aandelen in de wereldhandel.

Nu gaat het erom voort te bouwen op wat al is bereikt. Dat wordt een langdurig, zwaar karwei, waarbij onderweg de nodige tegenslagen te verwachten zijn. Maar de geruststellende boodschap uit Genève is dat de regeringen nu beter begrijpen waarom het in hun aller belang is om dat karwei aan te pakken.

Le Figaro

[...] Het akkoord van Genève heeft op een zeer gelegen moment de grote, in november 2001 in Doha begonnen cyclus van handelsoverleg nieuw leven ingeblazen. Nu de Europese Unie niet meer kan worden aangesproken op het landbouwdossier, bevindt zij zich binnen de WTO in een gunstige situatie om te beginnen met de onderhandelingen die haar het meest ter harte gaan, namelijk die over de dienstenmarkt (banken, verzekeringen, grote winkelcentra enz.), waar haar ondernemingen een naar verhouding solide positie bezitten.

De WTO zal nog veel verborgen belemmeringen voor de internationale handel moeten wegnemen: douaneprocedures moeten worden vereenvoudigd, bepalingen over de concurrentie en over buitenlandse investeringen moeten worden geüniformeerd, en de doorzichtigheid van overheidsopdrachten moet worden geregeld.

Historisch gezien is protectionisme op de lange termijn nooit, voor geen enkel land, een lonende strategie geweest, want de internationale handel is een win-win-game: de som van de voordelen is er altijd groter dan de som van de verliezen van de spelers.