Moeilijkste komt nog voor de WTO

De WTO heeft dit weekeinde een akkoord bereikt over de weg naar verdere liberalisering van de wereldhandel. Maar het moeilijkste komt nog.

De onderhandelaars klapten hard voor zichzelf toen de 147 leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in de nacht van zaterdag op zondag met een vertraging van een dag alsnog een overeenkomst konden sluiten. ,,Een waarlijk historisch akkoord'', sprak een opgeluchte directeur-generaal Supachai Panitchpakdi van de WTO, wiens organisatie nieuwe levensadem was ingeblazen.

Bijna een jaar na een dramatisch mislukte WTO-ministersconferentie in Cancún en met vooruitzicht op jarenlang stagnerende wereldhandelsbesprekingen, is de zogeheten Doha-ronde weer vlotgetrokken.

Tot zover het makkelijke deel.

Het zaterdagnacht bereikte akkoord is een `raamwerk' waarbinnen na de zomer gedetailleerde onderhandelingen zullen plaatshebben. Daarmee is de richting vastgesteld, maar is nog allerminst zeker of het einddoel wordt gehaald: een succesvolle afsluiting van de Doha-ronde. Het einde van de ronde zal vermoedelijk op z'n vroegst in 2006 zijn. Voor die tijd volgt nog een ministersconferentie in Hongkong in december volgend jaar.

De Doha-ronde beoogt een ontwikkelingsronde te zijn en het ligt voor de hand allereerst te kijken naar de resultaten die de besprekingen hebben opgeleverd voor de ontwikkelingslanden. Brazilië en India mochten, na het leiden van de succesvolle opstand in Cancún van het Zuiden tegen de suprematie van de Europese Unie en de Verenigde Staten, nu onderhandelen in het selecte gezelschap van de grootste handelsblokken en agrarisch grootexporteur Australië. Daardoor kon Brazilië, in de verlenging op zaterdag, aanvullende concessies van de Amerikanen scoren, die hun landbouwsubsidies moeten verminderen. ,,Een goede overeenkomst voor handelsliberalisering en voor sociale rechtvaardigheid'', zei minister van Buitenlandse Zaken Celso Amorim van Brazilië, een land met veel armoede op het platteland, maar ook met een groot potentieel voor agrarische export.

Toch zal de invulling van de Amerikaanse concessies in elk geval op zich laten wachten tot na de presidentsverkiezingen in de VS. Hetzelfde geldt voor het onderwerp katoen waarop de kleinere ontwikkelingslanden een afgeslankte overwinning hebben geboekt. Weliswaar was hun inzet om katoen als zelfstandig onderwerp op de agenda te krijgen. Maar met de extra aandacht die katoen nu krijgt binnen de algemene landbouwonderhandelingen is de speciale status gewaarborgd.

De miljardensubsidies voor de 25.000 Amerikaanse katoenboeren verstoren de wereldmarkt waarop miljoenen West-Afrikaanse en Braziliaanse boeren ook actief zijn. De geëiste vermindering van de Amerikaanse katoensubsidies zal nu gelijke tred houden met de concessies die de VS bereid zijn te doen in de komende detailonderhandelingen. Om het akkoord van dit weekeinde mogelijk te maken, zijn brede formuleringen gebruikt, onder meer voor het afbouwen van exportkredieten en de manier waarop Amerikaanse voedselhulp als handelsverstorend element wordt gezien. Pas in de komende detailonderhandelingen zal dan ook blijken hoeveel winst de ontwikkelingslanden hier hebben geboekt.

:pagina ]

Voor de rijke landen ligt de winst van het raamwerkakkoord in de acceptatie van de controversiële tekst over de markttoegang voor niet-agrarische producten. In Cancún was deze tekst nog onacceptabel voor de ontwikkelingslanden. Onder verwijzing in de tekst naar noodzakelijke ,,aanvullende onderhandelingen'' gingen de ontwikkelingslanden nu wel akkoord, waarmee dit onderwerp wisselgeld blijft voor de Amerikanen en Europeanen bij de komende detailbesprekingen over landbouw. In de Doha-ronde gaat het immers om een single undertaking – één alomvattend eindresultaat – en een slotakkoord kan alleen worden bereikt indien dat uitgangspunt is gerespecteerd. Over dit onderwerp zal dan ook nog zwaar worden onderhandeld.

De verbetenheid van de Verenigde Staten bij de onderhandelingen over landbouw is vanuit politiek oogpunt begrijpelijk: de machtige lobby van de Amerikaanse boeren is vooral in deze verkiezingstijd een factor van betekenis. Maar in economisch opzicht ligt de nadruk op landbouw minder voor de hand. Net als in de Europese Unie vormt landbouw in de VS slechts een paar procent van het bruto binnenlands product en van de totale werkgelegenheid. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingslanden, waarvan de economieën grotendeels of vrijwel uitsluitend om landbouw draaien – vaak zelfs om één of twee agrarische producten.

De EU is bezig met een ambitieuze hervorming van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek. Afschaffing van de exportsubsidies in het kader van de WTO zal dan ook geen wezenlijke gevolgen hebben voor de Europese landbouw, meent ook het Landbouw Economisch Instituut. Voor Nederland zijn de gevolgen nog minder merkbaar, met uitzondering van de suikerbietenteelt. Vooruitlopend op de jongste onderhandelingen in de WTO kondigde eurocommissaris Fischler (Landbouw) medio juli al drastische hervormingen van de suikerpolitiek aan.

Ook voor de EU is de winst van het WTO-akkoord gelegen in het op termijn binnenhalen van concrete afspraken met ontwikkelingslanden over een grotere toegang van industriële producten tot hun markten. Het grootste verlies werd al direct na Cancún ingeboekt. Drie van de vier door de EU zo gekoesterde `Singapore Issues' zijn voor lange tijd van de agenda voor handelsbesprekingen verdwenen. Het gaat om regels voor investeringen, voor mededinging, voor transparantie bij overheidsaanbestedingen en voor het vergemakkelijken van de handel door betere douaneprocedures. Van deze vier bleef alleen de laatste over. Maar de armste ontwikkelingslanden hebben hierbij veel speelruimte gekregen. Alleen als ze het zich financieel kunnen veroorloven hoeven ze zich te committeren aan de kostbare modernisering van hun douanefaciliteiten.