Meer mannen nodig in de kinderopvang

Meer mannelijk personeel in de kinderopvang moet gedragsproblemen bij jongens op latere leeftijd voorkomen. Het Nederlands Instituut Zorg en Welzijn (NIZW) is in gesprek met deskundigen en mensen uit het werkveld over een campagne om meer mannen te werven voor de opleiding tot crècheleider. Nu is 99 procent van het personeel in de kinderopvang vrouw.

De discussie speelt al enkele jaren in het basisonderwijs, maar breidt zich nu uit naar de groep nul- tot vierjarigen: jongens te veel naar vrouwelijk rolmodel opvoeden, kan leiden tot allerlei gedragsproblemen op latere leeftijd. ,,Er zijn nu eenmaal biologische verschillen tussen jongens en meisjes'', zegt Louis Tavecchio, bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. Jongens zijn volgens hem beweeglijker en hebben een veel grotere exploratiedrang dan meisjes. Corrigerend en onderdrukkend optreden beïnvloedt hun ontwikkeling negatief.

Vrouwen hebben onbewust de neiging vrouwelijk gedrag positiever te waarderen, aldus Tavecchio, terwijl mannen hetzelfde doen voor mannelijk gedrag. Met het huidige vrouwelijke overwicht spreken onderzoekers van een `meisjesnorm'. Het juiste evenwicht is dus belangrijk. ,,Het gaat erom de extra energie van jongens op een goede manier te kanaliseren, bijvoorbeeld door meer met de kinderen de natuur in te gaan'', zegt Tavecchio.

De discussie gaat wat Tavecchio betreft niet alleen over kinderopvang buitenshuis. Alle mannen behoren zich met de opvoeding van hun kinderen bezig te houden, omdat de ontwikkeling van de geslachtsidentiteit heel bepalend is voor de vorming van de persoonlijkheid. Vanaf ongeveer het derde levensjaar gaan kinderen minder gemakkelijk gezag van de andere sekse aanvaarden. ,,Een vrouw kan dan geen rolmodel zijn voor een jongen. Je kunt van een jongen geen vrouw maken.''

De plannen voor de campagne volgen op een soortgelijke campagne in België. Daar is het aandeel aanmeldingen van mannen voor de opleiding tot crècheleider gestegen van zes à zeven procent tot twintig procent. Als de campagne wordt gevoerd, moeten er ook aanpassingen in de curricula komen die mannen en jongens aanspreken: minder tijd voor verzorging en meer uitdagende elementen en lichamelijke opvoeding.