Marco's buffer

We gingen sterven, Kees Jansma en ik. Na drie uur wachten in de vertrekhal van Faro zaten we eindelijk in het vliegtuig dat de journalisten naar Porto zou brengen. Het interieur gaf alle aanleiding tot doodsangst. De potnagels aan de wanden trilden los toen de twee propellers werden gestart. Varen op zee in een kartonnen doos biedt meer kans op overleving.

Ik keek naast me en zag die rode, ronde kop met het markante patersrandje, de studentikoze bril op de neus en de buik vastgesjord met de veiligheidsriem.

We schokschouderden naar de startbaan. Voorin keek Louis van Gaal nog eens om. Het naderende onheil maakte de dertig reizigers baldadig en brutaal. We lachten onze angst weg en hoopten dat het oude ding zou vliegen, zoals in het woord `vliegtuig' besloten ligt.

,,Mijn rug is zeiknat'', zei Jansma terwijl Portugal onder ons doorschoot.

Tijdens de benauwde vlucht naar Porto verklapte hij me een geheim, we gingen tenslotte toch dood. Als Dick Advocaat zou aanblijven, werd hij de nieuwe perschef. Hij had wellicht nog iets kunnen boetseren aan het minderwaardigheidscomplex dat Advocaat zo snel parten speelde, lang voor het bereiken van het kookpunt van een toernooi.

Diezelfde Jansma – hij leeft dus nog – zit vandaag in Zeist, met naast hem de nieuwe bondscoach Marco van Basten. Jansma gaat Van Basten helpen te duiken voor de pijlen van de pers. Na de hoog opgelopen strijd tussen Dick Advocaat en de Nederlandse sportjournalisten tijdens het afgelopen EK hapt de KNVB naar adem.

Van Van Basten hoef je niet veel te verwachten tijdens persconferenties. Die is na zijn carrière zuinig op zichzelf geweest. Hij had nauwelijks behoefte aan interviews, hoefde niet op tv in een spelletjesprogramma. Die nuchterheid was mooi af te lezen aan zijn kleding tijdens zijn afscheidsronde voor het Milanese publiek: spijkerbroek, roze overhemd, suède jack. Stijlvol en sober.

Vorige week kreeg Van Basten een cameraploeg voor zijn neus terwijl hij als trainer van Jong Ajax in de dug-out zat. Hij kreeg een hand ter felicitatie en toen een simpele vraag, ik weet niet eens meer welke. Met een licht geïrriteerde blik hield hij de boot af. Hij ging niets zeggen en verwees naar de persconferentie van vandaag. De vermoeidheid om vragen te beantwoorden, nog voor hij zijn eerste stap als bondscoach had gezet, was al waarneembaar.

Van Basten wil niet zoveel uitleggen. Hij is eigenlijk nog steeds de jongen met de bal, die met dat olijke lachje de kroonkurk van het flesje schiet. Hij is geen trainer, hij is een voetballer die traint.

Jansma mag het vuile werk opknappen. Hij heeft een groot voordeel, decennialang deed hij tussen zijn collega-journalisten een laag zitvlees op tijdens persconferenties. Hij volgt de grote toernooien sinds 1966, heeft sindsdien alle bondscoaches meegemaakt. Hij begon als ballenjongen voor Herman Kuiphof en maakt de cirkel rond door in de herfst van zijn loopbaan als bliksemafleider voor Van Basten te dienen.

In zijn voorhoofd staat de ironie gebeiteld. Voor Jansma is voetbal van levensbelang, daarom stapte hij deze zomer toch maar in dat hopeloos uitziende toestel. Tegelijkertijd relativeren zijn stemgeluid en oogopslag het belang van iedere wedstrijd. Er mag gestenigd en gescholden worden; als de lach maar nabij is. Voetbal is entertainment. Voetbal is business.

Jansma heeft een eigen tv-bedrijf. Hij is grootverdiener in de wereld die ooit sportjournalistiek heette. Vorig jaar werkte ik één dag voor dat bedrijf, als acteur. Mijn gage: een fles witte en een fles rode wijn. Ik sprak hem in het vliegtuig aan op de zuinige beloning. Zijn repliek: ,,Wat! Twéé flessen?!''

Met humor kom je in voetballand een heel eind.