Kerkbezoek neemt verder af

Het kerkbezoek in Nederland daalt gestaag. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag bekend gemaakt. Volgens het CBS ging in 1997 nog bijna een kwart van de volwassenen minstens een keer per maand naar de kerk. In 2003 is dat aantal afgenomen met 4 procent en kerkte eenvijfde van de Nederlanders.

Ook blijkt dat ouderen vaker naar de kerk gaan dan jongeren. In de leeftijd van 18 tot 45 jaar is een op de zeven kerkleden een regelmatige kerkbezoeker. Van de 65-plussers gaat een op de drie mensen naar de kerk.

In de afgelopen tien jaar bleef het aantal kerkleden wel gelijk. Sinds 1993 rekent 58 procent van de bevolking zich tot een kerkelijke gezindte. De katholieken vormen de grootste groep met 30 procent. Daarna volgt de Nederlands hervormde gemeente met 14 procent en 6 procent van de Nederlanders is gereformeerd. De overige geloven, waaronder de islam, nemen 8 procent van de bevolking voor zich.

Gereformeerden komen uit het onderzoek van het CBS als trouwste kerkgangers naar voren. De helft van die gemeenschap kerkt wekelijks of vaker. Bij de Nederlands hervormden is dat aantal beduidend minder. Een op de vijf hervormden gaat een keer per week of vaker naar de kerk. Van de katholieken gaat een op de tien gelovigen ten minste eenmaal per week naar de kerk.