Geen marmeren vloeren bij de slotcoördinator

De stichting Airport Coordination Netherlands bepaalt de tijden waarop vliegtuigen mogen landen en opstijgen. Het is een zelfstandig bestuursorgaan.

Halverwege het gesprek bekent Michiel van der Zee: ,,Ik heb zelf nog nooit een slot gecleard.'' Toch wordt hij de slotcoördinator van Nederland genoemd. In de praktijk laat Van der Zee dit werk over aan twee van zijn vier medewerkers om zelf vooral bezig te zijn met internationale beleidszaken.

De slotcoördinator is dus niet echt één meneer, maar Van der Zee is de personificatie van deze jonge dienst. Hij en zijn medewerkers verdelen ieder jaar de van tevoren vastgestelde ruimte voor starts en landingen over de verschillende maatschappijen. Slots zijn de tijden waarop een vliegtuig mag vertrekken of kan landen. Men spreekt ook wel van een gebruiksrecht op de infrastructuur van een vliegveld. In Nederland werkt de slotcoördinator niet alleen voor Schiphol, maar ook voor de vliegvelden Rotterdam en Eindhoven. Op Eelde is het nog zo rustig dat er geen speciale coördinatie nodig is.

Van alle zelfstandige bestuursorganen (ZBO) is dit bureau vrijwel zeker het kleinst. Hetzelfde geldt voor de omvang van het jaarlijkse budget: 650.000 euro. ,,Komt u gerust langs, hier zult u geen marmeren vloeren of gouden kranen aantreffen'', zegt Van der Zee als de afspraak voor een gesprek wordt gemaakt. De ZBO's zitten in de verdediging, sinds minister Zalm (Financiën) aankondigde dat ze weer terug moeten onder de hoede van de departementen.

Zijn kamer op de vierde verdieping van een kantoorgebouw op Schiphol is inderdaad sober. Vloerbedekking en meubilair zijn overgenomen van de vorige gebruiker. Het enig opvallende in de aangrenzende werkkamer is de uitstalling van plastic vliegtuigmodellen op de vensterbank. ,,Gekregen van de luchtvaartmaatschappijen die op Schiphol vliegen. Om ons gunstig te stemmen'', zegt Van der Zee's collega Kees Tollenaar. Met een grijns duikt hij weer achter zijn beeldscherm, de rug naar het raam gekeerd. Ook vandaag moeten er weer aan de diverse maatschappijen toegewezen slots in het computersysteem worden ingevoerd of gewijzigd.

Michiel van der Zee is de derde slotcoördinator in Nederland. Toenmalig verkeersminister Annemarie Jorritsma stelde in 1997 persoonlijk de eerste slotcoördinator aan. Dat was H. Wijkhuizen die bij de KLM vergelijkbaar werk had gedaan. Wijkhuizen kreeg de taak de echte verdeling van de slots voor te bereiden, zodat ze konden worden verwerkt in de dienstregelingen van de maatschappijen. Oorspronkelijk was de verdeling van de slots namelijk bedoeld om de interlining, het overstappen op een volgende vlucht, soepeler te laten verlopen. Tegenwoordig is de coördinatie van slots direkt verbonden met schaarste, met de capaciteitsproblemen van de diverse luchthavens. Overal in de wereld moet stevig worden gepuzzeld om het steeds drukkere vliegverkeer vooral in de vroege ochtend en op de late middag, zo tussen vier en zeven uur, netjes af te wikkelen. Voor Schiphol geldt dan nog als bijzondere omstandigheid dat de geluidsoverlast beperkingen oplegt aan het gebruik van de verschillende banen. Jarenlang was Nederland hierin uitzonderlijk, maar in de nieuwste Europese verordening voor de slotcoördinatie is het milieu nu wel opgenomen als een factor van belang.

Van der Zee, sinds april van dit jaar in functie, werd benoemd door een raad van toezicht en is in dienst van de stichting die speciaal voor de coördinatie is opgericht: de stichting Airport Coordination Netherlands (SACN). De raad van toezicht wordt gevormd voor vertegenwoordigers van de luchtvaartmaatschappijen die op Schiphol thuishoren, de zogenoemde home carriers: KLM, Transavia, Martinair, Dutch Carribean en Holland Exel. De luchthaven zelf levert de voorzitter.

Van der Zee hoefde niet te solliciteren voor deze baan: ,,Mijn naam werd genoemd.'' Dat was niet zo vreemd want als ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Van der Zee zich jarenlang beziggehouden met de luchtvaart. Hij voerde onderhandelingen met diverse regeringen om de landingsrechten te regelen voor de KLM. Met China bijvoorbeeld. Drie jaar lang zat hij om de maand in Peking. ,,Van echt onderhandelen is zeker in het begin geen sprake. Je dronk een kop thee met de gastheren en vertrok weer. De volgende keer blijkt er dan wel nagedacht over verschillende zaken, maar het blijft opnieuw bij een kop thee.'' Om de KLM landingsrechten te verschaffen voor het vliegveld van Lyon waren zeventien vergaderingen nodig: ,,Het open skies-verdrag tussen de westerse landen heeft alles veranderd, we moeten het nu alleen nog goed zien te regelen voor Azië en Afrika''.

Dertig jaar heeft Van der Zee op Buitenlandse Zaken gediend. Zijn vroegere collega Frank de Bruin noemt hem ,,een van de schaars geworden beleidsambtenaren'' over wie hij niemand kwaad hoorde spreken. ,,Een vriendelijke man met goede omgangsvormen en lange ervaring op het diplomatiek vlak'', zegt De Bruin.

Op de vraag waarom hij is overgestapt in de nieuwe functie zegt Van der Zee: ,,Het leek me leuk, zo'n kleine club. Je hebt een grote zelfstandigheid en als je iets zegt gebeurt het ook.''

Van der Zee en zijn mensen werken op basis van een Europese verordening en van een ministerieel besluit `Slotallocatie'. ,,De minister kan nog altijd zelf de coördinator benoemen, maar in de praktijk laat ze de uitvoering over aan de luchtvaartmaatschappijen'', zegt Van der Zee. Maar zeker twee keer per jaar gaat hij naar het departement om verantwoording af te leggen voor de verdeling. Dat hangt weer samen met de zomer- en winterschema's.

Over de eigen rol in ,,het slotgebeuren'' deelt het ministerie mee dat ze naast het aanwijzen van de slotgecoördineerde luchthavens ook de onafhankelijke positie van coördinator zelf toetst, alsmede zijn werk ,,op transparantie en onpartijdigheid''. Het ministerie is niet bevoegd beslissingen van de coördinator te wijzigen dan wel corrigerend op te treden. Van der Zee voegt hier aan toe dat hij functioneel en financieel onafhankelijk moet kunnen opereren, in zijn werkzaamheden ,,non-discriminatoir en neutraal'' moet zijn.

Dit jaar moest het kwartet van Van der Zee voor het zomerschema 270.000 slots verdelen (135.000 keer landen en even vaak starten) en voor het winterschema dat doorloopt tot maart volgend jaar nog eens 180.000. Voor het komende jaar verwacht Van der Zee rond de 500.000 slots. Gebruikelijk is dat de luchtvaartmaatschappijen meer aanvragen dan ze werkelijk nodig hebben. Daarbij maken ze ook gebruik van grandfather-rights die van kracht worden als een maatschappij in een seizoen tachtig procent van de toegekende slots ook werkelijk uitvoert.

De Nederlandse luchtvaartmaatschappijen zorgen gezamenlijk voor tweederde van het budget waar Van der Zee mee werkt, de overige twee ton wordt bijgedragen door Schiphol. Hiervan moeten ook de reizen naar de internationale vergaderingen worden bekostigd. Zoals de grote halfjaarlijkse conferentie van alle slotcoördinatoren in de wereld. Een week lang sleutelen enkele duizenden rekenaars dan aan hun schema's om de starts en landingen op de goede plaats te krijgen. ,,Die bijeenkomsten zijn meestal in de VS of Canada omdat je in Europa eigenlijk geen goede accomodatie hebt voor zoveel mensen'', zegt Van der Zee. Maar op deze conferenties worden ook discussies gevoerd over de toekomst. Zo wordt de vraag: ,,Van wie zijn de slots eigenlijk?'' steeds belangrijker. De luchtvaartmaatschappijen beschouwen de rechten als hun eigendom, maar Van der Zee vindt het terecht dat daar twijfel over is. Vooral nu blijkt dat slots veel geld waard zijn. Onlangs betaalde het Australische Quantas twintig miljoen pond aan British Airways voor twee slots op Heathrow.

Dit is het vierde deel van een serie over zelfstandige bestuursorganen. De eerdere delen zijn terug te lezen op www.nrc.nl.