De verkleutering

Het aardige van tv is dat iedereen alles zelf kan zien. Dat is de kracht van het medium. Merkwaardig dat juist die kant in Nederland zo mager benut wordt. John Kerry is vorige week met een prachtige speech boven zichzelf uitgestegen, hoor en lees ik. Het zal best. Maar mag ik het ook zíen? Nee. We krijgen correspondenten, duiders en wetenschappers voorgeschoteld de dag ervoor – maar Kerry zelf, ho maar. Vijf korte quotes in een Nova-montage van een minuut of vijf. De uitleg, plaatjes, toelichting en straatinterviews binnen die montage vergen meer tijd dan Kerry zelf sprekend op de conventie. Het zogeheten `kruisgesprek' vanuit de studio met de verslaggever is aanmerkelijk langer. Waarom, lief Hilversum, krijg ik als kijker meneer Kerry zélf amper te zien? Oké,ik zal niet overvragen. Het hoeft niet de integrale toespraak te zijn. Bied het publiek een goed gemonteerd blok aan van tien minuten. Met desnoods, net als bij voetbal en schaatsen, twee of drie ingesproken verbindende zinnetjes voor een logisch verband. Als kijker kan ik dan ZELF beoordelen wat ik ervan vind.

Het is een willekeurig voorbeeld, dat echter over de hele linie geldt. In Den Haag vandaag de laatste tien jaar nog weleens een samenvatting van een politiek debat gezien die langer dan drie minuten vergde?

De Hilversumse verkleutering van de kijker heeft zich sluipenderwijs voltrokken. Het is niet zo dat op een leidinggevende bijeenkomst (die bestaan daar namelijk niet) de instructie is vastgesteld: zo min mogelijk bronbeelden en verder vooral veel uitleg, duiding en kermis. Wat de Nederlandse tv nu brengt, riekt evenwel collectief naar zo'n formeel besluit.

Nieuwsjournalistiek is: doorgeefluik zijn. De feiten zo helder, zo zuiver en zo sec mogelijk presenteren. In Nederland zijn tv-journalisten steeds meer gaan `duiden' en dat kost zendtijd, die ten koste gaat van de originele weergave. Donner heeft het aan de stok met de Kamer. ,,Heeft-ie gelijk'', vraagt Jeroen Pauw aan Ferry Mingelen. Sinds wanneer heeft wie bepaald dat politiek een voetbalwedstrijd is? En áls dat al zo is dat Mingelen niet verslag geeft van die wedstrijd, maar er scheidsrechter speelt?

Aan dit alles moest ik denken bij de fragmentkeuze van Felix Rottenberg als VPRO's tweede zomergast. ,,We nemen de tijd niet meer om dingen te laten zien'', zei hij zelfs letterlijk nadat we een aandoenlijke Pierre Janssen omstandig iets over schilderkunst zagen uitleggen. En in een bijzin, na een ook alweer behoorlijk oud fragment van tv-maker Hans Keller: ,,toen hadden we nog geen haast.''

Ook de spijkerharde wijze waarop Neil Kinnock in 1985 trotskistische warhoofden verbaal de Labourtempel uitgeselde kregen we te zien, minutenlang. De in de knot gesmoorde Praagse lente van 1968: beelden, beelden en hier en daar een toelichtend zinnetje. Enzovoort en zo verder. De zomergast van 2030 – wat voor beelden van 2004 kan die eigenlijk uit het archief toveren? Kruisgesprekken, vrees ik.

Het was dus met dank aan het verleden een mooie tv-avond. Je hoeft het met dat eigenwijze Amsterdam-Zuidse Montessoripikkie niet in alles eens te zijn om toch zijn warmte en ontroerende openhartigheid te kunnen waarderen. Over z'n ziekte bijvoorbeeld. Maar ook over de PvdA en Rottenbergs maar zeer ten dele geslaagde missie aldaar. En Joost Zwagerman als interviewer stelde niet alleen vragen, maar luisterde ook nog naar de antwoorden. Heel bijzonder bij een Nederlandse zender allemaal. Nee, daar mochten de schoenen van de vermoeide hoofdgast wel voor worden uitgeschopt. Dat gebeurde in het allerlaatste shot onder de aftiteling dan ook.

Deze week volgt Ton Elias de Nederlandse tv-programma's. Hij is directeur van een communicatiebureau in Den Haag en oud-parlementair journalist van o.a. Den Haag vandaag en RTL-Nieuws.