De man naar wie iedereen luistert

Sharnol Adriana, Antilliaanse honkballer in dienst van een Mexicaanse club, is aanvoerder van de Nederlandse ploeg bij de Olympische Spelen in Athene. ,,Ik wil door mijn acties en gedrag een voorbeeld zijn.''

Na de met 3-1 gewonnen finale tegen Cuba, waardoor Nederland voor het eerst de Haarlemse Honkbalweek wint, zoekt aanvoerder Sharnol Adriana (33) in het Pim Mulierstadion verkoeling in de schaduw van de dug-out. Terwijl hij de honkballen van een groepje jonge fans signeert, blikt de eerstehonkman van het Nederlands team terug op de 22ste editie van de honkbalweek, zijn eerste als international. ,,Ik ben niet helemaal blij met mijn eigen spel. Ik ken mezelf goed en weet dat ik meer kan doen'', aldus Nederlands gevaarlijkste slagman over zijn ongelukkige slagbeurten in de eerder deze week verloren duels met Italië en Cuba.

Adriana, die op de Spelen van Sydney (2000) debuteerde voor Nederland en sindsdien een van de vaste krachten is, werd voor het toernooi in Haarlem door bondscoach Robert Eenhoorn tot aanvoerder gebombardeerd. Daardoor was de Antilliaanse profhonkballer van het Mexicaanse Yucatan Leones als enige van de voorlopige selectie al zeker van een plek in de olympische ploeg. De overige spelers waren tijdens de honkbalweek verwikkeld in een afvalrace.

Voor Adriana, die op jonge leeftijd in zijn geboorteplaats Willemstad al zelfgemaakte ballen van sokken de lucht in sloeg, was de honkbalweek een gelegenheid wedstrijdritme op te doen. Door een lichte blessure na een aanrijding in mei en de laatste plaats van zijn team in de Mexicaanse competitie was zijn seizoen eerder dan verwacht voorbij. Daarop besloot hij een maand geleden naar Nederland te komen om mee te trainen met de nationale ploeg. ,,Spelen voor Nederland is voor mij een eer. Dit toernooi was voor mij een goede voorbereiding op de Spelen'', vertelt Adriana in de dug-out van hetzelfde stadion waar hij tijdens het gewonnen EK vorig jaar werd uitgeroepen tot beste slagman van het toernooi.

Naast de tribune signeert assistent-coach Hensley Meulens toegestoken honkballen en schriften. ,,Sharnol is een heel goede slagman. Hij is een van de beste voor Nederland'', verzekert de op de Antillen gevierde oud-honkballer. ,,Ik was de eerste Antilliaan in de Major League en krijg veel aandacht. Sharnol verdient meer publiciteit. Hij had ook de Major League kunnen halen'', waarmee Meulens doelt op het voor zijn ,,goede vriend'' Adriana desastreuze jaar 1996. De honkballer, die van 1991 tot 1998 uitkwam voor de Canadese Toronto Blue Jays in de zogeheten triple A (niveau lager dan de Major League, red.) en op het punt stond door te stoten naar het hoogste niveau, brak dat jaar zijn linkerenkel. Adriana zag toen zijn jongensdroom, een optreden in het walhalla van het honkbal, uit elkaar spatten. ,,Er zitten nog wat schroeven in mijn enkel. Het heeft lang geduurd voor ik weer zonder pijn kon spelen'', herinnert hij zich.

De voormalige havo-leerling uit Willemstad die in 1989 ging studeren aan een Amerikaans college en in 1991 werd `gedraft' door de Blue Jays, is sterker uit die periode tevoorschijn gekomen. ,,De angst dat ik helemaal niet meer kon spelen, was het ergste. Daarom geef ik nu elke wedstrijd alles. Ik wil altijd winnen, want misschien is het wel mijn laatste wedstrijd. Ik wil er achteraf geen spijt van hebben dat ik niet alles gegeven heb'', vertelt Adriana. Zijn hart ligt ondanks het vele gereis als profhonkballer – Adriana heeft voor verschillende Mexicaanse profclubs, de Blue Jays en de Amerikaanse Newark Bears gespeeld – nog altijd ,,thuis'', op Curaçao.

De keuze voor profhonkbal en het vertrek uit Willemstad was moeilijk. ,,Ik was een goede student en was in Amerika aan een opleiding sportfysiotherapie begonnen, maar toen werd ik gedraft door de Blue Jays'', aldus Adriana, die door de scheiding van zijn ouders vroeg volwassen werd en zich op vreemde bodem makkelijk aanpaste in het profmilieu. Anders dan veel getalenteerde leeftijdgenoten die het, ver van huis, niet hebben gered. ,,Die jongens die net van mama en papa kwamen, waren niet zelfstandig genoeg'', knikt Adriana, een toonbeeld van rust en zelfvertrouwen.

Het zijn die eigenschappen, gecombineerd met zijn evenwichtigheid, zelfkennis en professionele benadering van het honkbal, die bondscoach Eenhoorn deden besluiten Adriana aanvoerder te maken. ,,Sharnol gaat met honkbal om zoals ik dat graag zie. Hij heeft het respect van iedereen binnen de ploeg. Ik kan niets negatiefs over hem verzinnen. Het is een rustige, betrouwbare jongen die niet wacht tot je hem iets vraagt, maar zelf dingen zegt. Als hij wat zegt, klopt het en luistert iedereen.''

Behalve zijn ervaring, zijn zelfkennis en zijn slagcapaciteiten noemt Eenhoorn ook het feit dat Adriana iemand is die er letterlijk en figuurlijk ,,staat''. Met zijn 1,87 meter en 101 kilo kun je moeilijk om hem heen. Op het eerste honk is hij de rust zelve: een baken van vertrouwen en steunpunt voor zijn medespelers. En dat straalt hij ook uit. Bovendien: ,,Als Sharnol aan slag is, ga je toch even op het puntje van je stoel zitten.'' Eenhoorn denkt daarnaast dat Adriana een brugfunctie kan vervullen in zijn selectie. ,,Het is een Antilliaanse jongen. Niet dat ik denk in Nederland versus Antillen, maar ik heb binnen mijn spelersgroep wel te maken met twee culturen. In het verleden moest iedereen zich aanpassen aan Nederland, maar ik wil een situatie waarin de twee culturen elkaar respecteren'', zegt Eenhoorn, in wiens selectie de Antillianen in de meerderheid zijn.

Aangezien Adriana, ,,vereerd'' door het in hem uitgesproken vertrouwen, goed in de spelersgroep ligt kan hij als bruggenbouwer dienen. ,,Binnen de ploeg wordt Nederlands en Papiamento gesproken. Ik wil voorkomen dat iemand zich minder voelt dan anderen en dat er twee groepjes ontstaan. Stel dat er een ruzietje is, dan zie ik mezelf als bemiddelaar. Maar hopelijk komt het niet zover'', zegt Adriana over zijn aanvoerdersrol. ,,De jongens kijken naar me op door mijn ervaring en kennis van zaken. Ik geef ze tips en wil door mijn acties en gedrag buiten het veld een voorbeeld geven.''

Zijn optreden in Sydney, waar Nederland stuntte met een historische zege op Cuba en vijfde werd, beschouwt Adriana als een hoogtepunt in zijn loopbaan. ,,De Spelen zijn met niets te vergelijken. Honkballen in Mexico is gewoon mijn werk. Spelen voor Nederland is voor mij een eer en zie ik als luxe'', vertelt Adriana, die de huidige ploeg ,,sterker en breder'' acht dan die van vier jaar geleden. Japan en Cuba ziet hij als de favorieten voor olympisch goud.

Ploeggenoot Dirk van 't Klooster, in Sydney en straks ook in Athene van de partij, noemt zijn aanvoerder ,,een vrij grote speler''. ,,Ja, dat bedoel ik letterlijk en figuurlijk. Hij heeft een hoop ervaring. Ik luister graag naar dat soort jongens. Er zijn wel eens wat woorden en Sharnol schroomt niet om wat te zeggen. Hij pakt het goed op als aanvoerder. Hij straalt rust uit en laat zich niet gek maken. Hij speelt niet voor niks al jaren als prof'', weet Van 't Klooster. ,,Sharnol is een lieve, rustige en goede jongen. Hij is heel open voor iedereen. Ik herinner me een vechtpartij op het veld tijdens de Intercontinental Cup in Cuba in 2002. Toen zette hij een Chinees op zijn plaats. Zo had ik Sharnol nog nooit gezien. Ik houd van zulke mensen, die het opnemen voor hun ploeggenoten. Sharnol is een echte teamspeler.''

Ralph Milliard, de Antilliaanse honkballer die door Eenhoorn weer bij de ploeg is gehaald en tot beste verdedigende speler in Haarlem werd uitgeroepen, bevestigt het verhaal. ,,Sharnol is een teamspeler die gezelligheid brengt. Hij kan met iedereen goed omgaan. Wat hij zegt, wordt geaccepteerd.''

De hoofdpersoon zelf tovert, geconfronteerd met alle loftuitingen, zijn sympathieke glimlach tevoorschijn en reageert in stijl: rustig. Het leven als profhonkballer, waardoor hij ook heel wat van de wereld heeft gezien, heeft Adriana naar eigen zeggen niet veranderd. ,,Je hebt jongens die gelijk een nieuwe ketting of horloge kopen, als ze wat geld verdiend hebben. Ik heb al een horloge. Ik blijf gewoon simpel en voel me niet beter dan anderen. Op Curaçao ben ik niet zo bekend als Hensley Meulens. Dat hoeft van mij ook niet, want ik vind het wel lekker om rustig over straat te kunnen lopen. Ik ben gewoon dezelfde jongen uit Willemstad gebleven.''